Opinie

    • Maxim Februari

Innovaties moeten de gezelligheid bevorderen

In zijn prille jeugd was mijn broertje solidair met de oorspronkelijke bewoners van Amerika, die toen nog Indianen heetten. Om geniepige landtransacties te voorkomen trok hij met handtekeningenlijsten langs de deuren, en hij nam mij mee. Zo belandden we op een dag bij een jonge vrouw die van bovenaf de trap riep of tekenen van de lijst verplicht was. „Moettáát?” Nee, het moest niet. Nou, dan deed ze het niet. Sindsdien riepen wij dat thuis ook steevast als we wilden weten of er een wettelijke of morele verplichting lag om iets te doen. „Moettáát?”

De laatste tijd roept de maatschappij onophoudelijk „magtáát?” van bovenaf de trap. Grote wetenschappelijke veranderingen komen met ethische kwesties en in de openbare discussie neemt iedere ethische kwestie de vorm aan van de vraag of dit allemaal wel mag. Ingrijpen in het menselijk genoom. Magtáát? Gegevens over mensen verzamelen voor opsporing. Magtáát? DNA gebruiken voor beoordelingen bij sollicitaties. Magtáát?

Mag je innoveren? Waar ligt de ethische grens? De vragen worden gesteld alsof het antwoord ergens op ons ligt te wachten. We hoeven de stenen tafelen alleen maar te ontcijferen en dan weten we hoe ver we kunnen gaan. Moet dat, mag dat: het zijn vragen die niet horen bij een autonome, maar bij een heteronome moraal, een moraal die van buitenaf wordt opgelegd. Natuurlijk is het leuk om naar China te wijzen als typisch heteronome maatschappij, maar de westerling hengelt net zo hard naar ouderlijke toestemming.

De raarste uitwerking daarvan is het populaire begrip ‘permissionless innovation’. Vooruitgaan zonder permissie. Bedenkers van nieuwe ontwikkelingen in wetenschap en technologie willen niet aan de autoriteiten vragen of ze mogen innoveren. Ze willen vooruit, hollen, desnoods door schade en schande wijs worden, fouten maken, vallen en weer opstaan. Niet pas stappen zetten als ze zeker weten dat die gunstig zijn. Lekker klooien.

Daar is van alles voor te zeggen, maar die term ‘permissieloze innovatie’ is onzinnig. Er is immers wel degelijk toestemming verleend voor de innovatie, de disruptie, de acceleratie, al is het maar door de onderzoekers zelf. Ze hebben niet aan de autoriteiten gevraagd of het mocht, maar hopelijk hebben ze zelf nagedacht over mogelijke schadelijke gevolgen, hebben ze die afgewogen tegen mogelijke voordelen en geconcludeerd dat het zo wel kon.

Het is verregaand infantiel dat permissieloze innovatie te noemen. Alsof je eindelijk alleen thuis bent en ongestoord met lucifers kunt spelen. De schade van wetenschappelijke en technologische innovatie kan enorm zijn en er zal toch iemand op je handelen moeten toezien, al ben je het zelf. In de Volkskrant van afgelopen vrijdag noemde schrijver Amitav Ghosh de klimaatverandering het belangrijkste thema van onze tijd. De schade door menselijk handelen is groter dan de mensheid met haar beperkte bevattingsvermogen kon en kan voorzien.

Dit wereldprobleem, zegt Ghosh, moet je niet terugbrengen naar het niveau van individueel gedrag. Naar vakanties en of je het vliegtuig hebt genomen. „Het is een structureel probleem dat om structurele oplossingen vraagt. Je verhelpt het niet door andere gloeilampen in te draaien.” Hoewel ik het daarmee van harte eens ben, denk ik ook dat voor structurele oplossingen toch individueel handelen nodig is. Een structuur handelt nu eenmaal niet.

En terwijl klimaatschade het gevolg is van innovatie uit het verleden, lijkt mij toekomstige schade door innovaties minstens zo belangrijk. Die valt namelijk nog te voorkomen. Ook daarvoor is structureel optreden nodig en dus individueel optreden – van beleidsmakers, onderzoekers, burgers, werknemers. ‘Magtáát?’ is dan niet de leidende vraag. Ethiek is een praxis, het gaat erom wat je met zijn allen verlangt, wilt en doet, niet of je toestemming hebt van je ouders.

De grootste dreiging van innovatie schuilt in zelfoverschatting. In overschatting van die razendslimme verlichtingsmensen: ze zijn naar de maan gevlogen, dus zullen ze ook de troep wel opruimen. Ze hebben de auto uitgevonden, dus zullen ze ook wel schone brandstof verzinnen. Ze zullen vast alle plastic weer afbreken. „We leven in de waan van de moderniteit”, zegt Gosh.

Ethiek is in dit innovatieproces geen rem. Ethiek stelt geen grens. Ethiek is niet een hond die ergens ligt en bijt als je te ver gaat. De ethiek vraagt hoe je leven en samenleven het prettigst inricht. Mijn hoogleraar ethiek, van buitenlandse komaf, zei altijd in creatief Nederlands dat mensen ‘gezellig levende dieren’ zijn. De ethische vraag is, kortom, of innovaties de gezelligheid bevorderen. Met permissie heeft dat allemaal niet zoveel te maken.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.