Btw-plicht bij webcamseks

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: webcamsessies en belastingen.

ANP / Roos Koole

Belasting over de toegevoegde waarde (btw) wordt idealiter geheven op de plaats waar de goederen of diensten waarop de belasting betrekking heeft worden verbruikt. Maar wat is die ‘plaats’ als het gaat om grensoverschrijdende webcamsessies? Daarover liggen ondernemer L.W. Geelen en de Nederlandse Belastingdienst al jaren in de clinch. Geelen organiseert en faciliteert tegen vergoeding live interactieve erotische webcamsessies met modellen op de Filippijnen en afnemers in Nederland. De Belastingdienst legde hem over de jaren 2006-2009 een btw-naheffing (plus boete) van 50.000 euro op. Die werd in eerste aanleg door de rechtbank vernietigd. In beroep legde de Hoge Raad het geschil voor aan het Europees Hof.

In zijn advies van vorige week aan het Hof concludeert advocaat-generaal Maciej Szpunar dat de Europese btw-richtlijn van 2006 geen duidelijk antwoord biedt. De nieuwe richtlijn (uit 2017) zou wel soelaas bieden, maar die geldt pas vanaf 2021. Daarom stelt hij het Hof voor als praktisch uitgangspunt te kiezen voor de plaats waar Geelen is gevestigd als de plaats waar over deze webcamsessies btw verschuldigd is. De naheffing van de Nederlandse fiscus kan derhalve zijn goedkeuring wegdragen. Het advies van de advocaat-generaal weegt zwaar, maar bindt het Hof niet. Dat beslist komend voorjaar.

curia.europa.eu: ECLI:EU:C:2019:109