Mette (Circé Lethem) in ‘Retrospekt’.

‘Bij geweld zijn vrouwen niet altijd alleen slachtoffer’

Esther Rots en Dan Geesin Na het verkrachtingsdrama ‘Kan door huid heen’ gaat ‘Retrospekt’, de nieuwe film van Esther Rots, opnieuw over trauma: huiselijk geweld. Of beter: de leegte daarachter. „We durven niet te stoppen om te kijken wat we missen.”

De snelkookpan van filmfestivals kan films maken en breken. Maar kan ook discussies op gang brengen over films die meerduidig zijn of onderzoekend, die geen pasklare antwoorden bieden.

Dat werkt inspirerend, zo blijkt uit de recensies van Retrospekt, de nieuwe film van Esther Rots. Bijna tien jaar na haar debuut Kan door huid heen is ook Retrospekt een niet-chronologisch vertelde film over traumaverwerking, in dit geval van huiselijk geweld. Eentje die in het hoofd van zijn hoofdpersoon kruipt. De enige waarheid is haar waarheid. De toeschouwer gaat daarin mee of niet.

Anders dan verkrachtingsdrama Kan door huid heen zijn de grenzen tussen daders en slachtoffers ditmaal bewust diffuus, net zoals die tussen feit en herinnering. In de ene verhaallijn ziet de hoogzwangere Mette dat een man zijn vrouw bedreigt, in een andere is ze als kersverse moeder persoonlijk en beroepsmatig bij het slachtoffer betrokken, in weer een volgende viel ze zelf ten prooi aan geëscaleerd geweld.

Niet-lineair scenario

De film is origineel in zijn vorm, met realistische scènes, een niet-lineair scenario en ironische komisch-operateske intermezzo’s. Vakblad Variety was laaiend enthousiast, vertelden Rots en haar partner en vaste componist Dan Geesin vorige week op het Filmfestival Berlijn, waar de film na z’n wereldpremière in Toronto z’n Europese première beleefde. Maar recensiesite Goombastomp noemde de film „onverantwoord”.

Rots: „Dat vond ik interessant. Die recensent kon niet omgaan met het feit dat vrouwen in geweldssituaties niet alleen maar slachtoffers hoeven te zijn. Waar twee mensen ruzie hebben, hebben er soms ook twee schuld. Vrouwen kunnen net zo goed iemand het bloed onder de nagels vandaan treiteren. Soms wordt iemand zover gepusht dat hij niet meer anders kan dan op zijn manier reageren. Dat mag je natuurlijk nooit accepteren, geweld is per definitie fout. Maar dat wil niet zeggen dat het niet te begrijpen is.”

Retrospekt zou je, in lijn met z’n titel, kunnen zien als het verhaal van een vrouw die vanuit een revalidatiecentrum terugkijkt op een achtbaan aan gebeurtenissen, op een realiteit die haar voorbij raasde. Maar evengoed andersom: als een verslag van de angst om de controle te verliezen in een omgeving met hoge eisen en weinig compassie. Elke flashback kan ook een flashforward zijn. Dat de film uiteindelijk een vrouwelijk perspectief kreeg en ook gaat over vragen rond zwangerschap, moederschap, werk en gezin, is niet irrelevant, maar het mag de film ook niet overschaduwen.

Rots: „Ik waak ervoor om vrouwen labels op te plakken: geen slachtoffer, geen hormonale disbalans. Dat is een discussie die ik tijdens het ontwikkelen van het scenario uitentreuren moest voeren. Datgene waarmee Mette worstelt is universeler. En dat blijkt, nu Retrospekt af is, ook uit de reacties van mannen. Het concentreert zich op het gezinsleven omdat daar de situatie het meest acuut is. Heel veel stellen praten de eerste paar jaar na de geboorte van hun kinderen niet meer met elkaar.” Desondanks heeft Rots veel vertrouwen in de veerkracht van haar hoofdpersonen: „Het zit wel goed tussen die twee. Ze zouden heel raar staan te kijken als ze niet meer samen zijn.”

Dat het zo lang duurde voordat Rots een tweede film kon maken, hangt samen met de Nederlandse financieringssysteem, dat gewend is aan films met een traditionele drie-akten-structuur. Rots: „Natuurlijk is hoe wij werken ook tijdrovend.” Geesin: „We ontwikkelen een idee, we voeren geen scenario uit. Het is meer een atelierpraktijk.” Rots: „Het begint voor mij bij het vormgeven van een gevoel, en niet met het vertellen van een verhaal met een kop en een staart, conflicten en karakters.”

In het geval van Retrospekt was dat ‘gevoel’ wat aan de film ten grondslag lag niet geweld, maar meer een nog groter en ongrijpbaarder gegeven als het existentiële onbehagen van de redelijk welvarende dertigers en veertigers. Rots: „We hebben alles, en toch voelen we een soort leegte die iedereen voor probeert te blijven. We rennen ons rot, en durven niet te stoppen om te kijken wat het dan zou kunnen zijn, die leegte. Wat we missen.”