Opinie

Proberen te rijmen wat niet rijmt

Marjoleine de Vos

Het verhaal is min of meer waar gebeurd: na de dood van haar man, die in dienst was bij de Britse inlichtingendienst, ontdekt Alison Wilson dat ze niet de enige mevrouw Wilson is. Alexander Wilson is nog steeds getrouwd met zijn eerste vrouw, hij heeft een zoon bij een tweede vrouw, twee zonen met Alison, en daarna trouwde hij stiekem nóg eens. Hij deed niet het werk dat hij zei te doen. Hij verzon familierelaties die hij niet had. Alison Wilson blijkt getrouwd te zijn geweest met iemand anders dan ze dacht.

Haar leven was het onderwerp van een korte BBC-serie, genaamd Mrs. Wilson. We zien Alison al die vrouwen en kinderen en valsigheden ontdekken. Ze wil de waarheid weten. Op een gegeven moment spreekt ze een zoon uit haar mans eerste huwelijk. „Had je liever gehad dat je nooit van ons bestaan had geweten?” vraagt ze hem. Ook hij antwoordt: „Nee. Ik wil liever de waarheid weten.”

De waarheid. Ik las onlangs een boek waarin iemand die ook ontbloot: De akte van mijn moeder van de Hongaar András Forgách. Daarin zet hij citaten uit de verslagen van de Hongaarse geheime dienst, waarvoor zijn moeder als informante bleek te werken, tegenover wat hij van haar weet of meent te weten. Ze was een geweldig leuke vrouw, mooi, intelligent, open, in kunst geïnteresseerd. Ze had een verrukkelijke lach en iedereen hield van haar, haar zoon niet het minst. En ze was een vurig communiste, dat wist hij heus wel. Pas lang na haar dood kwam hij te weten hóé vurig.

In een interview voor de VPRO zei Jeroen van Kan dat hij het zo onbegrijpelijk vond, die bijzondere en beminnelijke vrouw en dan dat verraad. Forgách antwoordde dat de mensen nu eenmaal zeer tegenstrijdige kanten hebben. „U ook. Maar u weet het nog niet.”

Zou dat zo zijn? Soms ontdek je als je iemand beter leert kennen eigenschappen die je niet kunt rijmen met wat je eerst dacht. Maar die ga je dan tóch rijmen.

In zijn Vergeetboek schrijft Douwe Draaisma: „Wie tot de ontdekking komt dat hij al een tijdlang is bedrogen, door een vriend, geliefde of collega, heeft daarna niet alleen een toekomst die er anders uitziet dan voor het bedrog, maar ook een ander verleden.”

„Ik wil weten wie hij was”, zegt Alison Wilson meer dan eens over haar ongrijpbare echtgenoot. Ze herinnert zich hoe hij met haar was en ze denkt: maar ik wéét toch wie hij was. Tot er, tijdens haar eigen huwelijk, nóg weer een huwelijk gesloten blijkt te zijn. Dan weet ze het niet meer.

András Forgách had een andere moeder vóór hij die dossiers inzag, en hij hield dus anders van zijn moeder dan hij nu doet. Hij is zelf mee veranderd. Alison Wilson is woedend op haar man, maar ook op zichzelf. Dat ze zo blind is geweest.

In de ontdekking van zulk bedrog zit schaamte, voor de ander – hoe kan mijn geliefde zó iets doen? – en voor zichzelf. Omdat iemand iets wist over je leven dat je zelf niet wist. Daar moet die diepe behoefte om de waarheid te leren kennen wel vandaan komen. Men wil weten in welke wereld men leeft, niet in een die niet bestaat. Hoe langer je daar al in geleefd hebt, hoe onbegrijpelijker en onverdraaglijker het is.

Vervolgens moet het verleden herschikt worden. Misschien kan de bedrieger of bedriegster in een ander licht gezien worden, zonder dat je alleen maar blijft kijken door het sleutelgat van wat je is aangedaan. Dat is althans wat zowel Alison Wilson als András Forgách weet op te brengen. Denken: zo zijn mensen. Ik ook. Misschien weet ik dat al wél.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.