Opinie

Popzanger in opspraak

Frits Abrahams

In oktober 2001 schreef ik in mijn column: „Kun je als 50-plusser nog naar een popconcert van een 27-jarige in het Amsterdamse Paradiso, zonder de verdenking op je te laden dat je te graag met je tijd mee wil?”

Dat bleek heel goed te kunnen, want het werd een van de beste popconcerten die ik ooit heb bijgewoond. Het duurde van 9 uur ’s avonds tot na middernacht, omdat de bevlogen zanger en zijn publiek geen afscheid van elkaar leken te kunnen nemen. Die zanger was Ryan Adams, niet te verwarren met zijn beroemdere collega Bryan Adams.

Adams en zijn band begonnen in Paradiso met stevige rock, maar naarmate de avond vorderde klonk hij steeds verstilder en begon hij te lijken op een kruising van Neil Young en Bruce Springsteen. Onmiskenbaar een bijzonder talent. Het bleek ook op zijn eerste cd’s, Heartbreaker en Gold, waarop hij lang uitgesponnen, melodieuze ballads zong. Later werden de songs op zijn cd’s grilliger en soms nogal vormloos, al bleef hij ook interessant werk maken. Zijn teksten zaten vol falende romantiek en wanhopige tristesse waarvan je nooit zeker weet of het pose of ernst is.

Hij werd een bekende en geachte singer-songwriter. Ik had al een poosje niets meer van hem gehoord toen ik vorige week in The New York Times las dat hij het middelpunt is van een nieuwe MeToo-affaire in de showbusiness. Ditmaal dus niet de wereld van de film, maar van de popmuziek die tot dusver nogal buiten schot was gebleven. Dat zal niet lang meer duren, begrijp ik uit de NYT, want ook in de popmuziek bestaat een zekere hiërarchie die aankomende talenten kwetsbaar maakt zodra ze afhankelijk worden van gearriveerde collega’s.

Dat blijkt ook uit de klachten van de zeven vrouwen die Adams in de NYT beschuldigen van seksueel machtsmisbruik. Hun getuigenissen vertonen duidelijke overeenkomsten. Adams zocht contact met jonge zangeressen, beloofde hun allerlei vormen van muzikale samenwerking, waaronder een optreden in zijn shows, maar vroeg daar seksuele gunsten voor terug.

De FBI onderzoekt vooral zijn relatie met een bassiste, die op 13-jarige leeftijd met hem in contact kwam. Ze hebben elkaar nooit ontmoet, maar wel erotisch verkeer via sms en skype gehad. Mogelijk heeft Adams zich aan een strafrechtelijk vergrijp jegens deze minderjarige schuldig gemaakt.

Bijzonder is ook de klacht van zijn ex-vrouw, de zangeres Mandy Moore, die van 2009 tot 2016 met hem getrouwd was en nu beweert dat hij haar mentaal misbruikt heeft. „Hij zei altijd dat ik geen echte muzikant was omdat ik geen instrument bespeel.” Onvermijdelijke vraag: waarom heeft ze dat zeven jaar lang willen aanhoren?

In de reactie van Adams welt enig schuldgevoel op, genoeg om te vermoeden dat hij ook schuldig ís. Hij tweette: „Ik ben geen volmaakte man en ik heb veel fouten gemaakt. Aan iedereen die ik pijn heb gedaan, hoe onopzettelijk ook, bied ik mijn excuses aan, welgemeend en zonder terughouding.”

Het is de vraag of berouw hem nog veel zal helpen. Universal, zijn platenmaatschappij, wil zijn nieuwste plaat voorlopig niet uitbrengen. Liefhebbers van zijn muziek likken hun wonden, ik ook, maar ik moet bekennen dat ik bij het afstoffen van zijn cd’s toch weer zin kreeg in een van zijn gevoelige (!) songs. Vooruit maar: I Love You But I Don’t Know What To Say.