Palestijnen terug in grotwoningen als daad van symbolisch verzet

Westelijke Jordaanoever Met de moed der wanhoop pogen sommige Palestijnen zich te verzetten tegen de aanhoudende schendingen van hun rechten.

Palestijnse vrouwen met water dat ze hebben gehaald bij de familiewoning in het dorp Yatta.
Palestijnse vrouwen met water dat ze hebben gehaald bij de familiewoning in het dorp Yatta. Foto Abed al Hashlamoun/EPA

‘Wil je onze grot zien?” Malak Hassan Abu Aram (13) en haar nichtje Doaa (12) huppelen over gras, grind en brokken natuursteen naar hun pas opgeknapte woonruimte. De ijzeren deur staat open, binnen zijn de golvende wanden vers gewit. Voor het eerst in vijftien jaar komen in het Palestijnse dorpje Al-Rakeez weer mensen wonen.

Het opknappen van de grotwoningen is vooral een daad van symbolisch verzet. Wie zich niet verzet, loopt de kans steeds verder verdreven te worden. De laatste bewoners van Al-Rakeez trokken in 2004 naar het naburige stadje Yatta, onder druk van het Israëlische leger, uitdijende nederzettingen en zware leefomstandigheden.

Hoe is het om te leven in Hebron? Veel Palestijnse bewoners voelen zich steeds meer belegerd in de stad

De Palestijnse dorpjes ten zuiden van Hebron zijn omringd door Israëlische nederzettingen. Kinderen worden dagelijks naar school begeleid door internationale activisten omdat ze bang zijn anders aangevallen te worden. In het gebied, waar Israël de dienst uitmaakt, mogen Palestijnen geen nieuwe huizen bouwen. Elke tent of put wordt geregistreerd; zodra er iets bijkomt, ligt er een sloopbevel. Bijna elk gezin heeft wel een rechtszaak lopen omdat Israël dreigt landbouwgrond in te nemen.

Status quo

Op de openingsceremonie van de grotwoningen zingen kinderen nationalistische liederen, er worden namen genoemd van instanties die het project steunen en er komt zelfs een minister van de Palestijnse Autoriteit opdraven. „We gaan niet weg van onze grond”, echoën de aanwezigen. Het is echter de vraag hoe aantrekkelijk de gerenoveerde grotten in de praktijk zijn. De waterput werkt, maar op zonnepanelen, te leveren door een Israëlische ontwikkelingsorganisatie, wordt nog gewacht. Scholen en ziekenhuizen zijn moeilijk bereikbaar.

Het is voor veel Palestijnen een dilemma: blijf je je verzetten tegen de voortdurende schendingen van je rechten van Israëlische kant, of berust je in de status quo?

Weerstand bieden kost vaak meer dan het oplevert. Ten eerste is er geen uitzicht op structurele verandering. Afgelopen jaar groeide het aantal Joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever opnieuw. Volgens een VN-rapport nam het geweld tegen Palestijnen in 2018 met 69 procent toe vergeleken met het jaar ervoor. Wat wordt opgebouwd, wordt vaak net zo hard weer afgebroken; Israël nam onder meer door Nederland gefinancierde zonnepanelen in beslag en sloopte met Europees geld gebouwde schooltjes en watertanks.

Ten tweede lopen actievoerders grote persoonlijke risico’s. Bij de wekelijkse demonstraties die sommige dorpen houden, vallen met enige regelmaat doden of gewonden. Ook arrestaties zijn aan de orde van de dag. Bovendien zijn de tienduizenden Palestijnen die in de nederzettingen en in Israël werken, bang om hun werk- of reisvergunning kwijt te raken en daarmee het gezinsinkomen op het spel te zetten. „Ik ben al zeven keer opgepakt om dit soort activiteiten”, vertelt Suleiman Salam Adra van het lokale actiecomité. „In Israël werken kan ik sowieso vergeten.”

De Palestijnse familie al-Hawamdeh woont in een grotwoning in de buurt van Yatta.
Foto Abed al Hashlamoun/EPA

Steun voor verzet

Veel mensen kiezen er dan voor zich stil te houden en te hopen dat de persoonlijke schade beperkt blijft. Bij betogingen zie je ouderen en tieners, mannen in de werkende leeftijd blijven weg. Mensenrechtenorganisaties kunnen mensen niet meer overtuigen om bij misstanden klachten in te dienen, omdat ze alleen maar negatieve gevolgen ondervinden. En terwijl de Palestijnse Autoriteit oproept tot boycots, gaan Palestijnen shoppen in Israëlische supermarkten.

Hoewel de leiders in Ramallah geen gelegenheid voorbij laten gaan om hun gezicht te laten zien bij dit soort acties, voelen mensen weinig steun van de Palestijnse Autoriteit. Volgens een recente opiniepeiling van het Palestinian Center for Policy and Survey Research (PSR) ziet meer dan de helft van de bevolking de regering onder leiding van president Mahmoud Abbas als een last, en vindt 80 procent de overheidsinstellingen corrupt. Al steunt 61 procent van de ondervraagden geweldloos verzet, slechts 23 procent denkt dat het de meest effectieve manier is om tot een Palestijnse staat te komen. De steun voor gewapend verzet groeit.

Lees ook over Palestijnen die werken voor Israëlische bedrijven in bezet gebied

Toch blijven er steeds nieuwe initiatieven ontstaan, van sit-ins en olijfboomplantacties tot een digitaal archief en een circusfestival. Ondanks de algemene uitzichtloosheid worden af en toe kleine successen behaald. Zo werd de ontruiming en sloop van bedoeïenendorp Khan el-Ahmar na internationale druk tot nader order uitgesteld. Ook het dorpje Susya, al decennia met evacuatie bedreigd, houdt mede dankzij voortdurende acties nog steeds stand. Volgens activist Salam Adra is actievoeren nu makkelijker dan tien jaar geleden. „Als er ’s nachts kolonisten op je deur klopten, stond je alleen. Nu appen we elkaar en staan er zo honderd man klaar om te helpen.”

Door de grotten opnieuw bewoonbaar te maken, hoopt het lokale actiecomité mensen terug te krijgen naar het verlaten gehucht. In dit deel van de Westelijke Jordaanoever is het niet ongebruikelijk dat mensen in grotten wonen. „Nu hebben vier families een opgeknapte grotwoning, maar vier andere families hebben al gezegd dat ze ook terugkomen zodra de zonnepanelen er zijn”, zegt Salam Adra.