‘Meisjes Goede Herder genadeloos uitgebuit’

Interview Jan van Dijk, hoogleraar victimologie De overheid is medeverantwoordelijk voor dwangarbeid, zegt hoogleraar victimologie Jan van Dijk van Tilburg University.

Voorwerpen in het Museum van de 20ste eeuw, genoemd in interviews met de meisjes van de Goede Herder.
Voorwerpen in het Museum van de 20ste eeuw, genoemd in interviews met de meisjes van de Goede Herder. Foto’s Merlijn Doomernik

De katholieke zusters van de Goede Herder hebben zich schuldig gemaakt aan jeugddwangarbeid en mensenhandel door minderjarige meisjes systematisch op te sluiten en uit te buiten. De Nederlandse overheid is daar medeverantwoordelijk voor omdat die bekend was met de praktijken en ze toestond.

Dat concludeert hoogleraar victimologie Jan van Dijk van Tilburg University in een advies aan het Vrouwenplatform Kerkelijk Kindermisbruik. Dat is de lotgenotenorganisatie die zich sterk maakt voor de vrouwen die als meisje dwangarbeid gedaan hebben in de ‘liefdesgestichten’ van de Goede Herder.

Tussen 1860 en 1978 hebben zeker 15.000 meisjes en vrouwen in Nederland dwangarbeid verricht in wasserijen en naaiateliers van de zusters in Tilburg, Zoeterwoude, Almelo en het Gelderse Velp. Dat bleek vorig jaar uit onderzoek van NRC.

De zusters kwamen begin deze eeuw al in Ierland in opspraak wegens de uitbuiting van meisjes in wasserijen. De Ierse regering liet onderzoek doen, erkende schuld en betaalde compensatie. In Nederland weigert minister Dekker (Rechtsbescherming, VVD) dit.

In stilte werkten duizenden meisjes gedwongen in wasserijen en naaiateliers van kloosters. Het verwoestte hun jeugd. Lees onze productie over de meisjes van de Goede Herder

Van Dijk benadrukt dat ook volgens de regels van destijds strafbare feiten zijn gepleegd. Het opsluiten van de meisjes, hun gedwongen en onbetaalde tewerkstelling en de straffen bij werkweigering waren een schending van het door Nederland in 1930 ondertekende verdrag van de internationale arbeidsorganisatie ILO. Dat was een agentschap van de Volkerenbond, en nu van de Verenigde Naties.

Ook volgens Nederlandse jurisprudentie was er jeugddwangarbeid, concludeert Van Dijk. De tewerkstelling van minderjarige pupillen levert naar huidige maatstaven een misdrijf op. „Ze werden immers jaren achtereen gehuisvest met de bedoeling ze voor zestig uren of meer per week zonder betaling arbeid te laten verrichten.” De congregatie nam werk van derden aan en behaalde „grote geldelijke winsten”. De zusters overtraden ook de Leerplichtwet, waar de overheid eveneens niet tegen optrad.

Hoe komt u tot uw conclusies?

„Ik heb onder meer het relaas bestudeerd van de veertig vrouwen die zich gemeld hebben bij de lotgenotenorganisatie. Mij was na een halfuurtje lezen duidelijk dat er een systeem achter zat. Ze moesten allemaal zes dagen per week negen uren per dag werken onder hardvochtige omstandigheden. Daar zijn geen uitzonderingen op. Dat de praktijken er waren staat als een paal boven water.”

Dat was al in het buitenland bekend?

„Precies, door dezelfde congregatie. Het was een internationaal toegepast businessmodel van die zusters. Ze richten zich overal op dezelfde groep van zwakke meisjes. Die werden genadeloos uitgebuit, jarenlang.”

Ook als je het toetst aan de normen van destijds?

„Juridisch gezien is het begrip dwangarbeid al in 1930 vastgelegd in een internationaal verdrag dat Nederland heeft ondertekend. Dat is nog steeds de internationale standaard. Je mag niemand onvrijwillig aan het werk zetten onder bedreiging van straf. Ook Nederland had zich daar aan moeten houden. Dat is evident.”

De overheid is ook verantwoordelijk?

„Zonder meer. De overheid plaatste meisjes via Kinderbescherming of rechter. Wie ontsnapte werd teruggebracht door de politie. De overheid erkende eerder al verantwoordelijkheid voor seksueel misbruik in de jeugdzorg, en betaalde schadevergoedingen. Het is ondenkbaar dat de overheid dat niet ook doet voor jeugddwangarbeid. Dat was systematisch en gebeurde onder toeziend oog van de overheid.”

Wat moet er gebeuren met uw advies?

„Dekker dient snel een adviescommissie op te zetten, met twee vragen: wat is er gebeurd en welke regeling moet er komen? Het moet niet nog heel lang duren. De slachtoffers zijn oud. Het lijkt mij een slecht scenario als dit nog jaren gaat duren.”

Woensdag praat de Tweede Kamer met minister Dekker over de kwestie.

    • Joep Dohmen