Opinie

Mantelzorg moet voortkomen uit vrije keuze, niet uit plichts- of schuldgevoel

Commentaar

Mantelzorg verwijst, zie de bijbelse mantel der liefde, naar de zorg waarmee een familielid of andere nauwbetrokkene iemand omringt die hulp nodig heeft. De suggestie is 'genegenheid' en 'onbaatzuchtig goed doen' en dat klopt – totdat die ‘mantelzorg’ het resultaat is van een zogeheten ‘keukentafelgesprek’ met een ‘wijkteam’ van de gemeente dat komt uitvissen of er iemand voorhanden is die de hulpbehoevende gratis kan verzorgen. Of totdat die mantelzorg meer dan acht uur per week in beslag neemt. Of gecombineerd wordt met een volle baan.

Maar mantelzorg moet. Het is beleid. In de Troonrede van 2013 verklaarde koning Willem-Alexander de verzorgingsstaat passé. Hij kondigde de participatiesamenleving aan. Met zelfredzame burgers die tot op hoge leeftijd thuis blijven wonen. Met mantelzorgers die behulpzaam zijn, van huishoudelijk werk tot dagbesteding tot lichamelijke of zelfs verpleegzorg.

Dat mantelzorgers amateurs zijn en bepaalde hulp thuishoort in het domein van professioneel opgeleide krachten werd over het hoofd gezien. Voor een ander zorgen kan toch iedereen? Dat doe je graag, zeker als het een geliefde of goede bekende betreft.

Maar de werkelijkheid voegde zich niet erg soepeltjes naar dat vergezicht uit het kabinet-Rutte II. In Nederland verlenen 4,4 miljoen mensen zorg aan iemand uit hun omgeving en 10 procent van hen is structureel overbelast, concludeerden vorig jaar het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Planbureau voor de Leefomgeving. Moet er een familielid met dementie verzorgd worden dan vertoont bijna 40 procent van de hulpverleners zelfs symptomen van depressie. Bovendien, stelt het SCP in weer een recenter rapport, zijn werk en intensieve mantelzorg maar slecht te combineren. Anderzijds, wie mantelzorg wil weigeren, moet een harde kop hebben en vooral geen last van schuldgevoel.

Wie moet die hulp bieden? Nu zijn er vijftien potentiële mantelzorgers voor iedere hoogbejaarde. Dat aantal daalt snel door de vergrijzing. Die reduceert enerzijds het aantal mensen dat in staat is hulp te geven en jaagt anderzijds het aantal hulpvragenden op.

Een van de architecten van die participatiesamenleving was Jet Bussemaker (PvdA) als staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport in Balkenende IV. Nu is ze hoogleraar en komt ze daarvan terug. „Achteraf gezien waren we te optimistisch”, zegt ze in een interview met NRC. Ze ziet in wat velen in het veld al vreesden: nogal wat mensen ontbreekt het aan een netwerk. Of ze raken met hun potentiële mantelzorgers verstrikt in een complexe bureaucratie die door marktwerking wordt bepaald.

Bussemakers inzicht is laat en wrang. Nederlandse ouderen en anderszins hulpbehoevenden zitten mede dankzij haar nu met een gebrek aan – want wegbezuinigde – professionele hulpkrachten in een systeem van onprofessionele hulp en afgedwongen participatie.

Mantelzorg werkt alleen als het een keuze is. Zorgen voor een onwillige vader is emotioneel zwaar. Verschoond worden door een buurvrouw die lief is maar die je liever niet toelaat tot je lichaam, is geen oplossing. Hulp bieden uit puur plichtsbesef is wreed – het veroordeelt de hulpvragende tot the kindness of strangers. Die is dan beter af met professionele hulp. Op maat. Te organiseren en te geven door een, daadkrachtig georganiseerd, netwerk van hulpverleners.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.