Opinie

Je bent depressief geweest en rijdt in een auto. Mag dat?

De manier waarop het CBR rijgeschiktheid bij psychische klachten vaststelt is ongefundeerd, schrijft .

Hoofdkantoor CBR
Hoofdkantoor CBR Foto Pieter Franken/ANP

Mensen met een psychische aandoening die daar bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) melding van maken, kunnen hun rijbewijs lang kwijtraken. Dat merkte zangeres Aafke Romeijn recent toen haar rijbewijs werd ingetrokken omdat zij haar depressie uit 2012 eerlijk aan het CBR had gemeld bij de aanvraag van een aanhangerrijbewijs. Het leidde terecht tot verontwaardiging en veel meldingen van mensen die er ook mee te maken hebben gekregen. Veel opvallender is dat niet eerder ophef is ontstaan over hoe het CBR omgaat met psychische klachten en rijgeschiktheid. Het is voor betrokkenen én professionals een doolhof: als je er eenmaal in zit kom je er maar moeilijk weer uit. Zelf heb ik dat ook gemerkt toen ik jaren terug keuringen verrichtte voor het CBR.

Wie een rijbewijs wil halen, vult voor het praktijkexamen afgelegd wordt een Gezondheidsverklaring in. Je bent daarbij niet wettelijk verplicht om psychische klachten te melden. Het doorgeven van veranderingen in de psychische gezondheid is op zijn hoogst een morele verplichting. Het CBR is dus afhankelijk van de kennis, het verantwoordelijkheidsgevoel en de eerlijkheid van de bestuurder. Dat maakt het al tamelijk oneerlijk: wie eerlijk is, krijgt mogelijk de deksel van keuringen en rapporten op zijn neus, met alle kosten van dien. Hoeveel mensen zich melden is ook nog eens niet bekend. Er zijn geen cijfers over hoe goed de huidige wetgeving in de praktijk wordt nageleefd of hoeveel ‘psychiatrische’ keuringen er jaarlijks zijn.

Er is wetenschappelijk ook erg weinig bekend over rijgeschiktheid en psychiatrische aandoeningen. De zogeheten ‘Regeling eisen geschiktheid 2000’ meldt zelf dat „er nog altijd betrekkelijk weinig epidemiologische gegevens zijn over de relatie tussen de gezondheidstoestand van verkeersdeelnemers en het veroorzaken van verkeersongevallen.” De geschiktheidseisen bij psychiatrische aandoeningen worden dus bepaald door common sense en niet door wetenschap.

Geen wetenschappelijke basis

Dat zie je terug in de termijnen waarop iemand weer rijgeschikt verklaard wordt die voor verschillende psychiatrische aandoeningen aangehouden worden. Psychiater Eline van Otterdijk inventariseerde: geen ongeschiktheid bij angststoornissen, een termijn van vijf jaar bij depressie en een ‘lichte’ waanstoornis, en zes maanden bij schizofrenie ‘mits ziekte-inzicht en geringe negatieve symptomen’. Er is voor deze termijnen geen goede wetenschappelijke basis.

Tot slot is onbekend hoe valide het specialistische oordeel van een psychiater over iemands rijgeschiktheid is. Kan een psychiater in een korte tijd – vaak een of twee gesprekken – goed inschatten welke klachten nog een rol spelen en in hoeverre die van invloed zijn op de rijvaardigheid? Misschien lukt dat, maar misschien ook niet, daar weten we eigenlijk weinig van. Bovendien: waarom zou iemand eerlijk zijn over zijn psychische gezondheid als zijn rijbewijs op het spel staat?

Het is kortom niet zo gek dat er verwarring is bij patiënten en artsen in de psychiatrie over rijgeschiktheid. Het is zonder meer logisch dat er eisen gesteld worden aan iemands rijgeschiktheid. Maar deze eisen zouden redelijk moeten zijn, doelmatig, en vooral in proportie met het eventuele gevaar. Dat is nu niet zo. De huidige praktijk treft vooral eerlijke patiënten die vervolgens te maken krijgen met bureaucratische rompslomp en hoge kosten. Het is aan het CBR en de minister van Verkeer om hier iets aan te doen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.