Recensie

Recensie Theater

De engelen van ‘Requiem’ overdonderen met expressiviteit

In deze nieuwe dodenmis van Gavin Bryars creëert de dynamiek van de bewegingen – groot, helder, extreem uitgestrekt – een opmerkelijk levendig beeld.

‘Requiem’ is de meest eloquente belichaming van choreograaf David Dawsons idee dat dans ‘de taal van engelen is’.
‘Requiem’ is de meest eloquente belichaming van choreograaf David Dawsons idee dat dans ‘de taal van engelen is’. Foto Hans Gerritsen

Ze zijn overdonderend, de hemelse heerscharen in Requiem, de nieuwe choreografie dat ‘associate choreographer’ David Dawson voor Het Nationale Ballet maakte. Na de solo Citizen Nowhere, fantastisch uitgevoerd door Edo Wijnen, spoeden negentien dansers zich keer op keer extatisch, met wijd uitgespreide ‘vleugels’ over het toneel van het Muziektheater. De spiegels aan weerszijden van het toneel versterken die warreling van lichamen in nauwsluitend kostuums waarin gesluierd goud, zilver of brons doorschemert. In deze nieuwe dodenmis van Gavin Bryars creëert de dynamiek van hun bewegingen – groot, helder, extreem uitgestrekt – vaak een opmerkelijk levendig beeld. Soms van verlies en afscheid, zeker, maar vooral van liefde, steun en vertroosting.

Requiem is zo de meest eloquente belichaming van Dawsons idee dat dans ‘de taal van engelen is’. Het stuk wordt bovendien opgetild door Bryars’ prachtig tussen klassiek en hedendaags zwevende compositie, mooi gespeeld door Het Balletorkest en uitstekend gezongen door de zangers van De Nationale Opera. Opvallend is de sterke ruimtelijke organisatie, met ‘getitreerde’ opkomsten, dansersgroepen die in één vloeiende penseelstreek een halve cirkel vormen, en duetten die zich organisch vermenigvuldigen en het toneel bezetten. De meermalen terugkerende ‘drievuldigheid’ van de uitstekende Sasha Mukhamedov, James Stout en de ontwapenende Joseph Massarelli dient als steunpilaar onder dit complexe choreografisch bouwwerk, dat Dawson aankleedt met zorgvuldig geconstrueerde groepssculpturen die zo uit de klassieke beeldhouwkunst lijken weggezweefd.

Het ballet overstijgt de wat ijdele en demonstratieve hyperelegantie die in andere werken van de choreograaf vaak afbreuk doet aan de spirituele kwaliteit. Hier valt die geëxalteerde expressiviteit op zijn plaats. De heldere lijnen verlenen ordening aan de drukke engelenactiviteit, en er zijn ook kleine momenten van verstilling waarin bijna niets gebeurt, bijvoorbeeld in een kleiner bezet deel voor vrouwen. Het verleent ritme en reliëf aan het geheel. Requiem is Dawsons beste werk tot nu toe.