Ook voor de waterschappen valt er heus wat te kiezen

Lage opkomst De waterschapsverkiezingen zijn het zorgenkindje van de Nederlandse democratie. Een nieuwe stemhulp moet kiezers richting geven.

Waterschap Reest en Wieden bij Vollenhove
Waterschap Reest en Wieden bij Vollenhove Foto Piroschka van de Wouw/ANP

Hoe belangrijk zijn de waterschappen? Moeten ze zich nog actiever bemoeien met de gevolgen van klimaatverandering? Of moeten waterschappen zich beperken tot de huidige wettelijke kerntaken: zorgen voor veiligheid en voor voldoende en schoon water?

Dat is het belangrijkste thema van de waterschapsverkiezingen, die over een maand worden gehouden, tegelijk met de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Maandag is de campagne van start gegaan voor de verkiezingen in de 21 waterschappen die Nederland rijk is. Er doen gemiddeld twaalf partijen mee. Ze dingen naar zetels in het algemeen bestuur, dat meestal bestaat uit zo’n dertig leden.

Verkiezingen voor de waterschappen staan bekend als het zorgenkindje van de Nederlandse democratie. De opkomst is doorgaans laag; weinig burgers weten wat waterschappen precies doen, laat staan dat ze weten wat de verschillen zijn tussen de deelnemende partijen en op welke partij ze moeten stemmen.

Luister ook podcast Haagse Zaken over de verkiezingen voor de waterschappen en de Provinciale Staten

Wie worstelt met deze vragen, kan sinds maandag terecht op een website met stellingen, www.mijnstem.nl, gebaseerd op een analyse van de programma’s van de partijen. Je wordt daar geconfronteerd met stellingen als: ‘Als waterschap geld investeren in de bouw van windmolens’, of: ‘Inwoners subsidie geven om hun tuin tegelvrij te maken’, of: ‘Alleen mensen met kennis van zaken toelaten tot het waterschapsbestuur’. Deze ‘stemhulp’ laat zien welke partij het beste bij jouw standpunten past.

Amsterdamse queerpartij

„Ik denk dat er iets te kiezen valt”, zegt Rogier van der Sande, dijkgraaf van het hoogheemraadschap van Rijnland in Leiden en voorzitter van de Unie van Waterschappen. „Anders dan bij het Rijk, de provincies of gemeenten kun je bij ons niet het belang van natuur afwegen tegen het minimabeleid – bij ons is alles water. Maar hoeveel tijd, geld en moeite wil je besteden aan de kwaliteit van water? De helft van ons geld gaat op aan het zuiveren van afvalwater. En moeten waterschappen zelf energie opwekken? Wat zijn de tarieven in de belastingen voor waterschappen? Dat zijn drie topics die niet gaan over dijken, maar waarover verschillend wordt gedacht. Laat mensen daarover beslissen.”

Wie binnenkort de oproepkaart voor de verkiezingen binnen krijgt, kan in verwarring raken door de variëteit aan partijen. Er staan landelijk bekende partijen op, zoals VVD, CDA en PvdA, maar ook landelijke partijen die alleen aan de waterschapsverkiezingen meedoen, zoals Water Natuurlijk, dat wordt gesteund door D66, GroenLinks en natuurorganisaties. Verder heeft zich een veelheid aan lokale of regionale partijen gemeld, van Betaalbaar Water in het noorden tot Queer, dat zich in Amsterdam sterk maakt voor onder meer de acceptatie voor homo’s, lesbiennes, biseksuelen, transgenders en interseksuelen. Ook present: Forum Duurzaam Effectief Waterschap van Hans Bremer, de Amsterdammer die zich in 2004 in zestien waterschappen kandidaat stelde en werd veroordeeld wegens het vervalsen van vereiste handtekeningen.

Om de waterschappen te leiden hebben we ingenieurs nodig. Geen knalgroene antroposofen, schrijft Jaffe Vink.

Geborgde zetels

Behalve over de rol van waterschappen bestaat verschil van inzicht over de hoogte en de verdeling van de tarieven in de belasting die de waterschappen heffen. Moet mensen met een minimuminkomen de belasting worden kwijtgescholden? Moet wie veel oppervlaktewater verbruikt veel meer belasting betalen dan andere verbruikers? Ook zijn er meningsverschillen over het democratische gehalte van het algemeen bestuur van waterschappen – dat bestaat namelijk voor een kwart uit geborgde zetels. Die worden bezet door vertegenwoordigers van boeren, van bedrijven, en van natuurbeheerders. Deze groepen zijn bij verkiezingen niet zeker van een vertegenwoordiging maar zijn voor hun inkomsten wel afhankelijk van het werk van waterschappen. De wetgever achtte een directe vertegenwoordiging daarom gepast – maar is zo’n systeem nog wel van deze tijd?

De opkomst van de waterschapsverkiezingen was vier jaar geleden iets lager dan die voor de provincies, en bedroeg ruim 43 procent. Die verkiezingen werden toen net als nu gezamenlijk gehouden. De opkomst in maart zal ongetwijfeld invloed hebben op de vraag of de waterschappen, de oudste bestuurslaag van Nederland, een grotere rol moeten krijgen, of niet.