Zal India zich laten provoceren?

Aanslag in Kashmir Sinds de aanslag donderdag loopt spanning tussen India en Pakistan op. Premier Modi staat in de campagnestand.

Familieleden van Mahesh Yadav rouwen in Tudihar Allahabad, een plaats in de Indiase deelstaat Uttar Pradesh. Yadav is een van de veertig doden die vielen bij de aanslag van donderdag.
Familieleden van Mahesh Yadav rouwen in Tudihar Allahabad, een plaats in de Indiase deelstaat Uttar Pradesh. Yadav is een van de veertig doden die vielen bij de aanslag van donderdag. Foto Rajesh Kumar Singh/ AP Photo

Een scenario dat al weken Indiërs in drommen naar de bioscoopzaal trekt, heeft met een bloedige klap zijn weg teruggevonden naar de realiteit. Bioscoopgangers zien in Uri: the surgical strike hoe Indiase commando’s de grens met Pakistan overtrekken om wraak te nemen voor een terreuraanslag op een Indiase legerbasis in Kashmir. Een gedramatiseerde weergave van een gebeurtenis uit 2016 . Met 19 doden was dit een van de ergste aanvallen op Indiase veiligheidsdiensten in een regio die door India en Pakistan wordt geclaimd.

Tot afgelopen donderdag.

Een auto met explosieven reed in op een konvooi van paramilitairen in het door India bestuurde deel van Kashmir. Zeker 40 agenten kwamen hierbij om, verwacht wordt dat dit aantal nog zal oplopen. Maandag brak op dezelfde plek een voorgevecht uit tussen een speciale legereenheid en militanten. Lokale media melden dat daarbij nog eens zeven doden zijn gevallen, onder wie vier soldaten en een burger.

De aanslag werd opgeëist door een oude bekende: Jaish-e-Muhammad, een terreurorganisatie in Pakistan die volgens India ook achter de aanslag in Uri zat. Net als toen zint India nu op wraak. Niet alleen op Jaish, maar ook op Pakistan, die volgens de Indiase regering vrij baan aan de terreurgroep geeft om India aan te vallen (Pakistan ontkent dit). In een tv-toespraak vrijdag beloofde premier Narendra Modi met een „passend antwoord” te komen en richtte zich indirect tot Pakistan. „Onze buurman verkeert in een staat van illusie als zij denkt dat zij India kan demoraliseren en destabiliseren met haar lafhartige acties.”

Bekijk ook deze fotoserie van de begrafenissen van militanten in Kashmir

Verkiezingen

De vraag is nu: Hoe ver is de regering bereid te gaan? India gaat in mei naar de stembus. Modi en zijn Bharatiya Janata Partij (BJP) liggen onder vuur wegens een gebrek aan banen, omvangrijke corruptie en de vele boeren die in de schulden zitten. Dat kostte Modi’s partij onlangs al lokale verkiezingen. Hard terugslaan naar Pakistan biedt de premier de kans zijn hindoe-nationalistische achterban opnieuw voor zich te winnen.

De eerste klappen zijn al uitgedeeld. Een speciale economische status die Pakistan genoot is geschrapt, en exporttarieven zijn met 200 procent verhoogd. Ook is de beveiliging van meerdere separatistenleiders ingetrokken. Voor de massa’s woedende Indiërs die de afgelopen dagen de straat op gingen is dat alleen niet genoeg. Zij eisen militair ingrijpen, net als in 2016. Pakistan heeft toen niet gereageerd op de Indiase precisieaanvallen in het Pakistaanse deel van Kashmir.

Sterker nog: ze ontkent dat deze hebben plaatsgevonden. „Dat gaf India de kans de overwinning te claimen”, zegt Happymon Jacob, docent aan de Jawaharlal Nehru Universiteit in Delhi. Onlangs verscheen zijn boek Line on fire over het grensgebied dat Kashmir verdeelt tussen India en Pakistan.

Die ‘overwinning’ heeft zich eerder voor de BJP uitbetaald, onder meer in Uttar Pradesh waar kort daarna deelstaatsverkiezingen plaatsvonden. Maar wat als Pakistan dit keer bij een eventuele aanval wel terugslaat, vraagt Jacob.

„Als ze dat wel doen, móet India weer reageren. Dan dreigt een escalatie, want in een verkiezing telt alleen een overwinning die compleet is”, zegt hij. „En we hebben het hier over twee nucleaire machten.”

Daarbij, zegt de onderzoeker, door zich blind te staren op Pakistan, ontkent de regering het echte probleem: het geweld in Kashmir is al lang niet meer voorbehouden aan buitenlandse militanten.

Indiase politieagenten lopen een patrouille in Jammu, op zondag.

Foto Channi Anand/AP

De dader van de aanslag op donderdag, de 19-jarige Adil Ahmed Dar, groeide op vlakbij de plek waar hij zijn auto in het konvooi reed. Jacob: „Dit was een lokale jongen die met een lokale auto en waarschijnlijk lokaal gefabriceerde explosieven een aanslag pleegde.”

Kwaad bloed

Deskundigen als Jacob waarschuwen al lange tijd dat het beleid van de huidige regering in Kashmir – dat dialoog inruilde voor hard optreden – kwaad bloed zet bij de lokale bevolking en de jeugd in de armen drijft van terreurgroepen als Jaish-e-Muhammad. Vooral vanwege het gebruik van zogenaamde pellet guns door de paramilitairen: wapens die een regen van kleine stukjes ijzer afvuren en die talloze Kashmiri’s blind hebben gemaakt

Hun waarschuwingen worden gestaafd door officiële statistieken. Het aantal terroristische incidenten in Kashmir nam sinds 2014 flink toe, van ruim tweehonderd naar meer dan zeshonderd in 2018. In diezelfde tijd verdubbelde het aantal gedode terroristen van 110 naar 257. Van hen zijn er steeds meer van eigen bodem, zegt Jacob.

De protesten onder de lokale jeugd verhevigden vooral na de dood van Burhan Wani, een lokale militantenleider van amper 22, kort voor de aanslag bij Uri. Zijn begrafenis trok duizenden mensen. Hetzelfde gebeurde bij de ‘martelaren’ die hem volgden.

Tegen de Indiase website Scroll vertelde de vader van de 19-jarige Dar dat zijn zoon ook bij die protesten aanwezig was. Zijn wapen in die tijd: stenen die hij naar de paramilitairen gooide.

Vorig jaar sloot hij zich aan bij Jaish. In een videoboodschap die kort na de aanslag door de terreurgroep werd vrijgegeven, zegt een met wapens behangen Dar: „Jullie onderdrukking voedt onze Jihad.”