Opinie

Waarom Rutte over Europese defensie begon

In Europa

In Zürich zei premier Rutte deze week dat Europa meer streetwise moet zijn. Minder naïef, realistischer. Zeventig jaar lang was het, onder de Amerikaanse veiligheidsparaplu, makkelijk om principieel te doen en ons morele gelijk te claimen. Nu wordt die paraplu ingeklapt. Europa kan niet echt meer op Amerikaanse protectie rekenen. Het moet op eigen benen leren staan, zei Rutte. Niet door een Europees leger te bouwen, wel door een sterke Europese defensiepoot binnen de NAVO op te zetten.

Hij drukte zich nog voorzichtig uit. Als er nu een NAVO-land wordt aangevallen, weet men in de hoofdsteden, is de kans klein dat de NAVO in actie komt. President Trump zaait volop twijfel over zijn actiebereidheid. Mochten de Amerikanen wél komen, dan duurt het zeker een maand voor er troepen ter plaatse zijn. Artikel 5 van het verdrag, waarin staat dat een aanval op één lidstaat als een aanval op allen wordt beschouwd, is eigenlijk een dode letter. Als dit wordt getest, betekent dat het eind van de NAVO.

Fijn vooruitzicht voor Europa, in een tijd waarin Amerikanen, Russen, Chinezen en anderen zich als dollen bewapenen – niet alleen met conventionele, maar ook met kernwapens. Iedereen doet aan die race mee, behalve Europa. Zeventig jaar lang zorgde Amerika voor onze veiligheid. Wij bouwden verzorgingsstaten, werden rijk en probeerden betere mensen te worden. Dat is gelukt: Europeanen zijn de grootste pacifisten op aarde. Make trade, not war.

Nu, dertig jaar na dato, begrijpen Europeanen eindelijk wat er in 1989 gebeurde: de muur was nog niet om, of de eerste Amerikaanse troepen verhuisden naar Azië. Europa was geen prioriteit meer.

Otto von Habsburg, de zoon van de laatste Habsburgse keizer Karl, legde in 2007 in het boek Le Nouveau Défi Européen (gesprekken met de Franse journalist Jean-Paul Picaper) uit dat Amerika ons tijdens de Tweede Wereldoorlog niet alleen te hulp schoot om Hitler te verslaan, maar vooral om het communisme te stoppen. Pas toen ze in Washington doorkregen dat het Rode Leger half Europa ging bezetten, kwamen ze echt in actie. Vraag: wat is er anno 2019 voor nodig om te zorgen dat de Amerikanen alsnog Europa blijven beveiligen?

Von Habsburg, die jaren Europarlementariër was en in 2011 overleed, was gefascineerd door Europese defensie. Hij zag een parallel met het Habsburgse leger, waarin diverse naties óók samenwerkten aan veiligheid. Multinationale legers kunnen zichzelf best verdedigen, zei hij: een aanval van buiten kweekt collectieve motivatie, solidariteit. Maar samen in de aanval gaan, dat werkt niet. De drive ontbreekt. De één wil dit, de ander dat.

Al in 2007 pleitte Von Habsburg voor Europese defensie. Vanwege Rusland. Hij zag hoe Amerika zich op Azië concentreerde, terwijl Poetin maniakaal in defensie begon te investeren. Hij voorzag een gevaarlijk vacuüm omdat de Amerikanen Europa niet zomaar te hulp zouden schieten, zoals in de Tweede Wereldoorlog. Rusland is volgens hem „de laatste koloniale macht ter wereld”: China is uit op materieel gewin, Rusland aast op gebied: op de Kaukasus, en aan de Middellandse Zee. Maar Von Habsburgs pleidooien waren aan dovemansoren gericht.

De directeur van de Noorse veiligheidsdienst meldde laatst dat elf Russische gevechtsvliegtuigen in 2018 een fopaanval op een noordelijke Noorse stad uitvoerden. Op het laatst zwenkten ze af. Die incidenten zijn er constant. In heel Europa. Het hoeft maar één keer mis te lopen.

Dit besef dringt eindelijk in Europa door. De centrale vraag op de Münchenconferentie voor Europese veiligheid, vorige week, luidde: als Amerika het laat afweten, kan Frankrijk dan heel Europa nucleair afdekken? En onder welke voorwaarden? Maak de borst maar nat: dit zijn de vragen die er de komende tijd toe doen.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.