Foto Bram Petraeus

‘Loyaliteit is een drijfveer die vaak wordt onderschat’

Najib Tuzani | terrorisme-expert Oud-politiechef Najib Tuzani, die in de avonduren islamitische theologie studeerde, adviseert overheden over moslimextremisme en deradicalisering. Extra belangrijk nu IS vrijwel verslagen lijkt en jihadgangers gaan terugkeren.

Een groep mannen met lange baarden en gewaden spreekt bij een winkelcentrum mensen aan. Er wordt een anonieme melding van gedaan. Bij de gemeente waar de melding binnenkomt, gaan alle alarmbellen af. Wordt er geronseld voor de jihad?

De wijkagent gaat kijken, maar wordt ook niet veel wijzer. Dus legt de gemeente de vraag voor aan Najib Tuzani: theoloog, ex-politiechef en de belangrijkste adviseur van de Nederlandse overheid op het gebied van terrorisme. Zijn adviesbureau NTA wordt dagelijks ingeschakeld om uitingen van mogelijk extremisme te duiden.

Na een blik op de foto’s van de groep mannen kan Tuzani de gemeente geruststellen. Dit zijn geen radicale moslims, maar sikhs uit India. Die dragen ook lange gewaden en baarden.

Kennis van religieuze groepen is van belang voor het herkennen en bestrijden van extremisme. Maar die kennis is schaars bij de overheid; de gemiddelde veiligheidsambtenaar heeft hooguit een cursus gevolgd waarin wat religieuze begrippen worden doorgenomen. Hoe bepaal je of iemand écht gevaarlijk is – en hoe breng je hem of haar op andere gedachten? Daarvoor wordt een beroep gedaan op externe deskundigen, zoals Tuzani. Als een van de weinige theologen kent hij de Nederlandse terrorismeaanpak van binnenuit, maar óók de doelgroep die hij met zijn islamitische kennis kan inschatten. Tuzani’s werk staat meer dan ooit in de belangstelling, gezien de verwachte spoedige terugkeer van tientallen jihadgangers uit Syrië en Irak, waar terreurbeweging IS op een haar na verslagen is.

Lees ook: Baghouz gaat vallen, maar IS kan weer terugkeren

In de vergaderzaal van zijn kantoor verschijnt de 34-jarige consultant: zwart colbert, lange baard, brede lach. Tot nu toe opereerde hij achter de schermen, maar nu zijn adviesbureau is uitgegroeid tot een bedrijf met twintig werknemers en steeds vaker optreedt als getuige-deskundige in openbare rechtszaken, vindt hij het tijd om naar buiten te treden.

Gemakkelijk gaat dat niet: vóór het interview wil Tuzani laten vastleggen dat hij niet zal ingaan op vragen over zijn werkwijze of opdrachtgevers. Bronnen van deze krant weten wel wie die opdrachtgevers zijn: de gehele anti-terrorismeketen. Het bureau helpt politie, justitie, gemeenten en reclassering bij het duiden van het gedachtegoed van mogelijke terroristen. Hiervoor krijgt het bureau toegang tot gevoelige politiedossiers.

Ook speelt NTA, volgens bronnen bekend met het onderzoek, een rol in het proces tegen de Syrische messteker Malek F. Die verwondde vorig jaar tijdens Koningsdag in Den Haag drie mensen. Volgens zijn advocaat gebeurde dat in een psychose, maar het Openbaar Ministerie (OM) stelt dat hij een terroristisch motief had. Justitie baseert zich daarbij op een rapport van NTA, waaruit zou blijken dat de Syriër is geradicaliseerd.

Verder is NTA betrokken bij de lokale aanpak van extremisten. Naast strafrechtelijke vervolging probeert de overheid deze mensen te deradicaliseren met opleidingen, banen, huisvesting, schuldhulpverlening en psychologische en theologische hulp. Onduidelijk is wat deze pogingen opleveren.

Tuzani waarschuwt voor hoge verwachtingen. „Als je denkt dat iemand door gesprekken of het krijgen van een baan afstapt van zijn overtuigingen, heeft dat meer te maken met wensdenken dan met realiteit.”

Toch is dat wel wat de overheid probeert: jihadisten deradicaliseren met praktische hulp en begeleiding. Dat werkt dus niet?

„Wat versta je onder deradicaliseren? Wanneer een extremist uit zijn netwerk wil stappen, doet de overheid er goed aan diegene te ondersteunen in het opbouwen van een nieuw leven. Dat is wat anders dan wanneer iemand weliswaar geweld afzweert, maar nog steeds vindt dat hij onderdrukt wordt en dat zijn groep met dit land in staat van oorlog verkeert. Dan past een andere aanpak: zo iemand moet je vooral in de gaten blijven houden.”

Doet Nederland dat goed?

„In vergelijking met omringende landen wel, maar het kan nog beter. In hoeverre hebben we nou écht door waar extremisten door worden gedreven? Vaak wordt aangenomen dat zij zwaar ideologisch gedreven zijn. Begrijpelijk, want zo presenteren ze zichzelf. Maar als je met ze praat, en dóórvraagt, blijft er vaak weinig van hun theologische kennis over. Dan zie je soms een puber die dingen roept om zich af te zetten, om te experimenteren. Een andere drijfveer die vaak wordt onderschat, is loyaliteit. Stel: je bent opgegroeid met een vriend en die vertrekt naar Syrië. En dan gaat je oom ook, en je neef. Wat betekent dat voor jou? Misschien ga je hen wel steunen, niet zozeer omdat je hun ideologie deelt, maar door die vertrouwensband.”

Lees ook: Hoe Amsterdam potentiële terroristen probeert bij te sturen

Tuzani kent deze dynamiek van dichtbij. Hij groeide op in de Haarlemse achterstandsbuurt Schalkwijk. Zijn ouders deden veel moeite om hun kinderen goed terecht te laten komen. Ze werden uit voorzorg ver buiten de wijk naar school gestuurd, in Zandvoort en daarna in Heemstede. Tuzani leefde in twee werelden. Op zijn volledig witte school „begon elk gesprek met de vraag uit welk land ik kwam en wanneer ik weer terug zou gaan”. In zijn eigen wijk was hij juist een van de weinige jongens die ’s avonds niet op straat wilde hangen.

Hij zag de radicalisering voor zijn ogen gebeuren. „Jongens die vonden dat we moeten emigreren naar een islamitisch land omdat het Westen moslims onderdrukt. Die onderdrukking was in hun ogen de reden dat er niks lukte in hun leven. Terwijl ze zelf hun opleiding niet hadden afgemaakt.”

Anderen kozen voor de criminaliteit. Tuzani wist dat hij daar thuis niet mee aan hoefde komen. „Mijn moeder was zich ervan bewust dat we in een wijk woonden waar dingen die niet normaal zijn, normaal worden gevonden. Zoals handel in spullen die ‘van de vrachtwagen zijn gevallen’ – zo noemden we heling. Mijn moeder zei: ‘Als jullie ooit met zoiets thuiskomen, wacht ik niet tot de politie hier is. Ik breng jullie er zelf heen.’” Toen een van de kinderen rottigheid uithaalde, maakte ze die belofte waar. Hij kwam er met een waarschuwing vanaf.

Gestimuleerd door zijn moeder, meldde Tuzani zich na de mavo aan voor de politieopleiding. Al op zijn 25ste werd hij chef van een basisteam in Utrecht. Daarna bleef hij leidinggeven; in zijn laatste functie als chef in Apeldoorn had hij 240 man onder zich. In de avonduren deed hij een opleiding islamitische theologie. Het werd een studie in de malikitische rechtsschool, een meer gematigde islamitische stroming die vooral in Marokko wordt aangehangen.

Bij de politie heerst een masculiene cultuur waar mensen die er anders uitzien zich dubbel en dwars moeten bewijzen

Intussen had de politie sinds de veroordeling van de Hofstadgroep in 2006 steeds meer terrorismezaken te doen gekregen. Tuzani werd benaderd om zich daarin te specialiseren, maar bedankte.

Waarom wilde u bij de politie geen terrorismezaken doen?

„Door je ergens in te specialiseren, loop je de kans met dat thema te worden vereenzelvigd. En met mijn migratieachtergrond… het zal geen nieuws voor je zijn dat bij de politie een masculiene cultuur heerst waar mensen die er anders uitzien zich dubbel en dwars moeten bewijzen. Je krijgt vaak te maken met collega’s met vooroordelen. Ik vreesde dat als ik mij op terrorisme zou richten, mijn andere ambities, zoals leidinggeven, niet meer gezien zouden worden.”

Toch bent u nu terrorismedeskundige.

„Dat is toevallig zo gelopen. Collega’s die wisten van mijn theologische achtergrond vroegen of ik eens wilde meedenken in een terrorismezaak. Een keertje meedenken, waarom niet? Maar er kwamen steeds meer vragen. Tot ik op een gegeven moment continu vragen aan het beantwoorden was. Mijn leidinggevende vond dat ik dat beter buiten de politie om kon regelen, omdat hij vreesde dat mijn politiewerk eronder ging lijden. Toen ben ik NTA gestart.”

Niet alleen bij de politie bleek dringend behoefte aan kennis over radicalisering en jihadisme. Ook gemeenteambtenaren, jongerenwerkers, reclasseringswerkers en nog veel meer instanties die met radicale jongeren te maken krijgen, wilden getraind worden. Het kabinet maakte er vanaf 2014 met de lancering van een actieprogramma tegen jihadisme meer geld voor vrij. Tuzani’s eenmanszaak groeide uit tot een bedrijf met twintig sociologen, antropologen, criminologen en theologen in dienst.

Heeft u in uw werk iets gehad aan uw islamitische opleiding?

„Zonder die studie had ik hier niet gezeten. We hebben ook teksten bestudeerd die momenteel worden gebruikt door terroristische groeperingen om hun daden te legitimeren. Veel van die retoriek komt uit de tijd dat Egypte was gekoloniseerd door de Britten en daar een hervormingsbeweging ontstond. Met een zo zuiver mogelijke levensstijl en felle retoriek tegen de bezetters probeerde de bevolking zich te verzetten tegen het westerse imperialisme. In de sociaal-maatschappelijke context van toen is dat begrijpelijk. Maar neem je diezelfde retoriek mee naar Europa in 2019 – een open samenleving waarin je rechten zijn gewaarborgd en waarin je woont uit vrije wil – dan leidt dat tot een heel andere uitkomst. Namelijk dat je hier zou leven als onderdrukt volk en tegen die vijand in opstand zou moeten komen: een legitimering van geweld.”

Naast jihadistisch terrorisme doet NTA ook steeds meer onderzoek naar extreemrechts. Dreiging uit die hoek wordt volgens Tuzani ernstig onderschat. „In buurlanden speelt er op dat vlak meer. Onlangs werd in Frankrijk nog een extreemrechtse aanslag verijdeld op president Macron. Maar ook in Nederland zien we de retoriek toenemen.” Hij ziet een verband tussen de opkomst van extreemrechts en jihadistisch terrorisme. „Het zijn communicerende vaten, het een roept het ander op. Ook inhoudelijk zijn er raakvlakken. Zowel rechtsextremisten als moslimextremisten hebben het idee dat er een oorlog gaande is en dat een elite hen probeert te vernietigen. Ook zijn ze allebei voor tribalisme: iedereen moet een eigen plek in de wereld hebben en daar moet vooral geen interactie tussen zijn, want diversiteit zorgt maar voor verzwakking.”

Nederland heeft onvoldoende zicht op de effecten van de extreemrechtse groei, zegt Tuzani. Weer trekt hij een vergelijking met moslimextremisme: eind 2012 werden de veiligheidsdiensten compleet verrast door de uitreis van jihadgangers. Expertise moest in de jaren erna worden opgebouwd. Nu dreigt volgens Tuzani hetzelfde te gebeuren met extreemrechts. „Anderhalf jaar geleden zagen wij bij NTA in extreemrechtse groeperingen het idee ontstaan om aansluiting te zoeken bij voetbalhooligans om meer kracht te genereren. Een bevinding die wij destijds hebben gedeeld met onze opdrachtgevers. Maar wat zie je: bij de laatste Sinterklaasintocht werd de overheid toch verrast door de deelname van hooligans.”

Begin dit keer op tijd met het opbouwen van expertise, wil Tuzani maar zeggen. „Anders gaan ons geweldsincidenten overkomen waarvan wij achteraf zullen zeggen: dit hadden wij kunnen zien aankomen.”