Opinie

    • Marike Stellinga

Knielen en bidden voor hogere lonen

We zouden moeten barsten van het vertrouwen maar we doen het niet. Bedrijven schreeuwen om personeel en er zijn nog maar weinig mensen werkloos. Zulke goede tijden kenden we voor het laatst een jaar of tien geleden.

Toch zijn steeds minder Nederlanders optimistisch. Van alle economische barometers die donderdag naar buiten kwamen, is de snelle daling van het consumentenvertrouwen het intrigerendst. Je kan natuurlijk zeggen: dat is de schuld van het nieuws, van koppen over een Brexit zonder deal, een handelsoorlog, over gele hesjes en duur klimaatbeleid. Maar je kan je ook afvragen of er meer aan de hand is.

Premier Mark Rutte (VVD) belooft nu al Prinsjesdagen op rij dat burgers nu echt gaan merken dat het beter gaat. Maar dan moeten de lonen wel stijgen. En die salarisstrookjes vallen telkens tegen. Dit jaar zou echt het oogstjaar moeten worden. Het kabinet zette er hoog op in: 96 procent van de huishoudens gaat er dit jaar op vooruit, beloofde het.

Wat als dit het oogstjaar niet wordt? Wat als de lonen niet uitbundig stijgen? En de koopkracht niet voor bijna alle burgers toeneemt? Een politiek horrorscenario. In het Torentje kan Rutte er niet gerust op zijn. Bedrijven zijn zeer terughoudend als het gaat om het lokken van personeel met hogere lonen, meldt het UWV. De laatste cao’s laten wel een wat hogere stijging van de lonen zien: 2,5 procent in december, en 2,7 procent in januari. Dat ligt nog onder de voorspelling van 2,8 procent van het Centraal Planbureau voor 2019. Kom op, vrienden van de vrije markt!

Een beetje leunen kan soms helpen. Rutte mengde zich in januari in een van de grootste cao’s van Nederland: die voor de metaalsector, meldde NRC. Pakweg 150.000 mensen en 1.000 bedrijven. Er werd zeven maanden gesteggeld en gestaakt. En uiteindelijk ook druk uitgeoefend door Rutte en Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66). In de cao staat nu een loonstijging van meer dan 3 procent. Zulke bemoeienis van een kabinet met een cao is bij mijn beste weten uitzonderlijk.

Bidden, smeken en oproepen behoren wel al jaren tot het recept van westerse politici die regeren. De Britse premier David Cameron was in 2015 een van de eersten om bedrijven op te roepen de lonen te verhogen. Want: „Voor ons is het bedrijfsleven geen samenzwering van exploderende winsten, gedeprimeerde lonen, ongelijkheid en onrechtvaardigheid.”

Ik denk dat er inmiddels meer nodig is. We wachten al te lang op de omslag, ook al kan die volgens het CPB dit jaar echt komen. De overheid moet de macht van werknemers wettelijk stutten. Niet alleen de lonen wijzen erop dat die verzwakt is, ook de flexibilisering getuigt daarvan.

De drie miljoen flexwerkers en zzp’ers zijn niet en masse zielig, maar de arbeidsmarkt en het sociale stelsel veranderen zo wel fundamenteel. Arbeidseconoom Ton Wilthagen zei het deze week mooi op radiozender BNR. Het risico van veel flexwerk is dat we minder innovatief en productief worden. Flexwerkers scholen zich vaak minder bij. „Dan moeten we veel meer uren werken om onze welvaart op peil te houden.”

Koolmees wees onlangs bij vakbondsorganisatie ILO op de noodzaak „wild en vrij” te denken. In het regeerakkoord werd wild en vrij gedacht door voor zzp’ers een soort minimumloon in te voeren. Maar Koolmees broedt nu bijna 1,5 jaar op dit plan. Moeilijk, moeilijk, ingewikkeld.

Dit is een kabinet met geld én hervormingszin. Het vertrouwen onder consumenten laat zien: de tijd raakt op.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.