‘De bijbel zie ik niet als blok graniet, maar als literatuur’

In Mediavreters vertellen mensen wat ze kijken, lezen, luisteren en liken.

‘Ik heb nog nooit een boek niet uitgelezen”, vertelt antiquaar Dick Zandbergen (65). „Een boek na vijftig bladzijden terzijde leggen, vind ik zonde. Als het niks blijkt te zijn, baal ik daar wel van. Die schrijver lees ik niet meer. Kiezen doe ik zorgvuldig. De tijd is beperkt, dus ik ben kritisch. Recensies spelen daarin een grote rol. Als Marja Pruis of Kees ’t Hart van De Groene Amsterdammer ergens interessant over schrijven, ben ik sneller geneigd het te gaan lezen. De Groene Amsterdammer vind ik een ongelooflijk goed tijdschrift. Ik nam ooit een abonnement vanwege de recensies, vervolgens ontdekte ik de andere even sterke vaste rubrieken. De columns van Joost de Vries en Marja Pruis en de politieke beschouwingen van Aukje van Roessel springen er voor mij uit.”

„In een goed boek zit er ontwikkeling in de psychologie van de hoofdpersoon. Maar het is vooral de stijl die goed moet zijn. Wat dat precies is, goede stijl, is lastig onder woorden te brengen. Je proeft het onmiddellijk. Het is vanaf de eerste bladzijde raak, of niet. Als de stijl klopt, mag het verhaal minder zijn. Dostojevski is een schrijver met een zeer goede stijl. Zijn karakterbeschrijvingen zijn uitvoerig. Na het lezen van zijn De Gebroeders Karamazov dertig jaar geleden, was ik om, wat betreft Russische literatuur. De karakters daarin zie ik nog zo voor me. Het was een openbaring. Die Russen, Tsjechov, Tolstoj, ze zijn van wereldklasse. Ik was destijds onderwijzer op een basisschool en sjouwde in mijn vakanties heel Nederland door met de trein naar antiquariaten om Russische literatuur te verzamelen. Daar begon het antiquariaat dat ik pas dertig jaar later écht zou beginnen.”

‘Mijn favoriete Nederlandse schrijver is Theun de Vries. Hij is tamelijk onbekend. De meesten kennen van hem alleen Het meisje met het rode haar. Ik vind hem erg onderschat. Hij won weliswaar de P.C. Hooftprijs, maar heeft nooit de plaats gekregen die Hermans, Reve, Mulisch en Wolkers wel kregen. Dat komt doordat hij te lang aan het communisme heeft gehangen. Van hem verzamelde ik lange tijd alles. Hij kon fantastisch over kunstenaars schrijven. Over de eerste opvoering van Het meisje van het Wilde Westen van Puccini in New York schreef hij De Première. Prachtig om te lezen over de operazangers en zangeressen achter de schermen.”

„45 jaar geleden namen mijn vrouw en ik een abonnement op Trouw. Daarin is veel aandacht voor religie en filosofie. Ik ben gereformeerd opgevoed. Mijn lidmaatschap heb ik lang geleden opgezegd, toch wil ik niet met het badwater het kind weggooien. In religieuze verhalen blijf ik geïnteresseerd. De rol van kerken vind ik over het algemeen positief, omdat het omzien naar elkaar centraal staat. Debatten rondom de kerk volg ik. Recent was er veel te doen om de Nashville-verklaring. Kun je boos om worden, maar het zorgt er ook voor dat andere kerken de regenboogvlag laten wapperen en het expliciet opnemen voor de homoseksuele gemeenschap. De bijbel zie ik al niet meer als blok graniet. Ik beschouw het als wereldliteratuur. Je moet de verhalen niet verabsoluteren. Het is niet te lezen als ongedateerd boek. Wanneer je dat in acht neemt, kunnen de verhalen nog altijd waardevol en inspirerend zijn.”