GroenLinks hoopt na verkiezingen op invloed – en macht

Statenverkiezingen Op een optimistisch GroenLinks-congres zoekt Jesse Klaver samenwerking met Rutte III. Hij hoopt de groei van de partij te verzilveren.

GroenLinks-leider Jesse Klaver op het partijcongres in Zwolle.
GroenLinks-leider Jesse Klaver op het partijcongres in Zwolle. Foto Martijn Beekman/ANP

Met een verhaal over hoop, verandering en optimisme denkt GroenLinks dit voorjaar opnieuw verkiezingsoverwinningen te boeken en die winst vervolgens ook in macht en invloed te kunnen verzilveren. Dat was de leidende boodschap zaterdagmiddag tijdens het 38ste partijcongres in Zwolle.

In een kille uithoek van de IJsselhallen – een donkere, onaangeklede zaal met kale betonnen vloer – hadden zich zo’n tweeduizend GroenLinks-aanhangers verzameld voor de aftrap van de campagne voor de Provinciale Statenverkiezingen van 20 maart. Daarna volgen nog de verkiezingen voor het Europees Parlement en de getrapte verkiezingen van de Eerste Kamer.

Die gaan we alle drie winnen, luidde de zelfverzekerde voorspelling van partijleider Jesse Klaver. „We gaan alle records breken.”

Het optimisme van de partij, die in 2012 nog in een existentiële crisis verkeerde, is gestoeld op de stijgende lijn die is doorgezet na de grote winst bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017. Toen won GroenLinks 14 zetels. Meeregeren lukte niet, want na enkele weken onderhandelen stapte de partij uit het formatieoverleg met VVD, CDA en D66.

Vorig jaar verdubbelde de partij de score bij de gemeenteraadsverkiezingen, met als gevolg een recorddeelname aan lokale besturen. De peilingen lieten sindsdien een kleine, stabiele groei zien. In de laatste Peilingwijzer – een gewogen gemiddelde van de vier voornaamste peilbureaus – staat GroenLinks op zo’n 12 procent van de stemmen. Na de VVD en PVV de derde partij van het land, omgerekend goed voor 17 tot 19 Tweede Kamerzetels.

Aanval op het bedrijfsleven

De voorziene winst komende maand zal volgens de partijtop moeten leiden tot verandering van beleid. Als, zoals het er naar uitziet, het kabinet-Rutte III na de Statenverkiezingen de meerderheid in de Eerste Kamer verliest, zal GroenLinks de meest serieuze optie moeten zijn om compromissen te sluiten over nieuw beleid, of juist het doorbreken van staand beleid.

De klimaatagenda staat daarbij voor GroenLinks bovenaan, met als een daaraan gelieerd strijdpunt: de gevestigde belangen van het grote bedrijfsleven aan te vallen.

Klaver lanceerde bij een vorige partijbijeenkomst in januari al een wetsvoorstel voor de invoering van een nationale CO2-belasting voor vervuilende bedrijven. Dat zou de kosten voor de maatregelen uit het breed gedragen Klimaatakkoord eerlijker moeten verdelen tussen burgers en het bedrijfsleven. Klaver herhaalde zaterdag in zijn toespraak zijn dreigement dat zijn partij dit najaar niet zal instemmen met het Belastingplan voor 2020 als het huidige kabinet dit voorstel niet omarmt.

De coalitie lijkt dit drukmiddel overigens inmiddels, bij een recent Kamerdebat over het Klimaatakkoord, uit de handen van GroenLinks te hebben geslagen door het voorstel voor een CO2-heffing niet a priori af te wijzen.

Lees ook: De voor- en nadelen van een CO2-heffing

Druk op het kabinet wérkt

Voor GroenLinks is het niettemin een bewijs dat druk op ongewenst regeringsbeleid werkt – het bleek vorig jaar ook te hebben gewerkt toen premier Rutte in oktober de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting introk. En toen het kabinet eerder dat najaar een plan voor het afschaffen van het minimumloon voor arbeidsgehandicapten ook annuleerde.

Met een voorstel om de loonkloof tussen topmannen van grote bedrijven en hun werknemers te beperken – de Ondernemingsraad zou een wettelijk vetorecht moeten krijgen om salarisverhogingen voor de bestuursvoorzitter te kunnen blokkeren – vuurde Klaver aan de vooravond van het congres een nieuwe pijl af richting het bedrijfsleven.

Zo lijkt een deel van de campagne te bestaan uit het opperen van concrete maatregelen en wetsvoorstellen, waarmee GroenLinks vast een voorschot wil nemen op de straks gewijzigde politieke verhoudingen in de Eerste Kamer.

Als lijsttrekker voor die verkiezingen vroeg Klaver een oudgediende: zijn verre voorganger als partijleider Paul Rosenmöller (1994-2002). Dat hij enthousiast op dat verzoek is ingegaan, zo vertelde hij in zijn toespraak voor het congres, komt omdat hij nu aan alles voelt dat GroenLinks meer dan ooit in staat zal zijn de agenda in Den Haag te beïnvloeden.

Verwijzend naar de urgentie van klimaatbeleid en de breed geuite onvrede in de publieke sector zei Rosenmöller stellig: „Er was nog nooit zoveel rugwind voor standpunten waar GroenLinks al dertig jaar voor staat. Dat kunnen we nu gaan verzilveren. Daar wil ik bij zijn!”

Rosenmöller, de laatste jaren vooral actief als tv-presentator, voorzitter van de VO-Raad (voortgezet onderwijs) en toezichthouder bij de Autoriteit financiële markten, kwam eveneens met een waarschuwing aan het kabinet. De veelbesproken uitgestoken hand die premier Mark Rutte bij de installatie van zijn derde kabinet beloofde moet er volgens Rosenmöller nu echt komen, want tot nu toe omarmde het kabinet alleen nog maar het bedrijfsleven en niet de oppositie. „Als het kabinet straks weer met de handen in de zak naar de Eerste Kamer komt, dan zal het kabinet zichzelf ten val brengen.”

Lees ook: 2019 is voor GroenLinks nog maar een tuissenjaar