‘Boer zijn is een en al zingeving’

Spitsuur Tom Saat (60) en Tineke van den Berg (59) runnen samen De Stadsboerderij, een biologisch-dynamisch bedrijf met koeien en akkerbouw in Almere. „We zoeken de verbinding met de stedeling.”

Boerengezin Saat - Van den Berg, met v.l.n.r. zoon Tycho, vader Tom, dochter Roos en moeder Tineke.
Boerengezin Saat - Van den Berg, met v.l.n.r. zoon Tycho, vader Tom, dochter Roos en moeder Tineke. Foto David Galjaard

Tineke: „We komen beiden niet uit een boerennest, maar we zijn er voor geboren.”

Tom: „Ik studeerde bodemkunde in Wageningen en de bodem werd daar gezien als een soort zwarte doos waar een paar mineralen in zitten. Als je er genoeg opgooit, gaan er wel wat planten uit groeien, was de gedachte.”

Tineke: „Wij zien de bodem als organisme en proberen hem te blijven voeden met de mest van onze koeien. Je ziet om je heen de armoede in de samenleving: boeren zijn alleen maar bezig met kilo’s produceren. De mensen in de stad hebben overal een mening over, maar ze hebben echt geen idee waar het voedsel vandaan komt. Als je dat wil veranderen, moet je op de grens gaan zitten en verbinding zoeken. Dat zijn we gewoon gaan doen.”

Tom: „Vorig jaar hebben we een tweede stuk grond gekocht, om mensen bij onze tweede boerderij op het erf te laten wonen. Zo zetten we de volgende stap in de integratie met de stedeling. Er komen appartementen en huizen op het erf, die zijn nu in de verkoop. Het heeft wel wat voeten in de aarde gehad om toestemming te krijgen, maar dat is wel mooi gelukt.”

Tineke: „Er hebben zich al een imker, een bloementeler en een houtwerker gemeld.

Tom: „Als je samen een gemeenschap wil maken, moet je niet alleen iets komen halen, maar ook iets komen brengen.”

Tineke: „Nu heeft iedereen het over stadslandbouw. Maar wij hebben altijd al schoolklasjes over de vloer gehad, oogstfeesten gehouden en het erf opengesteld voor mensen die willen komen kijken in de stal. We hebben al vijftien jaar een boerenmarkt in de schuur op zaterdag.”

Tom: „Theatervoorstellingen in de zomer.”

Tineke: „Er zijn verschillende vormen van bedrijvigheid aangehaakt, van een klassieke homeopaat tot een zorgwerkplaats waar ze aan metaalbewerking en houtbewerking doen. Zo zorgt een boerderij ook voor verbinding.”

Biologisch

Tineke: „Als je niet het landbouwbedrijf van je ouders overneemt, moet je elke keuze bewust maken. Wij wilden een groot modern biologisch-dynamisch gemengd landbouwbedrijf in de polder, in verbinding met de stad. Onze zoon Tycho zit sinds afgelopen zomer ook in het bedrijf. Hij was klaar met zijn gymnasium en had zoiets van: ‘en nou wil ik voorlopig alleen nog maar op de trekker’.”

Tom: „Als hij over een jaar alsnog wil studeren, kan dat ook.”

Tineke: „Wij hebben allebei ook gestudeerd, maar de nuttige dingen in het leven heb ik toch op een andere manier geleerd. Het is heel leuk om te zien hoe de verschillende generaties hier door elkaar heen lopen.”

Tom: „Op zaterdag houdt onze dochter Roos met haar vriendinnen café tijdens de boerenmarkt.”

Tineke: „Ze heeft net haar bachelor Liberal Arts & Sciences afgerond en loopt nu stage bij een boerenbedrijf in Eindhoven.”

Tom: „Ze leert koeien melken en kaas maken, maar ze denkt ook na of ze nog een master wil doen.”

Tineke: „In de zomer werken we met een man of vijftien op het land. In de winter zijn we met zijn vieren.”

Tom: „Ik sta op als het licht wordt, in de winter rond half acht en in de zomer om vijf uur, half zes. Ik zet nooit de wekker, heb zelfs geen horloge. Het eerste wat ik doe, is even de zon begroeten. Dan loop ik een rondje over het erf. In de zomer is het prachtig als het nog zo stil is.”

Tineke: „Dat is ook waar je ’s avonds vaak mee eindigt, hè? Even naar buiten: koeien kijken, sterren kijken voordat je naar bed gaat. Ik word iets meer door mensen gestuurd. Als er boerenmarkt is op zaterdag, sta ik om half zes op om het vlees te snijden. De slager in Nijkerk slacht onze eigen koeien, die krijgen we in grote stukken terug. We hebben hier vaak vergaderingen om half negen, dan moet er voor die tijd koffie zijn. Wie het eerste uit bed is, zet een potje thee. Jij haalt altijd de krant uit de brievenbus. In de wintertijd treffen we elkaar bij het ontbijt.”

Tom: „Ik zit veel op de trekker. Ik breng stro naar de schuur, voer de koeien of ben aan het zaaien. Laatst vroor het even, dan moet je die kans pakken om uitjes te planten. Als de grond hard is, zakt de trekker er niet in weg. Het leuke van het boeren is dat het gedurende het jaar steeds andere dingen van je vraagt. Nu zijn we met de dieren bezig en het onderhoud van machines. In de zomer groeit alles explosief en moeten we scherp zijn op onkruid – we spuiten natuurlijk niet – en de akkers goed bekijken.”

Studeren

Tom: „Volgende week gaan we naar een conferentie in Zwitserland, over de economie van de landbouw. Ik heb iets voorbereid over de grondprijsstijging in Nederland. Elke winter kies ik weer een onderwerp. Vorig jaar ging het over koeien en klimaat. Daar wordt zoveel onzin over geschreven.”

Tineke: „’s Avonds doe ik vaak mijn mail of de boekhouding. Ik lig meestal om tien uur in bed, dan lees ik nog even een boekje. Boodschappen doen we bijna nooit. Hier op de boerenmarkt staan de bakker, de groenteboer, de kruidenier en de notenkoning. Alles kun je er kopen, van wijn tot wc-papier. De stad, daar kom ik echt nooit. Ik moest toevallig van de week, omdat ik aan een bril toe ben.”

Tom: „Doordeweeks treffen we elkaar rond half zes weer binnen. Degene die zin heeft, gooit als eerste wat in de pan.”

Tineke: „In de zomer zetten we de tafel buiten. Maar we brengen het eten ook wel eens naar het land tijdens de oogst.”

Tom: „Bijna alles gaat gemechaniseerd, ook het zaaien. Maar het wieden is heel veel handwerk, het oogsten soms ook. Bloemkolen, broccoli en pompoenen snijden we allemaal met de hand.”

Tineke: „Het is het mooiste beroep wat er is. Voedsel is zo belangrijk. Het doet ertoe wat je doet. Als je de worteltjes niet zaait, kan je ze niet oogsten. Die zingeving zit er heel erg in.”

Tom: „Alles rond voedselproductie is ook heel verbindend.”

Tineke: „Een oogstfeest of samen koken, daar kan je elkaar in vinden. Als je het hebt over duurzaamheid, is het ook zo belangrijk dat mensen weten waar het voedsel vandaan komt. Je moet als boer bereid zijn om dat uit te leggen, anders wordt de kloof alleen maar groter.”