Schopenhauer waarschuwt

Hoeveel verdient een schaker? Vorig jaar liet de manager van wereldkampioen Magnus Carlsen weten dat de firma Magnuschess in 2017 een winst van 1,27 miljoen euro had gemaakt. De opbrengst sinds 2007 was toen 6,8 miljoen. Dat is dus wel in orde.

De eerste twee wereldkampioenen Wilhelm Steinitz en Emanuel Lasker verdienden in hun gloriedagen goed, maar stierven arm. De derde wereldkampioen José Capablanca had een bijbaan als diplomaat van de Cubaanse regering en stierf zo vroeg dat hij niet de tijd had om zijn geld over de balk te smijten. De vierde kampioen Alexander Aljechin was rijk geweest, maar aan het eind van zijn leven had hij nauwelijks geld om sigaretten te kopen.

Je denkt bij die kampioenen van vroeger aan de filosoof Schopenhauer, die schreef dat mensen die door eigen talent rijk waren geworden slechter met geld omgingen dan de oude geldadel. Het oude geld was spaarzaam. De zelfverdieners dachten niet aan sparen. Volgens Schopenhauer kwam het doordat hun inkomsten verbonden waren met hun vitaliteit, en omdat ze zoals ieder mens in hun hart dachten dat ze altijd vitaal zouden blijven, fantaseerden ze ook dat het geldverdienen altijd door zou gaan.

Bij de top-20 van de Nederlandse schakers zie ik er veel die misschien beroepsschaker wilden worden, maar kozen voor iets anders, soms omdat ze gegrepen waren door de wetenschap, maar meestal omdat ze vrouw en kind niet wilden blootstellen aan de armoede die Schopenhauer zag komen. Het is begrijpelijk, maar jammer voor het Nederlandse schaak.

Friso Nijboer heeft het lang als profschaker volgehouden, maar al jaren heeft hij een solide baan en schaakt hij bijna alleen nog in het weekeinde voor de clubcompetitie en in de vakantie in een toernooi.

Hij kan het nog wel; sprankelend aanvalspel met een solide positionele basis, zoals in deze partij, een week geleden in de KNSB-competitie.

Sjef Rijnaarts (Amersfoort) - Friso Nijboer (En Passant Spakenburg), clubcompetitie 2019

1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 d6 6. Lg5 e6 7. Dd2 a6 8. 0-0-0 Ld7 9. De1 Een in 1964 door Poloegajevski geïntroduceerde zet die weinig navolging heeft gevonden. Wit wil 10. Pxc6 en 11. e5 spelen. 9...h6 10. Lh4 Db6 11. Pb3 Le7 12. h3 Erg traag. 12...Dc7 13. f4 b5 14. Ld3 b4 15. Pe2 e5 16. fxe5 dxe5 Zwart staat beter, want zijn koningsaanval met a6-a5-a4 kan snel komen. 17. Lf2 Maar wit kon met het kwaliteitsoffer 17. Tf1 a5 18. Lxf6 Lxf6 19. Txf6 gxf6 20. Df2 nog goed terugvechten. 17...Le6 18. Kb1 0-0 19. g4 Pd7 20. Dg1 Tfc8 21. h4 a5 22. g5 h5 23. Pc5 Pxc5 24. Lxc5

Zie diagram

24...Lxa2+ Een stukoffer dat tot een winnende aanval leidt. 25. Kxa2 b3+ 26. Ka1 Na 26. cxb3 of 26. Kxb3 volgt 26...Lxc5 en wit kan niet met 27. Dxc5 terugnemen wegens dameverlies. 26..bxc2 Nauwkeuriger was 26...Pb4 27. Lxe7 bxc2 28. Td2 Dxe7 met een winnende aanval voor het geofferde stuk. 27. Td2 Met 27. Lxc2 Pb4 28. La4 zou wit nog een wankele verdediging op kunnen zetten. 27...Pb4 28. Lxe7 Dd7 Mooier dan 28...Dxe7, wat ook erg sterk was. 29. b3 Een laatste kleine kans was 29. Lb5 Dxb5 30. De3, al blijft zwarts aanval geweldig. 29...a4 30. Kb2 Pxd3+ 31. Txd3 Dxd3 Wit gaf op.

RL