Opinie

    • Luuk van Middelaar

Rutte toonde in Zürich zijn ware zelf niet echt

Een politicus die een grote toespraak houdt – zoals premier Rutte deze week in Zürich – wil dat wij als publiek ervaren dat hij een innerlijke overtuiging deelt, geen aangeleverd verhaaltje oplepelt. Dat hij geen acteur of marionet van een communicatieteam is, maar zijn eigen woorden kiest. Bedoelt-ie het echt zelf?

Onverwachte situaties bieden een kans om authenticiteit te bewijzen. Wie zich in een debat ad rem toont, met een grap of repliek, oogst applaus. Wie daarentegen met de mond vol tanden staat, is prompt knock-out. Gezag verloren. Rutte munt uit in situaties voor retorische behendigheid zonder script, zoals persconferenties en Kamerdebatten. Het is een welkom contrast met zijn voorganger Balkenende, die nooit het juist woord op het juiste moment had.

Maar in Zürich kon de premier zijn improvisatietalent niet kwijt. Een uitgeschreven tekst van bijna veertig minuten, in een zaaltje met beleefde toehoorders: dat biedt amper kans je ware zelf te tonen. Toch beoogde Rutte, getuige zijn gelijktijdige interview met vijf grote kranten, er een memorabel optreden van te maken: dit was zijn verhaal voor Europa. In het voetspoor van zijn held Winston Churchill nog wel, naamgever van de lezing.

Dus zette de premier de avond tevoren een foto op Twitter van hem in het Torentje: stapel boeken om zich heen, papieren op tafel, pen in de aanslag. Bijschrift: „In deze speech zal ik een sterke rol voor Europa op het wereldtoneel bepleiten. Nu nog even de laatste puntjes op de i zetten.” Zo’n mise-en-scène van politiek schrijverschap kennen we uit Amerika. Prachtige foto’s zijn er van president Obama die schrijft, streept en schuift in zijn State of the Union. Mooi is hoe de speechschrijver, in beeld, geen afbreuk doet aan de auteursclaim, maar deze versterkt. Het publiek is namelijk niet gek: sinds The West Wing en Borgen weten we van adviseurs en woordsmids achter de schermen. Als je die weglaat (zoals uit het eenzame Torentje) wringt er toch iets. Op de Obama-foto zien we én open dialoog, én wie de baas is: de Orator-in-Chief.

Uit je hoofd spreken is een ander middel om echtheid te tonen. De geheugengetrainde generatie – Churchill – deed met gemak twintig minuten uit het hoofd, woord voor woord. Leiders vandaag doen alsof. Obama vernieuwde het gebruik van de teleprompter, een glasplaat waarop voor het publiek onzichtbare letters voorbijrollen; hij had er twee en kon zo – bovenlijf draaiend van linksvoor naar rechtsvoor en terug – een hele zaal bespelen. Ook het lichaam kan vertellen dat de woorden van binnenuit komen. Dit deed Rutte volgens het NRC-verslag uit Zürich prima: „Met steeds maar weer een opgeheven vinger, af en toe een vuist en op elkaar geklemde lippen” onderstreepte hij zijn woorden: Europa moet fermer zijn.

‘Ik’ zei Rutte daarentegen veel te weinig. Spreken uit eigen ervaring: dat overtuigt ons pas echt. Je kunt met anekdotes uit de bocht vliegen, zoals Halbe Zijlstra met zijn ‘Poetins datsja’-fantasie, maar onmisbaar blijven ze. In Zürich bleef het bij een zakelijk: „in mijn persoonlijke ervaring na acht jaar in het ambt”. Geen woord over de vluchtelingendeal van de EU met Turkije, hét voorbeeld van de Realpolitik die de premier bepleitte en waarin hij nota bene zelf een hoofdrol had.

„Macht is geen vies woord”, aldus Ruttes cruciale boodschap voor de EU. Jammer dat hij niet de eigen woorden vond die dat er overtuigend en onvergetelijk inramden. Een inspanning die meer vraagt dan puntjes op de i. In 1953 won Churchill de Nobelprijs. Niet voor de vrede, maar voor literatuur. De macht van het woord.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar Europees recht (Leiden).