Een machine die (niet) kan reiken, draaien en stapelen

Defensie Maandag vecht machinehandelaar Ben Kwant bij de rechter een aanbesteding van Defensie aan. Waarom nam de krijgsmacht genoegen met heftrucks, die lang niet zoveel kunnen als zijn verreikers?

De verreiker kan over een grote afstand reiken naar containers en die verplaatsen, draaien en stapelen.
De verreiker kan over een grote afstand reiken naar containers en die verplaatsen, draaien en stapelen. Foto Polymax Industrietechniek

Verreiker. Pas als je het woord opsplitst in ‘ver’ en ‘reiker’ snap je dat het precies vertelt wat het vierwielige voertuig doet met zijn lange arm: over een grote afstand reiken naar containers en die verplaatsen, draaien en stapelen. In havens doen reusachtige verreikers dat, bij transportbedrijven kleine exemplaren. De Nederlandse krijgsmacht gebruikt middelgrote verreikers voor het transport van containers vol gereedschap of keukengerei, of wat je ook maar aan materiaal kan verzinnen – in Afghanistan en Mali, maar vooral in Nederland.

Dertien verreikers – ook reachstackers genoemd – van Defensie zijn in 2005 en 2014 geleverd door Ben Kwant, handelaar in grote bouw- en transportmachines. Hij onderhoudt de machines, geeft het personeel trainingen en praat vaak met de chauffeurs op de kazernes. Zoals een tijdje terug in Stroe, toen hij met een sergeant sprak over de aanschaf van nieuw materieel. „Die sergeant zei: ‘Wij hebben altijd deze machines gehad en we willen weer dezelfde.’ Hij wilde geen heftrucks, zoals de kazerne in ’t Harde. ‘Die kunnen het niet’, zei hij. Heftrucks kunnen inderdaad niet wat verreikers kunnen.”

Toch krijgt de krijgsmacht straks voor het containertransport 68 nieuwe heftrucks, geen verreikers. Bij de aanbesteding van een kleine 20 miljoen euro aan ‘containerhefmiddelen’ door Defensie viste Kwant met zijn Spaanse verreikers achter het net. De order wordt gegund aan een Haarlems transportbedrijf, dat Canadese vorkheftrucks mag leveren. Kwant vecht de aanbesteding komende maandag bij de Haagse rechtbank aan.

Is Kwant een slechte verliezer? Hij schudt het hoofd. „Dit is de eerste keer dat ik een afwijzing aanvecht. Wij verliezen vaker een aanbesteding en dan zeg ik: jammer dan. Dus als nu een concurrent dezelfde machine had geleverd, had ik er vrede mee gehad; iemand anders had blijkbaar een betere prijs. Maar dit klopt niet! Ik vind dat Defensie mij niet netjes heeft behandeld en niet heeft gelet op de belangrijke dingen.”

Ben Kwant is 68 jaar oud en staat op het punt zijn bedrijf Polymax Industrietechniek in Kamerik over te dragen aan een opvolger. „Deze rechtszaak is een van mijn laatste projecten.” Zijn plastische spreektrant, waarin geregeld een krachtterm opduikt, verraadt een langdurig verblijf in de wereld van bouw en transport. Tijdens zijn betoog doet hij geregeld een greep in een kartonnen doos. Hij ondersteunt zijn betoog veelvuldig met een greep in mappen vol tekeningen en beschrijvingen van zijn machine: „1.700 pagina’s techniek, ingeleverd bij Defensie. En wat doen ze? Ze gooien ons eruit op een onderdeel en kijken hier niet naar.”

Het verhaal van Ben Kwant is het verhaal van Ben Kwant, onder meer doordat het ministerie van Defensie geen commentaar geeft „zolang de zaak onder de rechter” is. Zijn verhaal roept wel vragen op over de rol van Defensie bij de aanbesteding. Zoals de vraag of Defensie zich aan zijn eigen opdracht heeft gehouden. En de vraag of Defensie zich meer door prijs dan door kwaliteit heeft laten leiden, zoals eerder gebeurde bij kleding en vrachtwagens.

Krachtpatsers

Defensie schreef in 2017 een aanbesteding uit voor 68 ‘containerhefmiddelen’, die bij elkaar maximaal 19 miljoen euro mochten kosten. Polymax schreef in met machines van het Spaanse Up Lifting, waarmee Kwant al jaren samenwerkt. Van Santen, de latere winnaar, kwam met het Canadese Liftking. Manitou, de Franse bouwer van reusachtige machines, deed het alleen. Werklust, die veel shovels levert aan Defensie, deed mee met de verreikers van het Italiaanse merk Dieci.

De benaming containerhefmiddelen dekt veel soorten krachtpatsers, ook heftrucks, die lading tillen met een vork aan een verticale ‘mast’. Toch maakte de wensenlijst van Defensie, het programma van eisen (PvE), volgens Kwant duidelijk dat het alleen maar kon gaan om verreikers. Een voorbeeld is de eis (PvE 1.3.1 en 1.3.2), waarin staat dat het voertuig een trein moet kunnen laden en lossen. Kwant: „Een verreiker kan dat, een heftruck niet.”

Kwant legt het uit. „Op de eerste meter van het perron mag je niet staan, dat is een veiligheidsvoorschrift. Vanaf het perron tot de trein is het nog eens 60 cm; dat is 1,60 meter in totaal. Met vorken van 2,20 meter lang red je dat dus niet.” Dan heb je nog maar 60 cm aan vork om onder de container te schuiven. Het beladen van treinen gebeurt vaak, op emplacementen bij kazernes.

Tijdens de aanbesteding werden de eisen wel versoepeld, in het gebruikelijke, anonieme vraag- en antwoordspel tussen aanbieders en opdrachtgever. Kwant: „Defensie eiste een joystick, die heeft 15 functies. ‘Mogen het ook hendels zijn?’, vroeg iemand. ‘Ja’, zei Defensie. Een hendel kan maar een ding, dus voor elke functie heb je een aparte hendel nodig. Dan krijg je een hele batterij hendels en slangen en ga je 20 jaar terug in de tijd.”

Maar hendels zijn goedkoper dan joysticks, die op verreikers zitten. De eis dat de machine moest kunnen draaien, werd beperkt tot: vijf graden. „Dan ga je richting heftruck.”

Toch was Kwant verbijsterd toen Defensie in 2018 koos voor de heftrucks. De aanbieder daarvan bood „de beste prijskwaliteitsverhouding”, schreef Defensie hem in een afwijzingsbrief. Kwant: „Ja, een heftruck is goedkoper, maar een heftruck kan ook niet alles.” Hij somt op: kan geen trein beladen; niet twee hoog containers stapelen op de achterste rij; niet echt draaien, geen container in de lengterichting plaatsen – wensen van Defensie.

De heftruck kan ook niet worden vervoerd met een Airbus A400M, een militair transportvliegtuig. Heftrucks en verreikers wegen al gauw 23 ton, zodat je op de vooras al gauw een druk hebt van 12 ton. De ‘ramp’ (drempel) van het vliegtuig kan maar 10 ton per as hebben. Kwant: „Onze Spaanse ingenieurs hadden een oplossing: een set extra wielen onder de arm, die je onder hydraulische druk zet. Dan verdeel je het gewicht over drie assen.”

Bij verreikers heb je beter zicht dan bij heftrucks waarop je tegen de mast aankijkt, betoogt Kwant. „Heftrucks zijn daardoor gevaarlijker. Jongens van 18, 19 jaar rijden op zo’n ding van – inclusief lading – 34, 35 ton. Die jongens willen altijd zo snel mogelijk van a naar b. Daar komen ongelukken van.” Van Santen heeft van NRC een lijst vragen ontvangen over de heftrucks, maar adviseur Martijn Walraven laat weten die niet te beantwoorden zolang de rechtszaak tegen Defensie loopt.

Spaans leger

Kwant zou ruim 25 procent duurder zijn dan Van Santen. Toch is het verschil volgens Kwant kleiner dan het lijkt. Bij aanbestedingen krijg je ‘aftrek’ als je extra’s biedt. Polymax’ verreiker bood die, zoals een dieselmotor die veel moderner en milieuvriendelijker is dan die van de heftruck – en die vanaf 2019 verplicht wordt. In totaal had Kwant 4,1 miljoen euro aftrek.

Behalve op prijs werd Kwant in eerste instantie afgewezen omdat zijn ISO-certificering niet in orde was. „De eis was ISO 9001/2008, maar die zou vervallen in oktober dus wij waren al bezig met ISO 9001/ 2015. Toen is gezegd: moet 10 dagen na gunning geregeld zijn. Wij mochten daar dus niet op worden afgewezen.” Kwant spande in oktober 2018 een rechtszaak aan, waarop Defensie de hele aanbesteding introk.

Defensie deed de aanbesteding over en kwam in januari tot hetzelfde resultaat. De afwijzing was nu niet meer op grond van de IS0-kwaliteitsnormen, die inmiddels in orde is, maar op twee andere punten. „Allemaal van die advocaten-dingetjes”, zegt Kwant. Zo was een referentie van een kolonel van het Spaanse leger mogelijk twee maanden te oud. En de onderhoudscontracten met Defensie uit 2005 en 2007 waren ook te oud, ook al hebben die een looptijd van 15 jaar. „Maar: elk jaar krijgen we een nieuwe opdracht met nieuwe prijzen. Dat zijn dus nieuwe contracten. Die heb ik nu allemaal ingeleverd – allemaal!”