Oud-minister Bussemaker vindt dat participatiemaatschappij is mislukt

Jet Bussemaker Als minister bepleitte zij een participatiesamenleving met zelfredzame burgers. Nu is ze hoogleraar en ziet ze daar weinig meer in.

Oud-politicus Jet Bussemaker (PvdA) gelooft niet meer in de klassieke verzorgingsstaat, noch in de participatiemaatschappij. Ze erkent dat een aantal veranderingen die zij als bewindspersoon in gang heeft gezet, zoals het invoeren van ‘wijkteams’ en ‘keukentafelgesprekken’, niet succesvol is geweest.

Dat zegt Bussemaker in een interview met NRC. Als hoogleraar in Leiden wil ze hieruit lessen trekken . Bussemaker, in het kabinet-Rutte II minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en onder Balkenende-IV staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport, krijgt daar de nieuwe leerstoel ‘Wetenschap, beleid en maatschappelijke impact, in het bijzonder in de zorg’. Vrijdag spreekt ze haar oratie uit.

Het idee van de participatiemaatschappij houdt in dat burgers zelfredzaam zijn, elkaar helpen en minder afhankelijk zijn van de overheid. Bussemaker was hier gecharmeerd van omdat de verzorgingsstaat nadelen bleek te hebben. „Als mensen een uitkering kregen, hoefden ze zich niet meer in te spannen.”

Ook de participatiemaatschappij bleek niet ideaal. „Achteraf gezien waren we te optimistisch. In een participatiemaatschappij wordt verondersteld dat iedereen ook kán participeren. Mensen die niet zomaar regie over hun eigen leven kunnen nemen, raakten verstrikt in complexe bureaucratie en marktwerking.”

Bussemaker bedacht samen met de gemeenten de ‘keukentafelgesprekken’ die ‘wijkteams’ gingen voeren bij kwetsbare burgers thuis. Nu, tien jaar later, kijkt ze daar kritisch op terug. „De keukentafelgesprekken werden afvinklijstjes, bijvoorbeeld over hoe zelfredzaam mensen zijn.”

Interview pagina E5