Recensie

Zelfs een telefoontje van Stalin wist hij tot een goed einde te brengen

Boris Pasternak Uit zijn brieven kun je zijn ontwikkeling volgen van overgevoelige dichter tot een schrijver die niemand vreest. Ook begrijp je eindelijk waarom Dokter Zjivago zo’n rommelig meesterwerk is.

Boris Pasternak
Boris Pasternak Foto Kippa/ANP, bewerking NRC

Was Boris Pasternak nu een halve gare of gewoon een overgevoelig mens? Dat vroeg ik me af bij het lezen van een deel van zijn brieven in het vierde en laatste deel van zijn verzameld werk, dat onlangs in de Russische Bibliotheek verscheen. Het antwoord ligt mogelijk besloten in zijn gedichtenbundel Mijn zuster het leven, die hem in 1922 beroemd maakte. Pasternak (1890-1960) manifesteert zich hierin als een existentialist, die al zijn zintuigen op volle kracht aanwendt.

Een man met een overmaat aan gevoel dus, wat voor dwepers met Rusland vaak de ‘Russische Ziel’ wordt genoemd. Je merkt het al in de brief die hij op 25 maart 1926 aan de in ballingschap levende Marina Tsvetajeva schrijft. Hij heeft haar ‘Poëem van het einde’ in manuscript gelezen en is meteen verliefd op haar geworden. Anderhalve maand later schrijft hij haar: ‘Ik had tot de ontmoeting voor jou verborgen moeten en kunnen houden dat ik nu al nooit meer kan ophouden van je te houden, dat jij mijn enige wettige firmament bent en vrouw…’ Maar bij zijn vrouw Zjenja wil hij niet weg, want hij houdt ook van haar, zoals hij in de laatste jaren van zijn leven van nog twee andere vrouwen tegelijk zal houden.

Veelzeggend is het ook als Pasternak in juli van datzelfde jaar aan zijn neef Fedja schrijft dat hij op zijn 36ste nog niets heeft bereikt en hem tegelijkertijd bekent het als een groot ongemak te beschouwen om als Jood geboren te zijn in het ‘Russische berkenbos’. Door zo’n brief begrijp je ineens de ronduit antisemitische passages in Dokter Zjivago, zijn epische roman over de Russische revolutie, die in Rusland verboden zal worden vanwege zijn kritiek op de bolsjewieken en waarvoor hij in 1958 de Nobelprijs krijgt.

Vrijwel iedereen die er in het Rusland van Pasternak toe doet komt in deze brieven voor, van Tsvetajeva tot Rilke, van pianiste Maria Joedina tot Maksim Gorki, van Stalin tot Chroesjtsjov. Het voortreffelijke commentaar van vertaalster Petra Couvée is daarbij vaak een onmisbare aanvulling.

Dappere steun

Fascinerend zijn de brieven uit de jaren dertig, als de Stalinterreur woedt. Pasternak is dan bevriend met de schrijvers Boris Pilnjak en Vladimir Sillov, die beiden ten prooi zullen vallen aan de bloeddorst van de dictator. Als de futurist Sillov in 1930 op beschuldiging van spionage en contrarevolutionaire propaganda wordt gearresteerd, is hij niet te beroerd om meteen diens wanhopige vrouw te gaan troosten. Menig ander zou zoiets niet in zijn hoofd hebben gehaald, omdat contact met een familielid van zo’n gearresteerde ook tot je eigen arrestatie kon leiden. Het laat Pasternak ineens van een ongekend dappere kant zien, die hij nog vaker zal tonen.

Lees ook: Waarom Stalin in toenemende mate wordt bewonderd door miljoenen Russen

Zo is hij evenmin de beroerdste om zich rechtstreeks tot Stalin te wenden als hij iemand kan helpen. In 1934 belt de Sovjet-leider hem zelfs op nadat hij aan de hoofdredacteur van Izvestia, Nikolaj Boecharin, een brief heeft geschreven waarin hij zijn bezorgdheid uit over de arrestatie van de dichter Osip Mandelstam, die een spotdicht op de dictator heeft gemaakt. Pasternak is zo geïntimideerd als hij de dictator aan de lijn krijgt, dat hij maar wat over leven en dood begint te orakelen zonder het over Mandelstam te hebben.

Toch lijkt dat telefoongesprek te hebben geholpen, want Mandelstams straf valt veel minder zwaar uit dan iedereen had verwacht: drie jaar verbanning naar de Oeral. Daarbij is Stalins telefoontje veelzeggend voor Pasternaks uitzonderlijke status als dichter, want de poëzieminnende tiran belde zelden schrijvers op. Je zou bijna denken dat hij Pasternaks werk mateloos bewonderde.

In 1935 zet Pasternak zich ook in voor de gearresteerde man en zoon van Anna Achmatova. In een brief aan Stalin legt hij uit dat de dichteres van zo’n grote waarde is voor de Russische cultuur, dat haar man en zoon vrijgelaten moeten worden, wat een dag later gebeurde. Zelf is Pasternak dan al een paar jaar getrouwd met Zinaïda Neuhaus, die voor hem haar man, de beroemde pianist Heinrich Neuhaus, heeft verlaten. Al kan hij ook nu geen afscheid nemen van zijn ex Zjenja.

Dat liefdesgezwalk, dat uit menige brief opstijgt, heeft iets irritants en zal tot aan zijn dood voortduren. Want als Zjenja zelf een nieuwe man heeft gevonden, is er weer een andere vrouw, de veel jongere Olga Ivitskaja, aan wie hij zijn hart verpandt, terwijl deze keer zijn gevoelens voor Zinaïda niet minder hevig zijn.

Shakespeare

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog begint Pasternak aan Dokter Zjivago. Hij schrijft dan al jaren voor de bureaula en verdient zijn geld met het vertalen van Shakespeare. Dat laatste wordt hem in 1947 aangerekend als de Sovjet-autoriteiten een ‘anti-kosmopolitische’ campagne tegen de intelligentsia beginnen en hij behalve van ‘reactionaire nostalgische ideologie’ ook van contact met de buitenlandse vijand wordt beschuldigd. Zijn vroegere poëzie wordt nu niet meer heruitgegeven en zijn contract voor Dokter Zjivago ontbonden. Het is nog altijd een raadsel waarom hij toen niet zelf is gearresteerd.

Uit brieven aan vrienden en familieleden, die het manuscript meelezen, blijkt dat ze nogal wat bezwaren tegen de vorm en de inhoud hebben. Zelf vindt Pasternak dat ook. Zo geeft hij (terecht) toe dat het verhaal onsamenhangend is en er monsterlijk veel personages in voorkomen, die in de loop van de roman verdwijnen. Ter verontschuldiging voert hij aan dat hij niet anders kan. Hij wil de publicatie van Dokter Zjivago niet langer uitstellen, omdat hem, op zijn leeftijd, ieder moment iets ernstigs kan overkomen.

Hij is inmiddels een paria, met wie de pers korte metten maakt. Opmerkelijk is dat dit hem niets meer kan schelen. Aan zijn familie in het buitenland schrijft hij in 1948: ‘Mocht jullie ooit ter ore komen dat ik gevierendeeld ben, weet dan, dat ik een heel gelukkig leven heb gehad, beter dan ik ooit had durven dromen, dat ik mijn meest bestendige, stabiele periode van geluk nu beleef, vooral de afgelopen tijd, omdat ik eindelijk de kunst heb geleerd mijn gedachten uit te drukken en die kunst beheers voor zover ik die nodig had, wat vroeger niet zo was.

Eindelijk lijkt hij een stabiel mens te zijn geworden. Uit zijn brieven maak je op dat hij zich tot aan zijn dood in 1960 op volle kracht aan de literatuur kan wijden, ook al blijven de autoriteiten hem treiteren. Als je dat leest besef je pas wat voor een godswonder het is dat Dokter Zjivago ooit in het Westen kon verschijnen.