Opinie

    • Ian Buruma

Liever pijn dan onzekerheid over de Brexit

Wat drijft landen een koers in te slaan waarvan iedereen ziet dat die rampzalig zal uitpakken? ziet parallellen tussen de Brexit en het Japan van 1941.

Amerikaanse marineschepen, met bommen en torpedo’s tot zinken gebracht bij de Japanse verrassingsaanval op Pearl Harbor op 7 december 1941.
Amerikaanse marineschepen, met bommen en torpedo’s tot zinken gebracht bij de Japanse verrassingsaanval op Pearl Harbor op 7 december 1941. Foto National Archives

Het gebeurt niet vaak dat een beschaafd en democratisch land moedwillig afstevent op een nationale catastrofe. De meeste Britse politici beseffen heel goed dat een ‘harde Brexit’ een ramp voor hun land zal betekenen. Ze slaapwandelen er niet naar toe; ze hebben hun ogen wijd open.

Slechts een minderheid heeft geen enkel bezwaar tegen een harde breuk met de Europese Unie. Enkele dromers, hiertoe aangespoord door een hysterische rechtse pers, geloven misschien oprecht dat de Britten met hun stoere Dunkirk spirit eventuele moeilijkheden zullen doorstaan, waarna het Verenigd Koninkrijk weer een quasi-imperiale wereldmacht zal worden, maar dan wel zonder imperium. Neo-trotskisten, onder wie Labour-leider Jeremy Corbyn, leven nog steeds in de illusie dat de Britten na de ramp zullen kiezen voor het ware socialisme.

De meerderheid, van links en rechts, weet wel beter. Ook Theresa May, die weliswaar zonder merkbaar enthousiasme bij het referendum in 2016 tegen Brexit heeft gestemd. En toch doet deze meerderheid haast niets om het afglijden naar een harde Brexit te stoppen. Moties in het Lagerhuis om uitstel te vragen of alternatieven te vinden voor May’s impopulaire akkoord dat ze met de EU heeft uit onderhandeld, zijn afgestemd. De collectieve wil van Britse politici lijkt verlamd door partijpolitiek, hitserige media en een merkwaardige onverschilligheid over alles wat zich buiten het eigen land afspeelt. In plaats van iets te doen om het ergste te vermijden, blijven de meeste politici volharden in de illusie dat nieuwe rondes onderhandelen met Brussel, én Europese concessies, het Verenigd Koninkrijk op het laatste nippertje zullen redden.

Het fenomeen van nationale zelfmoord is zeldzaam, maar niet zonder precedent. Wat hier nog het meest op lijkt is de wanhopige drang van Japan om in 1941 een rampzalige oorlog te beginnen met de Verenigde Staten en de geallieerde Westerse mogendheden. De verschillen liggen voor de hand. Ondanks alle flauwekul onder Brexit-aanhangers over Dunkirk en Spitfires, is er nu geen sprake van een oorlog. En de Japanse democratie, toch al niet robuust, was in 1941 de nek omgedraaid door militaire facties en een autoritaire staat. Toch zijn de overeenkomsten frappant.

Heethoofden

Het betrekkelijk kleine aantal mensen in Japan dat echt een conflict met het Westen wenste, bestond voornamelijk uit heethoofden binnen de strijdkrachten en wat quasi-fascistische ideologen. Verreweg de meeste politieke leiders, óók de generaals en de admiraals, wisten heel goed dat het waanzin was om een superieure economische en militaire macht uit te dagen. Maar ze wilden of konden het proces niet stoppen. Sommigen praatten de extremisten zelfs na, zonder er een woord van te geloven – een beetje zoals May de harde Brexiteers naar de mond lijkt te praten.

Lees ook: Na Pearl Harbor begon voor Amerika de Tweede Wereldoorlog

Admiraal Isoroku Yamamoto was de voornaamste strateeg van de verrassingsaanval op Pearl Harbor, Hawaï, de Amerikaanse vlootbasis in de Stille Oceaan, waarmee de oorlog op 7 december 1941 begon. Yamamoto had in Harvard gestudeerd, sprak vloeiend Engels, en was een kenner van de VS. Zijn oppositie tegen een oorlog was bekend. Hij hoopte dat onderhandelingen een uitkomst zouden bieden. Maar toen puntje bij paaltje kwam, deed hij zijn plicht.

Premier Konoe, wiens zoon in Princeton studeerde, was ook tegen een oorlog, en vroeg de Amerikanen herhaaldelijk om verdere besprekingen. Maar hij was te zwak om de haviken in zijn regime in de hand te houden, en eiste daarom steeds meer onmogelijke concessies van de Amerikanen.

Er waren deadlines en ultimatums maar het was – net als de Brexit-onderhandelingen – nooit helemaal duidelijk wat Japan eigenlijk wilde. De Japanners waren zo verdeeld dat zij het zelf ook niet meer wisten. De laatste hoop van mensen die het onheil zagen aankomen, maar geen kans zagen het te stoppen, was dat de VS na nog meer beraadslagingen hen te hulp zouden schieten. Tot de Amerikanen geen zin meer hadden om te praten. Miljoenen zouden sterven en Japan werd na een paar jaar platgebombardeerd.

Een soort opluchting

Voor veel Japanners was ‘Pearl Harbor’ toch een soort opluchting. Nu was er tenminste duidelijkheid. Alles beter dan dat eindeloze geaarzel. Nu Japan er alleen voor stond, zou de superieure Japanse strijdgeest wellicht uitkomst bieden. Japanners hebben, net als Britten, en ook een eilandvolk, soms een perverse neiging tot ‘splendid isolation’. Aan een strijd met Westerse imperialisten viel ook meer eer te behalen dan in de bloedige onderdrukking van China.

Een soortgelijke reactie in Engeland – maar misschien niet in Schotse of Ierse delen van het VK – is goed denkbaar. Dat mensen genoeg krijgen van het oneindige gekibbel in het parlement en de oeverloze discussies in Brussel, is begrijpelijk. Onzekerheid is lastig om mee te leven; het is beter om het ergste te weten.

De Britse pers is nooit aan banden gelegd zoals de Japanse media in 1941. Maar de nationalistische propaganda tegen de EU, die al decennia heerst, heeft de Britten er wel op voorbereid om de tegenspoed die op een harde Brexit zal volgen gelaten te ondergaan. Het zal verleidelijk zijn om de bloody foreigners de schuld te geven voor hogere prijzen, rijen bij de douane, stijgende werkloosheid et cetera.

Maar ook in het Verenigd Koninkrijk zal er een kater op volgen. De euforie over Pearl Harbor duurde in Japan ook niet lang. Er zullen geen bommen vallen op Britse steden. Het land wordt niet bezet. En hopelijk wordt er niemand vermoord. Maar de Britse invloed zal afnemen, de economie zal krimpen en de meeste mensen zullen er op den duur slechter aan toe zijn. Voor de voornaamste Brexit-aanstichters zal het allemaal wel meevallen. Maar het heeft geen zin om alle schuld neer te leggen bij Boris Johnson, Jacob Rees-Mogg of Nigel Farage. Het zijn juist de mensen die beter wisten, maar die te weinig hebben gedaan om een harde breuk te verhinderen, die zich zouden moeten schamen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.