Opinie

Ik las Philip Roth en herkende mijn eigen mantelzorg

Michel Krielaars leest Philip Roth en herkent ineens zijn eigen mantelzorg voor zijn 95-jarige moeder.

Michel Krielaars

Soms kom je in een boek ineens jezelf tegen. Zo herlas ik onlangs Philip Roths Patrimony en herkende ik in de omgang van die Amerikaanse schrijver met zijn fysiek aftakelende vader ineens mijn eigen mantelzorg voor mijn 95-jarige moeder. Afgelopen dagen had ik zo’n ervaring opnieuw dankzij Een iets beschuttere plek misschien van essayist Cyrille Offermans (1945). Hij kreeg voor elkaar dat ik me het liefst een half jaar in mijn studeerkamer zou willen opsluiten, om me te verdiepen in alle boeken die hij behandelt.

Een iets beschuttere plek misschien is een, in de Privé-domeinreeks verschenen, persoonlijk verslag van het jaar 2017. Als betrokken intellectueel deelt Offermans zijn interesse voor het wereldnieuws met je, of dat nu de oorlog in Syrië is, de vluchtelingencrisis, de IS-terreur, het gevaar van de populistische presidenten Trump en Erdogan of de toename van de xenofobie in Europa. Maar ook doet hij verslag van de tentoonstellingen, films, documentaires, toneelstukken en opera’s die hij ziet.

Daarnaast lees je over zijn jaren als studentenactivist in Amsterdam, zijn bestaan als leraar op een middelbare school in Limburg in het pre-WhatsApptijdperk en zijn leven als familieman, die met zijn vrouw, kinderen, kleinkinderen en goede vrienden bezig is en tussendoor mijmert over zijn gelukkige jeugd in een liefdevol gezin in de jaren vijftig van de vorige eeuw.

De hoogtepunten in dit rijke journaal zijn voor mij echter zijn opmerkingen over literatuur, vooral omdat Offermans dezelfde buitenlandse schrijvers hoogacht als ik. Veel van wat hij schrijft is daarom een feest der herkenning. Het werk van György Konrád, Orhan Pamuk, Danilo Kis, László Krasznahorkai, Bruno Schulz, Claudio Magris, Elias Canetti, Konstantin Paustovski, Isaiah Berlin en George Orwell behandelt hij soms vanuit een verrassend perspectief, waarbij hij hun zijn kritische pen niet spaart.

Door de succesvolle dichter Ka, de hoofdpersoon uit Pamuks roman Sneeuw, te plaatsen tegenover de Turkse president Erdogan, die in zijn jonge jaren gefnuikte literaire ambities had, laat hij bijvoorbeeld zien hoe uiteenlopend het wereldbeeld van beiden is en hoe het moderne Turkije door Erdogans quasi-fundamentalisme wordt bedreigd. Zoiets alleen al moedigt je aan om door Offermans’ bril Pamuks politieke roman en al die andere boeken die hij behandelt opnieuw te lezen.

Dankzij zo’n analyse drong opnieuw tot me door hoe subjectief de mening van een recensent vaak is. Je kunt je tenslotte nooit losmaken van je eigen achtergrond bij het beoordelen van andermans werk. Zo viel me op dat Offermans Amos Oz’ laatste roman Judas overschat vindt. Ik kan die mening delen voor wat het romangehalte betreft, maar niet wanneer je dat fascinerende boek over verraad en trouw als het intellectuele testament van Oz beschouwt.

Door de vermenging van de hedendaagse werkelijkheid met het hogere van de kunst brengt Een iets beschuttere plek misschien je voortdurend op andere gedachten. En juist dat maakt zo’n boek als dat van Offermans boeiend om te lezen. De redactie van Privé-domein zou daarom ook erudiete essayisten als Maarten Asscher, Bas Heijne, Arnold Heumakers, Maxim Februari of Marja Pruis eens moeten uitnodigen om zo’n persoonlijk jaarverslag te schrijven.