Opinie

Laat cultuur de kloof tussen Arabische wereld en Europa dichten

Midden-Oosten Arabische hervormers voelen zich door Europa niet begrepen. Waarom zetten we kunst niet in als diplomatiek middel tussen de Arabische en Europese wereld, vraagt .

Illustratie Lars Zuidweg

Langs de boulevard van de Libanese hoofdstad Beirout hingen trouwjurken. Ze waren opgehangen door de Libanese kunstenares Mireille Honein, uit protest tegen een wet die bepaalt dat verkrachters vrijuit gaan als ze met hun slachtoffer trouwen. Het deed veel stof opwaaien in zowel progressieve als conservatieve hoek.

Dat is wat kunst doet. Kunst daagt uit, verandert invalshoeken, brengt mensen bij elkaar. Kunst vergroot tegenstellingen en vormt tegelijk een verbindende factor, bijvoorbeeld in heikele politieke kwesties. Waarom zetten we kunst en cultuur dan niet vaker in als diplomatiek middel tussen de Arabische en Europese wereld?

Veel Arabische landen zien drie existentiële bedreigingen. Eén: de toenemende invloed van Iran, bestuurd door conservatieve ayatollahs. Twee: de ontembare ambities van verschillende stromingen in de politieke islam die een veel minder gematigde agenda hebben dan zij eerst predikten. Drie: de lage olieprijs. Al geldt bij dit derde punt wel dat deze devaluatie ertoe leidt dat meer buitenlandse investeringen nodig zijn om economieën te diversificeren. Dat zet weer de deur open naar sociaal-economische hervormingen.

Arabische landen als Egypte, Saoedie-Arabië en Jordanië vinden Europa vaak naïef als het gaat om de toenemende invloed van Iran en de opkomst van de politieke islam. Gaat het om de hervormingen, dan zou Europa weer te cynisch zijn.

Invloed van Iran

Gezien uit Arabisch perspectief heeft de Iraanse Revolutionaire Garde de jaren waarin over een nucleair akkoord werd onderhandeld gebruikt om Hezbollah in Libanon, shi’itische milities in Irak, Houti’s in Yemen en fundamentalisten in de Hoorn van Afrika van wapens en andere steun te voorzien. Voor dit destabiliserend effect heeft Brussel veel te weinig oog, zeggen veel landen in de regio. Het leidt ertoe dat Arabische landen, zelfs de Golfstaten, op dit punt dichter bij Israël staan dan bij Europa.

Zij hebben ook gezien hoe op verschillende momenten politieke islampartijen (Hamas, de Moslimbroeders in Egypte en Erdogans AK-partij) aan de macht kwamen via democratische verkiezingen – het westerse middel bij uitstek. Eenmaal gekozen zetten zulke partijen democratische basisprincipes opzij ten faveure van ideologisch-religieuze einddoelen.

Arabische landen ergeren zich ook aan de argwaan waarmee Europa de hervormingsagenda van verschillende landen in de Arabische regio – hoe onvolkomen die ook mag lijken – bekijkt. Hervormers in het Midden-Oosten voelen zich door Europa niet gesteund en begrepen.

Mede daardoor overheersen hardnekkige stereotypes over Europa – althans in Arabische ogen. Europa is volgens hen een oud, koloniaal en geopolitiek weinig relevant continent, waar xenofobie en vooral islamofobie vrij spel hebben. Een continent dat zelden over ‘belangen’ en vooral over ‘waarden’ spreekt. Europa op zijn beurt ziet in de Arabische regio vooral regeringen die hun samenlevingen conservatief houden en verdeeldheid zaaien door extremistische groeperingen te steunen.

Deze beeldvorming is over en weer kortzichtig, vergroot argwaan en is een slecht vertrekpunt om complexe gemeenschappelijke problemen op te lossen.

Wederzijds begrip

Daarom moet er meer begrip komen voor elkaars achtergrond en drijfveren. Niet alleen op politiek niveau, maar juist ook tussen civil societies, het geheel van organisaties en burgergroepen die buiten de sfeer van de overheid maatschappelijke belangen vertegenwoordigen – van onderop dus. Culturele diplomatie zal de problemen tussen de EU en de Arabische regio uiteraard niet oplossen, maar het is wel een manier om vastgeroeste denkbeelden te doorbreken en zou daarom over de volle breedte van de buitenlandse politiek meer aandacht verdienen.

Lees ook: Europa, toon nu flair in Midden-Oosten

Gelukkig beginnen we niet helemaal bij nul. Onder aanvoering van buitenlandvertegenwoordiger Federica Mogherini presenteerde de Europese Commissie in 2016 ‘strategie voor internationale culturele relaties’. Zij bepleit culturele diplomatie als strategisch instrument om bruggen te bouwen in de Europese buitenlandse politiek. En het is evident dat Europa grote belangen heeft in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, binnen een geopolitieke realiteit waarin Rusland, de VS en China zich hard opstellen.

Parijs heeft de eerste stappen al gezet: het Louvre heeft een museum in Abu Dhabi geopend en Parijs heeft afgesproken een omvangrijk cultureel centrum in Saoedi-Arabië neer te zetten. Het idee is dat zulke soft power Europese politieke hard power ondersteunt: meer weten en begrijpen leidt tot meer invloed.

Investeer in uitwisseling

Op drie manieren kan Brussel nuttig investeren in uitwisseling met het Midden-Oosten.

1. Cultuur is niet om mee te pronken, het is een middel om het debat aan te gaan over maatschappelijke thema’s en om wederzijds inlevingsvermogen te kweken. In 2018 werd de gehele private collectie van de gerenommeerde Barjeel Art Foundation in de Verenigde Arabische Emiraten tentoongesteld. Deze expositie geeft een politiek historisch overzicht van Arabisch nationalisme, politieke onderdrukking en de veranderende positie van de vrouw. Onder meer de Egyptische kunstenares Inji Efflatoun verbeeldt op de tentoonstelling haar periode in gevangenschap in Egypte.

Aan de andere kant stelde het Amsterdams Greenbox-museum hedendaagse Saoedische kunst tentoon, juist om aandacht te richten op wat daar nu al aan modernisering gebeurt, met kunstwerken van onder meer de vooraanstaande Ahmed Mater die met elkaar verbonden conflicten tussen religie, politiek en wetenschap belichten.

Dergelijke tentoonstellingen hebben gemeen dat ze aan ontwikkelingen als migratie, positie van de vrouw, conflicten en extremisme uitleg en context geven. Uiteindelijk kan cultuur een verbindende factor in heikele politieke kwesties worden.

Dat gaat natuurlijk niet lukken met de vertoning van twee Arabische films in Lissabon en een Finse muziekvoorstelling in Beiroet. Brussel moet veel harder inzetten op een bredere Europees-Arabische dialoog om de mindset daadwerkelijk te beïnvloeden. Nu wordt er vooral over en langs elkaar heen gesproken. De bereidheid elkaars perspectief – en daarmee elkaars belangen – te zien, is gering.

2. Europa kan nadrukkelijker samenwerking zoeken op gebied van stedelijke ontwikkeling. Architecten, ontwerpers, waterexperts en stadsplanners uit beide regio’s die samenwerken bij grote infrastructuur projecten en visies uitwisselen over de rol van steden in de 21ste eeuw. Hoe gaan we om met waterschaarste? Hoe bevorderen we groene steden? Kan kunstmatige intelligentie een rol spelen bij stadsplanning? Dit gaat over innovatie en economische kansen. Nieuwe ideeën breken markten open. Brussel moet publiek-private samenwerking op dit terrein stimuleren.

3. Veel meer jonge kunstenaars uit landen als Saoedi-Arabië, Egypte en Libanon moeten met hun Europese generatiegenoten studeren. Filmacademies en conservatoria in Amsterdam en Kairo, mode-instituten in Beiroet en London, kunstacademies in Parijs, Athene en, wie weet, ooit in Bagdad, zouden met steun van Brussel gezamenlijke masterprogramma’s kunnen ontwikkelen. Nieuwe generaties Arabische en Europese kunstenaars die samen films, theater en kunst maken en elkaars denkbeelden beïnvloeden door op een andere manier naar samenlevingen te kijken. Dat zijn generaties vrouwen en mannen die over twintig jaar met elkaar aan de onderhandelingstafel zitten over complexe maatschappelijke vraagstukken. Maak hiervoor een Europees-Arabisch cultureel fonds vrij.

Tussen waarden en macht

Europa ontwikkelt zich langzaam – en via crises van de euro tot de Oekraïne en migratie – van een ‘waardenproject’ naar een ‘machtsproject’. De Arabische wereld denkt in termen van macht, maar verschillende Arabische landen zoeken ook een meer gematigde waardenrichting. Culturele uitwisseling kan daarbij helpen en Mogherini moet daarbij een scherpere keuze voor het Midden-Oosten durven maken.

Met vijftien miljoen moslims in Europa uit vooral het Midden-Oosten maken Arabische perspectieven onvermijdelijk onderdeel uit van Europees denken. Rusland, China en de VS zien de wereld in toenemende mate door de bril van tegengestelde belangen. Als Europa zijn model van convergerende belangen wil handhaven, zal het anderen beter moeten begrijpen en de eigen belangen en waarden met meer kracht voor het voetlicht moeten brengen. Cultuur als verbinding en onderdeel van belangen politiek. Juist daar waar de onderlinge problemen het grootst zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.