Willem van Hanegem: „Vroeger zeiden ze weleens: je ziet er niet goed uit. Nu zeggen ze: je ziet er goed uit. Ik vertrouw het niet.”

Foto Frank Ruiter

Willem van Hanegem: ‘Nu denkt iedereen dat je niks te doen hebt’

Interview Binnenkort wordt hij 75. Er verschijnen twee documentaires en er wordt een groot feest voor hem georganiseerd. Maar Willem van Hanegem vindt het „allemaal lulkoek”.

Willem van Hanegem zit in de brasserie van golfclub Houtrak in Halfweg, met een van zijn golfvrienden, die ook Willem heet. Van Hanegem zou gaan spelen vandaag, maar hij vindt het te koud en nat. Hij besluit binnen te blijven.

Een grijze sjaal zit netjes om zijn nek gebonden. Zijn krullen en volle, doorlopende wenkbrauwen zijn nog immer aanwezig, met hier en daar een grijze pluk.

Op 20 februari wordt hij 75, het is de reden dat we hier voor een interview zitten.

„Dat is allemaal lulkoek, vind ik.”

Die verjaardag bedoelt u?

„Ja, dat ze ineens allemaal interviews willen.”

Hij knikt naar zijn telefoon. „Net stond er ook een op van Het Vrije Volk [het huidige AD]. Ik pak niet meer op, ik denk, zoek het lekker uit.”

Het is toch wel een moment.

„Nee, zo zie ik het niet. Meen ik.”

Het AD organiseert een feest voor u in De Doelen in Rotterdam. Kijkt u daar wel naar uit?

Zij weten hoe ik erin sta. Dat het niet zo moet zijn dat allemaal mensen je gaan feliciteren en een hand geven. En weet ik wat meer. Mijn dochter heeft dat een beetje uitgezocht, wie er komen, normale mensen. Zij weet dat ik niet wil dat er ineens mensen zitten die zichzelf heel belangrijk vinden.”

Viert u nog iets samen met uw familie?

„Nee, nee. Dat deed ik daarvoor ook niet, dus waarom nu wel?”

„Ja. Jij zit te kijken, misschien vind je het gek. Ik vind het niet gek, dus.”

Er komen twee documentaires over u uit, van Andere Tijden Sport (deze zondag, 17 februari) en een bij Fox Sports (23 maart).

„Dat zijn geen documentaires. Van de NOS is geen documentaire, dat zijn archiefbeelden. Die andere is ook niet echt een documentaire. Een documentaire moet ook over het begin van je loopbaan gaan. Dat hebben ze geprobeerd, met Velox [zijn eerste club]. Maar een heleboel dingen zitten er niet in. Nou, dan is dat ook geen documentaire. Meestal proberen ze een dingetje te maken omdat je jarig bent.”

Van Hanegem in het eerste duel (2-2) van de UEFA Cup-finale tegen Tottenham Hotspur (1974), Van Hanegem scoorde in Londen uit een vrije trap.

Foto Colorsport/REX/Shutterstock

Op de parkeerplaats bij de golfclub staat zijn Opel Agila. Hij is gesteld op het wagentje, al begrijpen weinigen dat hij erin rijdt. Hij vertelt dat zijn familie hem al langer een grotere auto cadeau wil doen. Hij blijft liever in deze rijden. Ideaal voor de boodschappen en achterin is genoeg ruimte voor zijn golfspullen.

Hij golft sinds zo’n vijftien jaar, een „fascinerend spel”. Ze spelen meestal zo’n anderhalf uur, in de ochtend. „Dat is lekker, beetje ouwehoeren, bak koffie, en dan ga je naar huis. Dan ben je toch in beweging.”

Hij speelt regelmatig met mensen uit de voetbalwereld, onder wie coach Henk ten Cate en voormalig Heerenveen-voorzitter Riemer van der Velde. Hij verbaast zich hoe anderen zich kunnen verliezen in het spel. „Je ziet hier mensen helemaal veranderen. Schelden, vloeken, valsspelen.” Zelf speelt hij voor de ontspanning.

Hij krijgt maar moeilijk controle over zijn slag.

„Soms ga je gewoon staan en sla je, en gaat die bal geweldig. Soms ga je iets langer staan en sla je, en is het helemaal kut. Dan denk je: waar maak je je eigen druk om.”

Een handicap, die het niveau van een golfer aangeeft, wil hij niet. Maar hij kreeg te horen dat dit verplicht is. „Dus hebben ze bij mij handicap negentien op de kaart gezet. Dat stelt helemaal niks voor.”

Hij speelt met links, hij is linkshandig. „Dat zijn ook de mooiste spelers. Phil Mickelson. Bubba Watson. Het is net alsof het bij hen allemaal net wat aparter is.”

Rond Kerst zei u dat u het druk had.

„Ja. Ja. En dan vraag je je af waarmee?”

Ja.

„Ik heb het gevoel dat je beter kan voetballen, dan is het allemaal georganiseerd. Dan weet je dat je moet gaan trainen, moet spelen. Nu denkt iedereen dat je niks te doen hebt. Ze willen allemaal dat je ergens komt. Ik neem ook vaak gewoon niet op. Denk, zoek het maar uit.”

U wordt vaak gebeld?

„Ja. Ben je alleen maar met dat soort dingen bezig. Daar iets doen, en daar. Dat kan wel eens, maar niet dat je daar alleen maar mee bezig bent. Het moet niet te gek worden, begrijp je?”

U heeft ook uw eigen leven.

„Ja. Dat is wel de bedoeling. In de jaren die je nog hebt te gaan, kan je de dagen soms ook anders besteden dan alleen maar overal voor iets opdraven.”

In de dagen voor Kerst was u in de weer voor de Voedselbank.

„Ik kreeg een briefje in mijn handen, dan zeggen ze wat je het beste kan geven. Dan denk ik: luister nou, ik bedenk wat ik wil geven. Maar als je dan ook nog de opdracht krijgt dat je beter ragout kan geven, of weet ik wat, spaghetti met saus. Dat irriteert mij dan. Ik heb er een hekel aan dat je iets móét doen. Nu heb ik ham gegeven, met nog een paar dingen erbij.”

Maar waar bent u nou precies druk mee?

„Ja, dat vraag ik mij soms ook af. Maar het is wel zo.”

Als we het opname-apparaat dichter bij hem neerleggen omdat het rumoerig is, zegt hij met een knipoog tegen een van de personeelsleden: „Hé, zit niet zo te schreeuwen, hij neemt alles op.”

Hij vervolgt. „Het moet wel zo zijn, dat ik het druk heb. Ik lig niet te slapen thuis. Dus. Je doet je boodschappen. En als het mooi weer is, ben ik sowieso niet thuis, dan ga ik golfen.”

Als coach van Feyenoord na de landstitel in 1993 met John van Loen (m) en Ruud Heus (l).

Foto ANP/Ed Oudenaarden

Het is de ochtend na de nederlaag van Feyenoord bij Excelsior. Van Hanegem geldt als belangrijkste criticaster van Feyenoord, waarmee hij in 1970 de Europa Cup I won. In zijn column in het AD schrijft hij deze maandag: „Bij dit Feyenoord is iets echt goed mis.” De club staat derde op grote achterstand van koploper PSV.

Heeft u er weleens moeite mee om al dat slechte voetbal te zien?

„Het is niet zo dat je voor je plezier gaat zitten kijken. Maar als je niet kijkt, kan je ook niet oordelen.”

Doet het nog pijn, zo’n nederlaag?

„Ja. Het is om te huilen als je zit te kijken. Omdat zij er gewoon weer makkelijk overheen stappen met z’n allen. Dat is hetgeen wat zeer doet. Verschrikkelijk.”

Is het kritisch vermogen binnen Feyenoord wel…

Hij onderbreekt, fel: „Nee totaal niet. Als jij mij nou maar aardig vindt, en beschermt, dan bescherm ik jou weer. Zo zit de club in elkaar. Ze houden elkaar de hand boven het hoofd.”

Heeft u al kennisgemaakt met Jan de Jong [sinds najaar 2017 Feyenoord-directeur]?

„Jawel. Jan is bij mij thuis geweest, bakje koffie drinken. Maar, dat maakt niks uit. Als ik het niet goed vind, vind ik het niet goed.”

Was dat een goed gesprek?

„Jawel hoor. Ik heb niks tegen Jan, ik heb niks tegen die mensen. Maar ga niet elke keer die lulverhalen ophangen dat het geweldig is, terwijl het niet zo is.”

Wil hij u meer bij de club betrekken?

„Nee, daar zit ik ook niet op te wachten. Ik heb net verteld dat ik het druk zat heb.”

Feyenoord wil een nieuw stadion. U vindt dat geen goed idee.

„Ze hadden vijf jaar geleden de Kuip moeten opkalefateren. Dan had je nu een mooi, vernieuwd stadion gehad. Nu hebben ze het laten verslonzen. En kom niet met het lulverhaal: als we een groter stadion hebben, krijgen we meer inkomsten [wat tot meer succes moet leiden]. Als je nu gewoon presteert, had je nog meegedaan om de titel.”

Stel dat ze het nieuwe stadion naar u willen vernoemen?

„Nee, dat slaat nergens op. Dat zou wel komisch zijn. Dat ze denken: hij loopt zijn hele leven al te mopperen, dan gaan we nog een stadion naar hem vernoemen.”

De Kuip heeft de identiteit van de club in belangrijke mate gevormd. Wat blijft er van Feyenoord over als ze daar niet meer spelen?

„Niet veel. Ik ben bang dat trouwe supporters niet meer komen. Alle spelers, van mijn tijd en de gasten van nu, vinden het Feijenoord-stadion het mooiste om in te spelen. Echt voetbalstadion. Als je in die gang staat en dat luik gaat open, dan voel je met al die mensen dat geluid zo op je neerdalen, dan denk je: ja.”

Van Hanegem heeft een zware tijd achter de rug. Eind 2017 werd prostaatkanker bij hem ontdekt. Begin 2018 onderging hij 45 bestralingen. De eerste keer dat hij in de wachtruimte van het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Hoofddorp kwam, zag hij mensen die terneergeslagen waren, in zichzelf gekeerd.

„Ik zei: ik heb het gevoel dat ik hier in een crematorium terechtgekomen ben. Jullie zitten allemaal alsof je denkt, nou ja, het is afgelopen. En sindsdien was het ineens elke dag volop ouwehoeren, vooral over voetbal. Ik zei nog op een gegeven moment: ik moet uitkijken dat ik het niet ga missen.”

Maart 2018 wordt hij genezen verklaard. Maar in mei krijgt hij een peesontsteking in zijn rechterarm. Daarna volgt nog een dubbele longembolie.

Bent u, door deze lichamelijke tegenslagen, gaan nadenken over de dood?

„Nee, nee. Alleen toen het zo verrot pijn deed met die longembolie, was het meer de pijn waarvan ik dacht: je gaat dood. Ik dacht, als ik ondersteboven val, blijf ik liggen. Maar ik heb niet dat ik denk: dat moet ik nog doen, of dat. Nee hoor.”

Generatiegenoten Piet Keizer en Johan Cruijff overleden in de afgelopen jaren, die kende u goed.

„Dat was schrikken. Ik dacht altijd: dat kan bij hun niet gebeuren.”

Een soort onschendbaarheid?

„Ja, dat zal het geweest zijn. Bij Cruijff schrok ik mij de zenuwen. Terwijl ik met Piet Keizer nog beter op kon schieten. Ik wist helemaal niet dat Piet ziek was. Het is net of iedereen er geheimzinnig over doet. Ineens hoor je dat hij dood is.”

Piet Keizer, Johan Cruijff en Van Hanegem met de mascotte voor het WK 1974.

Foto VI Images/HH

U bent, samen met Johan Neeskens, het laatste icoon uit die jaren dat nog onder ons is.

„Rinus Israël is er nog, die loopt wel met een rollator nu [hij had een bijna-dwarslaesie]. Echt een grote speler. Wim Jansen, ook een grote speler, heel intelligent. En Willy van der Kuijlen is ook een icoon.”

U oogt gezond.

„Vroeger zeiden ze weleens: je ziet er niet goed uit. Nu zeggen ze: je ziet er goed uit. Ik vertrouw het niet.”

Heeft u moeite met ouder worden?

„Nee, nee. Dat zou wel echt gek zijn.” Hij lacht verlegen. „Nee, dat zou toch raar zijn. Lijkt mij.”

Hij is niet milder geworden. Zijn columns en tv-analyses zijn scherp en hard, regelmatig doorspekt met cynisme. Nostalgie is hem, grootheid uit de gouden jaren zeventig, niet vreemd. In het vorig jaar over Van Hanegem uitgebrachte boek Buitenkant links, geschreven door Frans van den Nieuwenhof, zegt hij dat hij zijn oude ploegmaat, wijlen Theo Laseroms, beter vond dan Virgil van Dijk, de duurste verdediger van dit moment. En met zijn zoon Boy discussieert hij soms over de vraag of het voetbal van nu sneller gaat dan in zijn tijd. Van Hanegem vindt van niet, zijn zoon vindt van wel.

Kijkt u veel beelden terug van uzelf?

„Nee, nee. Heb ik nooit gedaan. Frans [van den Nieuwenhof] zei een tijdje geleden: ik heb een filmpje gezien op YouTube van jou, ik wist niet dat jij zo goed was. Nou, ik ook niet. Toen ging ik kijken, zag ik dat ik heel veel, bijna negentig procent, met mijn buitenkant speelde. Heel gek. Ik weet wel dat ik veel met mijn buitenkant speelde, maar niet zo extreem. Dat had te maken met twee gebroken tenen. De grote teen en die ernaast. Daarom moest ik alles met mijn buitenkant spelen.”

U brak die tenen in 1969 in een duel met Miel Pijs van Sparta.

„Ja. Van Ernst Happel [Feyenoord-coach] moest ik toen een grotere schoen aan doen, zodat ik gewoon kon trainen. En als we speelden kreeg ik zeven injecties, vijf voor de wedstrijd, twee in de rust. Terwijl ik eigenlijk geen gevoel in mijn voeten had. Ik heb één wedstrijd gemist, door een bloeduitstorting. Wij speelden bijna overal mee door. Als je je kuitbeen had gebroken, moest je ook gewoon spelen.”

Van Hanegem breekt in 1969 twee tenen van zijn linkervoet in een duel tegen Sparta

Foto ANP

Waar hij komt, raken zalen uitverkocht. Van Hanegem is als fenomeen ongrijpbaar – mysterieus en tegelijkertijd fascinerend door zijn pure eenvoud. Rechtlijnig, norsig, mopperend. „Als ’ie niet kankert is ’ie ziek”, zegt zijn inmiddels ex-vrouw Truus in oude beelden van Andere Tijden Sport.

Maar ook: gevoelig, innemend, zorgzaam, zacht. Als coach bij AZ bekommerde hij zich over twee geestelijk gehandicapte mannen, Klaas en Louis. En onlangs vroeg een man uit Oudenbosch die ongeneeslijk ziek is om een persoonlijke videoboodschap van de oud-voetballer. Van Hanegem is niet zo handig met zijn telefoon („dat ken ik niet”) en reed naar Brabant om de man te bezoeken.

In Andere Tijden Sport wordt u door bekenden van u ondoorgrondelijk genoemd.

„Ja maar wat is dat dan?”

Moeilijk te peilen.

„Tsja.”

Heeft u dat vaker gehoord?

„Niet echt. Ik vind dat ook niet. Ik zeg wat ik vind. Ik heb nergens een belang bij. Ik vind dat open.”

In die aflevering zei u, in uw tijd als speler: „Ik ben een vrij lastige jongen. Wat ik denk, vind ik het beste, en dat moet gebeuren.”

„Eigenlijk is dat niet lastig, toch? Er moet misschien bijkomen dat de mensen mij lastig vonden. Dat zou kunnen. Happel zei: ik hoop dat je, als je trainer wordt, ooit zo’n moeilijke jongen krijgt als je zelf bent. Terwijl ik dat helemaal niet vond. Dat is heel gek. Een heleboel mensen die mij wel goed kennen, zeggen: hij is helemaal niet negatief.”

Hij legt uit dat hij soms verkeerd begrepen wordt. Zoals die keer dat hij in zijn tijd als speler bij Feyenoord reserve Rob Theuns, die niet best betaald werd, financieel wilde helpen. Bij een potje tennisvoetbal speelde Van Hanegem met hem samen, er was dertig gulden te verdienen. Theuns begreep het spel niet goed, Van Hanegem schold hem uit, waarop coach Happel hem wegstuurde.

Van Hanegem zei pas later tegen Theuns dat hij het geld voor hem wilde winnen. „In mijn optiek deed ik het juist goed voor hem. Maar ik gaf hem wel op zijn donder, omdat hij elke keer fouten maakte waardoor we dat geld misliepen. Terwijl ik denk dat ik het goed doet, doet ik het verkeerd in hun ogen.”

Van Hanegem in 1977 met zijn Triumph-sportwagen in zijn toenmalige woonplaats Leerbroek.

Foto Guus de Jong/ANP

Wilt u nog bepaalde dingen doen in uw leven?

„Ik zou het nog wel mooi vinden om, bij wijze van spreken, twee maanden eens gewoon een elftal te trainen. Om te laten zien dat ze veel beter kunnen. En dat alle gekkigheid waar iedereen [trainers] nu mee bezig is allemaal nonsens is. Gewoon echt met het voetbal bezig zijn.”

„Als ik weleens een berichtje stuur naar een speler, zeg ik dat hij plezier moet hebben in hetgeen waar hij mee bezig is. Soms heb ik het gevoel dat het een straf is voor ze. Ze moeten uitstralen dat ze het geweldig vinden om als jonge gasten op zo’n veld te lopen. Dat is toch godverdimme het mooiste wat er is.”

Van Hanegem loopt naar buiten. Het regent hard. Hij versnelt heel even, typisch voetballoopje, met zijn armen naar voren, in cadans. Hij stapt in zijn Opel Agila en rijdt snel en behendig over de kronkelende wegen van Spaarnwoude.

Als we afscheid hebben genomen, claxonneert hij. Niet te lang, niet te kort, de timing precies goed.