‘Hoekstra treedt recht met voeten’

Onafhankelijkheid overheidsinstellingen Experts zijn eensluidend in hun afkeuring van het onderonsje tussen de minister en DNB inzake de witwasaffaire bij ING.

Wopke Hoekstra, minister van Financiën tijdens het wekelijkse vragenuur afgelopen dinsdag in de Tweede Kamer.
Wopke Hoekstra, minister van Financiën tijdens het wekelijkse vragenuur afgelopen dinsdag in de Tweede Kamer. Foto Koen van Weel / ANP

Een minister van Financiën die een brief van De Nederlandsche Bank (DNB) over de witwasaffaire bij ING aan de Tweede Kamer zo redigeert, dat de rol van de toezichthouder er relatief goed uit komt.

Een voormalig hoofd terreurbestrijding dat de conclusies van een onafhankelijk evaluatieonderzoek naar de nasleep van het MH17-drama naar zijn hand probeert te zetten.

Het zijn recente voorbeelden waarin politici en hoge ambtenaren het niet zo nauw lijken te nemen met het respecteren van de onafhankelijke rol van overheidsinstellingen.

De Tweede Kamer wond zich deze week op over het nieuws van NRC dinsdag, over „het toneelstukje” dat minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) had opgevoerd rondom de schikking van ING begin september met het Openbaar Ministerie na een omvangrijk witwasschandaal.

Uit een reconstructie van deze krant bleek dat Hoekstra en zijn ambtenaren zich nadrukkelijk en in detail hebben bemoeid met de wijze waarop DNB zich tegenover de Tweede Kamer over de affaire verantwoordde.

Een brief die DNB via het ministerie naar de Tweede Kamer stuurde was uit en te na door het departement geredigeerd, zowel de vragen als de antwoorden. „Dit roept een kwalijk beeld op van politieke bemoeienis met de onafhankelijke toezichthouder”, aldus Tweede Kamerlid Joost Sneller (D66) die de minister dinsdag naar het wekelijks vragenuurtje haalde. Hoekstra verdedigde zich door te stellen dat DNB „absoluut onafhankelijk in het toezicht is”. Maar dat dit „ook een instantie is die onder mijn ministeriële verantwoordelijkheid valt”.

In hetzelfde vragenuur kwam minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie & Veiligheid, CDA) opdraven om zich te verantwoorden voor een rel van een week eerder. Dick Schoof, de huidige baas van inlichtingendienst AIVD, had zich in zijn vorige rol als Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid inhoudelijk bemoeid met een door het ministerie besteld onafhankelijk onderzoek door de Universiteit Twente. Omdat „de toonzetting” en bepaalde conclusies in zijn ogen „te zwaar en te negatief” waren, had Schoof „redactionele aanpassingen” laten doen. „Zulke bemoeienis kan toch niet waar zijn?” zei CDA-Kamerlid Chris van Dam.

‘Bijna een patroon’

Volgens minister Grapperhaus was het voorval minder ernstig dan de Kamer dacht. Ja, er waren „conceptconclusies” veranderd, maar niet op verzoek van de NCTV maar van het onderzoeksbureau WODC van zijn ministerie. En dat was omdat „de conclusies niet in lijn waren met de teksten uit de eerdere hoofdstukken”.

Juist de intermediërende rol van het WODC riep nieuwe vragen op, want het onderzoekscentrum lag al vaker onder vuur omdat hoge ambtenaren van Justitie eerder hebben geprobeerd het werk van het instituut te beïnvloeden. „Het is bijna een patroon”, stelde PvdA-Kamerlid Attje Kuiken.

Hoe de bewindspersonen de twee kwesties ook probeerden te legitimeren, opnieuw is het beeld ontstaan dat de onafhankelijkheid van zowel een toezichthouder als een onderzoeksinstantie niet vanzelfsprekend is. En dat betrokken hoofdrolspelers er achter de schermen van alles aan doen om hun straatje schoon te vegen en elkaar de hand boven het hoofd te houden. Is dat beeld terecht?

Lees ook: hoe ministers vaker druk uitoefenen op zelfstandige bestuursorganen.

De meeste geraadpleegde deskundigen op het gebied van toezicht en staatsrecht vinden de twee gevallen verschillend, zowel in aard als in ernst. Het WODC, zegt bijvoorbeeld emeritus hoogleraar bestuurskunde Wim Derksen, is een onderzoeksafdeling van het departement. „Dan mogen ambtenaren als opdrachtgever best meepraten over de onderzoeksvragen.” Evenals „kritisch meedenken” gaandeweg het onderzoek, vult zijn Groningse vakgenoot Heinrich Winter aan. „Je mag altijd discussie over beleid hebben – graag zelfs. Dus moet dat ook mogen over de evaluatie van beleid.” Maar de betrokken onderzoekscommissie „moet niet alle kritiek klakkeloos overnemen.” Derksen: „En een hoge ambtenaar mag natuurlijk niet gaan zitten krassen in de bevindingen of conclusies.”

Dus als Dick Schoof enkel wat weerwoord in de conceptversie van het rapport over het crisismanagement rond MH17 heeft willen bieden, was dat vanuit bestuurlijke verhoudingen best toelaatbaar, zeggen de experts. Al hadden de onderzoekers van het WODC hier transparant over moeten zijn, zegt Paul van Dijk, adviseur op het gebied van regulering, toezicht en communicatie. „De Rekenkamer doet dat al. Die stuurt een concept naar de opdrachtgever en neemt diens reactie altijd op in het eindrapport. Zo maak je wederhoor inzichtelijk.”

In strijd met de wet

Over het onderonsje tussen minister Hoekstra en DNB inzake de witwasaffaire bij ING zijn de deskundigen al even eensluidend – in hun afkeuring.

„Enige afstemming kan noodzakelijk zijn”, zegt Philip Eijlander, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan Tilburg University. „Maar het geheel voorkoken van informatie aan de Kamer past niet bij de eigenstandige posities en verantwoordelijkheden.”

Heinrich Winter vindt de mate van afstemming zelfs in strijd met de wet. „De Nederlandsche Bank is een zelfstandig bestuursorgaan, een zbo. Eentje die zelfs als privaatrechtelijke rechtspersoon is ingericht [in de vorm van een naamloze vennootschap, red.]. DNB hoort dus op afstand van de overheid te staan.”

Nu klopt het dat Hoekstra ministerieel verantwoordelijk is voor deze toezichthouder, maar dat gaat om zaken als algehele beleidsregels, budget en de benoeming (en ontslag) van bestuurders. Winter: „Dat is allemaal keurig geregeld in de Kaderwet voor zbo’s. Maar juist die is hier met voeten getreden. Een minister mag juist géén specifieke instructies geven, en al helemaal niet in individuele gevallen, zoals hier met ING.”

Wim Derksen, zelf ooit topambtenaar in Den Haag, heeft wel begrip voor de pogingen van de staf van het ministerie van Financiën om de antwoorden van DNB af te stemmen. „Ambtenaren willen altijd de minister beschermen. Normaal gesproken zijn ze daar heel creatief en effectief in, maar dat is hier finaal misgegaan. Waarom hebben ze zulke contacten tussen Financiën en DNB vastgelegd in mailtjes? Je kunt toch ook mondeling overleggen? Nu is dit allemaal via een Wob-verzoek uitgekomen.”

Met als gevolg dat het doel van de operatie, de minister en de president van DNB uit de wind te houden, is mislukt. „Het is als een boemerang teruggeslagen en de reputatie van Klaas Knot als onafhankelijke toezichthouder is geschaad.”

    • Philip de Witt Wijnen