Eerst stoned inbreken, nu jongeren helpen

Jeugdcriminaliteit Jeremy zat als puber in de cel. Daarna volgde hij therapie. Daardoor daalt crimineel gedrag bij jongeren, met 87 procent.

Jeremy stal en blowde als puber en belandde in de gevangenis, maar is nu al elf jaar „delictvrij” dankzij therapie.
Jeremy stal en blowde als puber en belandde in de gevangenis, maar is nu al elf jaar „delictvrij” dankzij therapie. Foto Olivier Middendorp

Stelen en oplichten is voorbij. Zich sufblowen is passé. En zijn moeder laat hem haar huis weer binnen. Jeremy, een dertiger, is nu elf jaar „delictvrij”. Hij heeft een vaste relatie, een baan in de zorg, en schudt zijn hoofd als hij praat over zijn misstappen als puber. „Ik was zo dom.”

Hoe heeft hij de weg omhoog gevonden? Hij is ouder en verstandiger – natuurlijk. Maar wat ook geholpen heeft, zegt hij, is de therapie. Hij werd een jaar lang behandeld op zijn zeventiende. „Ik denk er regelmatig aan terug”, zegt Jeremy. „Ik leerde er doelen stellen, zoals het halen van mijn diploma. En de communicatie met mijn moeder ging vooruit.”

Recent promotieonderzoek aan Universiteit Leiden toont: na therapie daalt crimineel gedrag bij jongeren spectaculair – met 87 procent. Promovendus Thimo van der Pol, forensisch psychotherapeut bij de Amsterdamse ggz-instelling Arkin, bestudeerde de arrestatiecijfers van 109 Nederlandse adolescenten die tussen 2006 en 2010 aan hun therapie begonnen. De jongeren, bijna allemaal jongens, waren gemiddeld 17 jaar bij de start van hun behandeling. Ze waren wietverslaafd en hadden meerdere strafbare feiten op hun naam staan.

Therapie helpt

Van der Pol nam zowel cognitieve gedragstherapie als familietherapie onder de loep. Bij beide behandelingsvormen bleek: in de drie jaar vóór de start van de therapie nam het aantal arrestaties van de 109 jongeren sterk toe, om in de drie jaar na de behandeling enorm te kelderen. En die afname hield stand, ook zeven jaar na de behandeling. Ouder worden drukt de misdaadcijfers ook, „maar dat verklaart bij deze complexe groep jongeren de afname maar voor een klein deel”, zegt Van der Pol. Er is een wereld te winnen, zegt hij: 56 procent van de jongeren uit jeugdgevangenissen valt binnen twee jaar terug in de criminaliteit. Aanstaande zaterdag vertelt hij erover tijdens het Crime Festival in het Amsterdams debatcentrum De Balie.

Van der Pol was Jeremy’s therapeut. Hij behandelde ook andere criminele jongeren. Toen hij zijn promotieonderzoek begon, stopte hij met het geven van de onderzochte therapieën. Jeremy wil vertellen over zijn verleden maar ter bescherming van zijn privacy zonder achternaam en herleidbare foto.

Hij is van Afrikaanse komaf en vluchtte op zijn vijfde met zijn moeder naar Nederland. Zijn vader bleef achter, contact was er niet. Jeremy begon zijn middelbare schooltijd op het vwo, maar werd na een verhuizing teruggezet naar het vmbo. „Ik was daar heel kwaad om. Mijn moeder wist ook niet hoe ze ermee moest omgaan.” School kwam gelijk te staan aan verveling. Hij hing op straat, „had altijd oor voor een spannend plannetje.” Een woninginbraak bij een meisje leidde tot celstraf.

Ook daarna pleegde hij misdaden. Hoeveel precies, weet hij niet meer – „ik zat toen de hele tijd te blowen.” Hij reed een paar weken gratis met een vervalste ov-kaart en jatte een scooter door deze na een testrondje niet meer terug te brengen. Zijn moeder werd hem zo zat dat ze hem een paar weken uit huis zette.

Rond 2007 ging hij in therapie, een door de rechter opgelegde maatregel. Dat begonnen rechters vaker te doen. Onderzoekers meldden hoge recidivecijfers onder jongeren. Amerikaans onderzoek naar het effect van therapie voor delinquente, verslaafde jongeren was juist hoopgevend: recidive en verslaving namen af.

Behandeling thuis

En zo belandde Jeremy bij forensisch psycholoog Thimo van der Pol. Of beter: Van der Pol belandde bij Jeremy, want de behandeling vond plaats bij de jongen thuis. In de eerste maanden kwam Van der Pol twee à drie keer per week bij hem langs. Jeremy kreeg ‘multidimensional family therapy’, een behandeling die inzoomt op tal van problemen – school, drugsgebruik, schulden. Hoofddoel was een beter contact tussen Jeremy en zijn moeder. „Ik kon haar reactie op mijn gedrag slecht verkroppen”, zegt hij. „Als ze begon te schreeuwen, liep ik weg.” Van der Pol sprak ook één op één met Jeremy’s moeder. „Dan zei ik: ‘Ik snap dat je streng bent, maar probeer ook naar hem te luisteren. Er zijn ook dingen die híj niet oké vindt.’”

Van der Pol heeft „gepraat als brugman” om Jeremy te laten instromen op het ROC, voor een zorgopleiding. „Door zijn strafblad hadden ze twijfels over zijn baankansen.” Hij stroomde in en haalde zijn diploma.

Van der Pol pleit ervoor familietherapie en cognitieve therapie voor jongeren die in aanraking komen met justitie gangbaarder te maken: via therapie in de gevangenis zelf of erbuiten. „De maatschappelijke kosten die je bespaart, zijn enorm. Maar door geldgebrek in de jeugdzorg is er juist fors op behandelaars bezuinigd. En in slechts één van de zeven jeugdgevangenissen wordt familietherapie gegeven.”

Jeremy richtte een stichting op voor vluchtelingen in Nederland en werkt nu meerdere jaren in de zorg – onder meer in de verslavingszorg en de zwaardere jeugdzorg. „Ik snap de problemen van die jongeren”, zegt hij. „Al zijn het de mijne niet meer.”