Opinie

    • Frits Abrahams

Een tijdgeest slaat toe

De tijdgeest. Hij bestaat. Hij leeft onder ons. Op de meest onverwachte momenten kun je hem tegenkomen. Je slaat een hoek om, je ziet een gezicht, je volgt een tafereel, je hoort een uitspraak of je leest een zin en je denkt: dit hoort onmiskenbaar en onverbrekelijk bij nú, dit kon vroeger niet zó gebeurd zijn.

Het komt ook voor dat een oudere tijdgeest plotseling toeslaat – als een spook dat zich te lang op zolder heeft moeten verbergen en nu met holle geluiden de trap afdaalt. „Ken je me nog?”, vraagt hij, „je doet wel alsof je me vergeten bent, maar zó lang is het nou ook weer niet geleden.’’

Dit type tijdgeest bonsde op mijn deur toen ik een oud fotoalbum zat door te bladeren. Fotoalbums, lieve jonge lezers, waren lege boekwerken waarin je foto’s (ook wel kiekjes genaamd), suikerzakjes, nota’s en andere zaken plakte die de herinnering aan een gebeurtenis of periode moesten bewaren.

Die albums zette je vervolgens in een boekenkast bij elkaar, waarna je er nauwelijks meer naar omkeek. Toch gooide je ze nooit weg, bij elke verhuizing moesten ze mee, want misschien zou er ooit een kleinkind, of een kind daarvan, bedroefd vragen: „Die fotoalbums hebben jullie toch niet weggegooid?”

In zo’n album uit de jaren zestig viel mijn oog op een felicitatie van een tante, die ik niet meer zou herkennen als ze morgen in de tram tegenover mij plaatsnam – wat niet waarschijnlijk is, want ze moet allang dood zijn. Ik weet dat niet zeker omdat de familieband met haar en haar gezin in de loop der jaren nogal verslapt is. Maar toen feliciteerde ze mij en mijn vriendin nog hartelijk met ons voorgenomen huwelijk.

„Wij hopen dat jullie samen een zonnige toekomst tegemoet zullen gaan”, schreef ze. „In deze woelige wereld is een goed huwelijk een kostbaar bezit. Ter ere van het feest een geschenkje, waarvan ik hoop, Margriet, dat je het leuk zult vinden en gebruiken om voor je man lekkere dingetjes te kokkerellen. Want neem één wijze raad aan: een goed bereid maal doet bij een man wonderen! Want de tijden veranderen maar de mannen niet (althans op dit punt). Ik eindig met jullie een heerlijke dag toe te wensen en ik zal hier een toost op jullie uitbrengen. Veel liefs van ons allen!”

Het is jammer dat ik die kaart al die jaren vergeten ben, want hoe gretig zou ik niet de tekst, of varianten erop, uit volle borst gedeclameerd hebben op de kritieke momenten in mijn huwelijk. „Ga jij maar lekkere dingetjes kokkerellen in plaats van al dat gezeik!” „Een goed bereid maal doet wonderen bij een man die wel iets anders aan z’n kop heeft.” „Hoezo – de tijden zijn veranderd? Nou, niet op dit punt!”

Dat zinnetje van mijn tante over die veranderde tijden is het interessantste aspect van haar felicitatie. Hier raakt ze de geest van een nieuwe tijd. Ze voelt dat er iets aan het veranderen is, maar ze wil daar niet te veel in meegaan, het zou een verraad zijn aan haar eigen huwelijk. Want die kerels willen eigenlijk toch maar één ding, nou ja, twee – zou ze toegevoegd hebben als haar ernaar gevraagd was.

Anno 2019 is er geen tante meer die dergelijke felicitatiekaarten nog schrijft. Mijn tante zou nu hebben geappt: Geniet ervan!” En misschien zou ze er sceptisch bij hebben gedacht: „Voor zolang als het duurt.”