Recensie

Recensie Boeken

Het armoedige Engeland van een 15-jarige jongen en zijn torenvalk

Barry Hines Zijn door Ken Loach verfilmde roman uit 1968 is nu vertaald. Het armoedige Engeland van de 15-jarige hoofdpersoon en zijn torenvalk in een Brits mijnstadje, wordt er minutieus in beschreven. Vooral de harde scènes met vechtpartijen en lijfstraffen blijven je bij.

Kes is een beroemde film van de Britse regisseur Ken Loach uit 1969. Je hoeft de film niet gezien te hebben om dat ene, vaak gereproduceerde beeld te herkennen van die schriele jongen met zijn torenvalk. De film is gebaseerd op A Kestrel for a Knave uit 1968, de bekendste roman van Barry Hines (1939-2016). Generaties Britse schoolkinderen zijn met het boek opgegroeid, nu is er een Nederlandse vertaling verschenen.

Kes is niet de naam van de jonge hoofdpersoon, het is een verkorting van kestrel, torenvalk. De eigenaar van de vogel heet Billy. Hij is vijftien en woont met zijn moeder en broer Jud in een Engels mijnstadje. Die broer is al volwassen maar het behoeftige gezin is zo kleinbehuisd dat Billy en Jud een bed delen. De roman begint met een beschrijving van een vroege ochtend waarop de twee broers wakker worden. Die scène laat meteen zien hoe Hines schrijft: met minutieuze aandacht voor handelingen en details. ‘Hij reikte verder en greep het uurwerk met beide handen beet. En met het bolle glas in zijn hand, friemelde hij met de vingers van zijn andere aan de knopjes en hendeltjes aan de achterkant. Hij vond het juiste knopje en het lawaai hield op.’ Je kunt ook schrijven: ‘Jud zette de wekker uit’, maar Hines dwingt zijn lezers tot zorgvuldig lezen. Al die uitgebreide beschrijvingen geven een licht vervreemdend effect, alsof ons een onbekende wereld wordt voorgeschoteld; tegelijkertijd geeft Hines ermee aan dat die wereld van belang is, tot in detail.

Gepest

Ook de natuur wordt uitgebreid beschreven. Als het even kan, vlucht Billy naar de weiden en bossen die het grauwe stadje omringen. Hij steelt een jonge torenvalk uit een nest en traint haar aan de hand van een boek dat hij uit een boekhandel jat. Eindelijk kan hij ontsnappen aan zijn onverschillige moeder, zijn kwaadwillige broer, de medeleerlingen die hem pesten.

Hines heeft kunnen voorkomen dat Kes een al te vertederende en ontroerende roman over het archetypische slimme en gevoelige jongen werd. Billy is geen kleine heilige. Hij is een straatjongen die zichzelf overstijgt door de intelligentie en concentratie waarmee hij de torenvalk zo ver krijgt dat hij uit zijn hand eet en ook zonder koord naar hem terugkeert. Tijdens het trainen van de valk komt het beste in hem naar boven. Het tragische is dat je weet dat in zijn verdere leven waarschijnlijk nooit meer een beroep op die capaciteiten zal worden gedaan.

Kes mist het kokette dat romans als Kees de jongen van Theo Thijssen en Paddy Clarke Ha Ha Ha van Roddy Doyle al te zoet maakt. Alleen in het personage van de begrijpende leraar Farthing sijpelt iets door van de zelfvertedering waarmee Thijssen en Doyle te werk gingen. Hines heeft jaren voor de klas gestaan en het zou daaraan kunnen liggen dat de schoolscènes uit Kes wel heel erg uitgebreid worden beschreven. Ze zijn hard, die scènes, met vechtpartijen en lijfstraffen. Erg goed is de passage waarin Billy zich tijdens de lessen in school verbergt voor zijn broer die hem wil straffen.

Tegen het einde volgt nog een uitgebreide, spanning onderbrekende beschrijving van de wijk waarin Billy is opgegroeid. Je kunt je een meer gestroomlijnde versie voorstellen.