Opinie

Een schoon bureau is niks voor een onderzoeker

Onderwijsblog Aan de universiteit: geen eigen bureau en de knop vakantiedagen staat uit, merkt Emilie van Opstall.

Getty Images/iStockphoto

Universitaire docenten doen me steeds meer denken aan metaalarbeiders uit het einde van de 19e eeuw, zoals de Russisch-Amerikaanse anarchiste Emma Goldman die beschrijft bij haar bezoek aan de New Yorkse Hoogovens: ‘We kwamen langs loodsen waar menselijke wezens, half mens, half dier, zwoegden als galeislaven uit lang vervlogen tijden … De kinderen van de hel, gedoemd tot een eeuwig inferno van hitte en lawaai.’

Op het eerste gezicht hebben de werknemers van de hedendaagse universiteit niets gemeen met deze ‘Workshop of America’: geen zweet, geen hitte, geen oorverdovend lawaai, maar schone kleren, airconditioning, en een ‘clean desk’. Plus een achturige werkdag uiteraard. Werken op de universiteit zou de ideale baan moeten zijn: je wijden aan onderwijs en onderzoek met veel vrijheid om zelf je tijd in te delen.

Toch raken veel academici overspannen. De studentenaantallen worden vaak als belangrijkste oorzaak genoemd. Op 15 maart wordt om die reden dan ook landelijk gestaakt: de studentenaantallen stijgen en de financiering blijft achter, dus er is meer geld nodig.

Maar ook te weinig studenten zijn een probleem, vooral in de geesteswetenschappen: het levert een financieel tekort op waardoor studierichtingen en zelfs hele wetenschapsgebieden moeten verdwijnen – ik noem als schrijnendste voorbeeld de opheffing in 2008 van Godsdienstwetenschappen aan de Universiteit Leiden, de oudste faculteit, opgericht in 1575.

De universiteit is een bedrijf geworden met een verdienmodel, een neoliberaal instituut, met marktwerking, top-downstructuur en outputfinanciering. Wetenschappelijk personeel moet naast onderwijs en onderzoek steeds meer administreren. Iedere stap moet met een rapport worden verantwoord, vooraf en achteraf. Toetsmatrijzen, midtermreviews, zelfevaluatiecommissies om aan toekomstige visitatiecommissies te laten zien dat aan verbetering wordt gewerkt, zelfs bij studierichtingen met het predikaat „topopleiding” van de Keuzegids Universiteiten.

Daarnaast moeten academici externe financiering voor hun projecten aanvragen met weinig kans van slagen. In zijn boek Bullshit Jobs schat David Graeber het verlies veroorzaakt door afgewezen projectaanvragen voor de Europese universiteiten op 1,4 miljard euro.

Clean desk

Een ‘clean desk’ klinkt goed, maar hoe komen die bureaus zo schoon? Zit de klassieke wetenschapper niet juist altijd aan een tafel vol boeken en aantekeningen, schots en scheef opgestapeld rond een computerscherm, met balancerende koppen koffie ertussen? Bij Einstein leidde de chaos op zijn bureau in ieder geval tot grote intellectuele creativiteit.

Een geliefde grap, afkomstig van Einstein, is dan ook: ‘A messy desk is a sign of a messy mind. Of what then, is an empty desk a sign?’ Het antwoord op deze vraag is niet langer correct sinds de ‘clean-desk policy’ is ingevoerd, naar Amerikaans bedrijfsmodel.

De Vrije Universiteit in Amsterdam ging een aantal jaren geleden onder protest van de medezeggenschapsraad over op de zogeheten flexplekken in een ‘open kantoortuin’. De kleine kamers die door meerdere collega’s werden gedeeld en waar studenten vrij aan konden kloppen werden gemoderniseerd. Daarvoor in de plaats kwamen grote gemeenschappelijke ruimtes achter een beveiligde glazen wand (door de universitaire medewerkers onmiddellijk omgedoopt tot ‘de gesloten inrichting’). Niemand had meer een vast bureau en alle spullen moesten aan het eind van de dag worden meegenomen om plaats te maken voor een andere werknemer.

Aangezien de instrumenten van geesteswetenschappers vaak bestaan uit een computer en een groot aantal boeken en aantekeningen en voor artikelen schrijven concentratie nodig is, werken mijn collega’s en ik elders, thuis of in de bibliotheek. De sociale cohesie is zodoende langzaam afgebrokkeld. Misschien was dat de bedoeling.

Laptop

Nog een voorbeeld. Wegens een samenwerkingsverband tussen VU (aan de Amsterdamse Zuidas) en Uva (in dde binnenstad van Amsterdam) kregen de medewerkers een jaar geleden laptops aangeboden. Waarschijnlijk met de gedachte dat die het werken op verschillende plaatsen zouden vergemakkelijken. Maar het faculteitsbestuur had er voorwaarden aan vastgeknoopt: de laptops waren in bruikleen en voor iedere laptop werd een vaste pc weggehaald. De enkele overgebleven pc’s waren bedoeld voor degenen die geen laptop hadden gekregen.

Met andere woorden: als je voor een laptop kiest, mag je niet alleen je boeken en je aantekeningen, maar nu ook je eigen laptop dagelijks meenemen op zoek naar een vrij bureau op de ene of op de andere universiteit – dit alles om kosten te besparen. Vriendelijk bedankt.

Vaak wordt gedacht dat mensen die zich aan de wetenschap wijden eigenlijk permanent op vakantie zijn, maar het tegendeel blijkt het geval. De werkdruk is hoog, en de uitval groot. „Als je geregeld rust neemt, dan voorkom je dat je op een gegeven moment overwerkt raakt of nog erger, dat je een burn-out krijgt”, stelt het universiteitsblad Ad Valvas terecht in het artikel ‘Vakantiepraat’ voor de zomer 2018. Het stuk is opgeluisterd met een vrolijk plaatje van een magische koffer van bruin leer, waaruit allerlei landschappen tevoorschijn komen, de besneeuwde alpen, een vlucht vogels, de Eiffeltoren. Maar de tekst gaat vooral over het ‘vakantiestuwmeer’, een metafoor voor het vakantietegoed dat zich opstapelt als mensen te weinig vakantie nemen.

Het werk van een academicus is alleen geen baan waarbij de uren tussen 9 en 5 geturfd kunnen worden. In de drukte van onderwijs, onderzoek en administratie is de vastgestelde hoeveelheid dagen lastig op te nemen. Dat leidt tot zo’n stuwmeer.

Geen vakantieregistratie

Het artikel stelt dat het uitgangspunt is dat je al je vakantie-uren binnen het kalenderjaar opneemt. Dat klinkt logisch. Maar „De geldelijke waarde van het vakantiestuwmeer van jouw eenheid moet jaarlijks op de balans worden opgenomen als schuld aan de medewerkers. Deze gelden zijn dan niet beschikbaar voor onderwijs, onderzoek of projecten.” Je moet dus afspraken maken met je leidinggevende. Advies: „de eenvoudigste manier om de verlofstuwmeren in te dammen, is de vakantieregistratie uit te zetten”, met een subtiele toevoeging: „daar maken veel collega’s reeds gebruik van”. De ‘eenvoudigste manier’ verlost de universiteit met één druk op de knop van haar financiële tekort. Na het verlies van hun vaste werkplek en computer moeten academici zichzelf nu ook op papier zo onzichtbaar mogelijk maken.

Mijn collega’s hebben het advies zonder enig protest opgevolgd. Ik heb ervoor gekozen mijn vakantie-uren pro forma op te nemen in mijn eigen onderzoekstijd. Het merendeel van de overtollige vakantie-uren blijkt namelijk alleen op die manier te kunnen worden verzilverd. Onderzoek doen is kennelijk net als knutselen aan je hobby: of je het nou wel of niet doet, maakt niet zoveel uit. Toch een ideale baan, met alle vrijheid om je tijd zelf in te delen? Ik houd het gevoel dat er iets niet klopt. Want wanneer je externe financiering aanvraagt, zijn het alleen de publicaties die ertoe doen. En aan publicaties werk je in je onderzoekstijd.

Ik kan voor het bedenken van het beleid wijzen naar de direct leidinggevende, die wijst naar de decaan, die wijst naar het college van bestuur, dat wijst naar het ministerie van Onderwijs. Hoe hoger in de hiërarchie de schuldige wordt gezocht, des te ongrijpbaarder die is. Vanaf de top van de piramide wordt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het beleid juist weer telkens een trede lager gelegd.

Op 15 maart gaat iedereen, van promovendus tot voorzitter van het college van bestuur, gebroederlijk zij aan zij in Den Haag demonstreren ‘om meer geld’. De universitaire medewerker heeft nog niet in de gaten dat hij bij een nieuw soort proletariaat hoort. Niet fysiek, maar geestelijk uitgebuit, tot de verdwijning erop volgt. Wij zijn radertjes in een neoliberale machine. Laten we ons inderdaad verenigen, maar dan om een andere reden: niet om te demonstreren voor meer geld, maar voor minder neoliberalisme aan de universiteit.

Emilie van Opstall is universitair docent klassieke talen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.