Recensie

Recensie Boeken

Dus jij denkt dat die vos onschuldig is?

Kinderboek Daan Remmerts de Vries speelt in het prentenboek Vos is een boef een heerlijk, ironisch en dubbelzinnig spel met het onberekenbare karakter dat de vos van oudsher wordt toegedicht.

Ieder hoofdstuk in de bejubelde, recente Reinaert de Vos-bewerking van Koos Meinderts opent met een prent van een andere illustrator. Allemaal creëerden ze hun eigen versie van het populaire fabeldier. Toch springt die van Daan Remmerts de Vries eruit. Niet alleen vanwege zijn karakteristieke ongekunstelde collagetechniek, maar vooral vanwege de geveinsde onschuld die hij in de vossentronie wist te leggen. De omrande ogen en subtiele geknikte lijn van de vossenbek, weerspiegelden het onbetrouwbare, opportunistische karakter van de roodharige schurk van wie we stiekem allemaal houden grandioos.

Vast niet geheel toevallig inspireerde de bekende vos Remmerts de Vries tot het maken van zijn nieuwe prentenboekverhaal Vos is een boef, waarin hij een heerlijk, ironisch en dubbelzinnig spel speelt met het onberekenbare karakter dat het dier van oudsher wordt toegedicht. Die ironie zit ‘m voornamelijk in het geslaagde samenspel tussen tekst en beeld. Een dodo die bij Vos aanbelt om te collecteren voor uitstervende dieren zoals hijzelf, is op zich al een geestig gegeven. Maar de goed getroffen schijnheilige blik die Remmerts de Vries de dodo gaf, in combinatie met zijn bekentenis aan Vos dat het geld dat hij collecteert eigenlijk voor hemzelf is, maakt het dubbel grappig. Wie is hier nu de opportunist?

Vreemde vogel

Die vraag stel je jezelf ook wanneer Vos de vreemde vogel uitnodigt om even lekker uit te rusten in zijn huis. Als Vos even later de hem bezoekende Das en Wasbeer een gebraden kip serveert die net zo kogelrond is als de gedrongen dodo, vrees je het ergste. Ook Das en Wasbeer zetten vraagtekens bij de herkomst van het gebraad. Wanneer ze vervolgens het collectebusje van de dodo ontwaren en herkennen, trekken ze hun conclusie en nemen de benen: een kip, daar likken deze huichelachtige moraalridders hun hebberige lippen bij af, zo toont de bijgaande amusante prent, maar het opeten van de laatste dodo laten ze graag aan zich voorbij gaan.

Remmerts de Vries slaagt er knap in je voortdurend op het verkeerde been te zetten. Dat Das en Wasbeer besluiten om Vos te volgen zodat ze de vermeende moordenaar op heterdaad kunnen betrappen, lijkt logisch: het heeft er alle schijn van dat Vos een boef is. Maar hoe je hun uitroep ‘moet je zien hoe onschuldig hij erbij loopt!’ moet interpreteren, als het tweetal Vos met een brood een winkel uit ziet komen, is onduidelijk. Net zo min kun je inschatten of Vos’ belangstelling voor moeder- en babykonijn op de volgende prent voortkomt uit gulzigheid, of oprechtheid. Houdt Vos zich, zijn sluwe karakter passend, gewoon van de domme, zoals Wasbeer suggereert? Zijn Das en Wasbeer eigenlijk twee lafhartige onruststokers? Of is de verteller net zo onberekenbaar als zijn eigen personages?

Gemoedstoestand

Een ding is zeker, de afloop laat zich niet gemakkelijk raden. Dat komt niet alleen door het enige wat zwakke moment in de plot (hoe lang kan een plaspauze duren), maar vooral door de treffende stripachtige manier van illustreren, in dienst van het pretentieloze verhaal. De duidelijke contouren van de dierfiguren en de slechts enkele, expressieve lijnen die hun gezichten verbeeldt, geven hun gemoedstoestand meesterlijk weer. Daarbij maakt dierenkenner Remmerts de Vries effectief gebruik van hun oorspronkelijke uiterlijk en karakter. De zwarte banden en vlekken over en rondom de ogen van de das en wasbeer bijvoorbeeld, geven hen sowieso iets vals. Dat de das in werkelijkheid als opportunistische alleseter te boek staat, geeft dit lekker immorele beeldverhaal over schelmengedrag bovendien een extra komisch laagje. Zo sluit Vos is een boef vernuftig aan bij die ene roemruchte vos, die het uitgangspunt van alle vossenverhalen is.