Recensie

De vloek van de mens: eeuwige mateloosheid en woede

Sylvain Tesson Niets in Homeros’ Ilias en Odyssee is verouderd, verzekert deze schrijver in de neerslag van een reeks radiouitzendingen. De mens is eeuwig vervloekt.

Foto iStock

Iedereen kan reiziger worden, maar niet elke reiziger is een avonturier. Sylvain Tesson (1972) verdient dat predikaat ten volle, en wat belangrijker is, hij doet van zijn avonturen verslag als een eersteklas schrijver. Een vergelijking met oorlogsvlieger en wereldberoemd auteur Antoine de Saint-Exupéry zou laatstgenoemde niet beschamen: beiden ongeneeslijke romantici, beiden waaghalzen, beiden een kordate stijl, en bij alle twee staat koortsachtige dadendrang filosofische beschouwing niet in de weg.

De verhouding tussen een gepensioneerde fysicus en zijn zoon is nooit echt intiem geweest. Dan besluiten ze op reis te gaan, in het spoor van de Odyssee. Lees ook: Eindelijk ziet de zoon wie zijn vader is

Helaas zijn riskante expedities verleden tijd voor de 46-jarige Parijse schrijver sinds hij in beschonken toestand van een dak viel: ribben, ruggenwervels en schedel gebroken. Bij wijze van revalidatie liep hij dwars door Frankrijk, in de vrije natuur, overnachtend onder de blote hemel. Hij schreef erover in Ongebaande paden (2017), dat minder spektakel bood dan Zes maanden in de Siberische wouden (2011) of Berezina (2015), maar wel afkomstig bleek van dezelfde dwarse geest, wiens aangeboren neiging zich van de maatschappij af te wenden nog werd versterkt door mensenschuwheid vanwege zijn mismaakte gezicht – een gevolg van zijn ongeluk. Kennelijk moet Tesson het nog altijd rustig aan doen, want zijn nieuwe boek is het verslag van een leesavontuur.

In een roes

Een zomer met Homeros is de neerslag van een reeks uitzendingen die Tesson voor de Franse radio presenteerde. Niets in de Ilias en de Odyssee is verouderd, verzekert hij de luisteraar: het is alsof je de krant leest.

Eerst bespreekt Tesson de Ilias. Omdat Achilles vanwege zijn conflict met Agamemnon niet zelf in actie wil komen, stuurt hij zijn boezemvriend Patroklos het slagveld op, waarbij hij hem maant zich in te houden. Patroklos raakt echter in een roes en doodt, gehuld in Achilles’ wapenrusting, de ene Trojaan na de andere. ‘Hij gaat over de schreef – de ergste misdaad’, schrijft Tesson.

Mateloosheid

Volgens hem gaat de Ilias over de vloek van de mateloosheid. Hektor velt Patroklos, om op zijn beurt door hybris verblind te worden: hij trekt Achilles’ wapenrusting aan – ongepast! – en bewijst Patroklos’ lijk geen eer. Verpletterd door het sterven van zijn vriend richt Achilles vervolgens een slachting onder de Trojanen aan. Tesson ziet een opmerkelijke gelijkenis in het overstromen van de rivier Skamandros, die buiten zijn oevers treedt om Achilles’ razernij te stoppen, en de overstromingen die de moderne mens over zichzelf heeft afgeroepen: net als de Griekse held zijn wij in onze hoogmoed te ver gegaan, we hebben ons tegenover de natuur gedragen zoals hij zich tegenover de goden gedroeg. Zo mateloos is Achilles, dat zijn woede niet gekoeld is wanneer hij Hektor heeft gedood; hij moet ook nog diens lijk onteren. Verwijzend naar de klimaatproblemen en oorlogen concludeert Tesson dat de mens eeuwig door mateloosheid en woede geleid wordt. Dat is de les die de Ilias ons leert.

De bedwelmende lotus op het eiland van de Lotofagen vergelijkt Tesson met de hypnotiserende, infantiliserende verleidingen van onze digitale samenleving.

Ook Odysseus is in de fout gegaan. Hij is onder meer zo arrogant geweest zijn naam bekend te maken aan de door hem verblinde Cycloop. Voor deze en andere daden moet hij boeten met jarenlange omzwervingen voordat hij Ithaka bereikt. De bedwelmende lotus op het eiland van de Lotofagen vergelijkt Tesson met de hypnotiserende, infantiliserende verleidingen van onze digitale samenleving; en de Sirenen, die alles zien en vanuit de lucht aanvallen, vertolken de mythologische rol van Google, Apple, Facebook en Amazon. Maat houden, leert ook de Odyssee, en ondertussen je lot en je plaats in het leven aanvaarden, in plaats van de ‘zo moderne, zo typisch Franse activiteit die erin bestaat te zeuren over je lot, op zoek te gaan naar schuldigen voor je eigen mislukking.’ Soms komt die moderne invulling wat geforceerd over, maar dat is nauwelijks een bezwaar vanwege de bezieling waarmee Tesson de gehelmde helden op de Trojaanse vlakte vervangt door iemand die ‘staat te wachten op de bus’. Enthousiastelingen zoals hij houden de klassieken springlevend.