Opinie

De rechtspraak lijkt zichzelf vast te draaien

De Rechtsstaat

Altijd leuk als consultants een organisatie binnenlopen en vragen gaan stellen. De rechtspraak vroeg vorig jaar of het op eigen kracht uit de rode cijfers kon raken. Het antwoord was er vorige week, van BCG, de Boston Consulting Group. Antwoord: nee, dat zal niet lukken. Waarmee rechtspraak en kabinet in een patstelling zijn beland. In de logistiek, de ondersteuning en taakverdeling zit ruimte. Sluiting van kleine vestigingen (Assen, Alkmaar, Roermond, Zutphen e.d.) levert ook wat op, maar genoeg is het allemaal niet.

Het rapport laat nu voor de rechtspraak zien wat eerder ook al voor de gefinancierde rechtsbijstand bleek. De hele rechtsstaat kampt met stevige financieringsachterstand, over een langere periode. De crisisgeluiden, een vast thema in deze rubriek, zijn nu voor de rechtspraak onderbouwd. Interessant is dat de oorzaak niet alleen bezuinigingen of tegenvallers zijn, door de mislukte digitalisering. In de rechtspleging zelf veranderde er het nodige – en dat is eigenlijk interessanter. Er wordt al jaren minder geprocedeerd bij de rechter, maar wát (en wie) er de zittingzaal binnenkomen blijkt gecompliceerder en tijdrovender. De rechtspleging lijkt zichzelf vast te draaien. De consultants stelden vast dat de juridische ‘toetsingskaders’ ingewikkelder zijn geworden. Zowel de hogere rechter als de wetgever heeft de neiging normen verder te verfijnen, immer op zoek naar nóg scherper geslepen rechtvaardigheid. Europese regelgeving, vaak niet zo bekend en minder toegankelijk, wordt vaker aangehaald wat tijd en aandacht kost. Weliswaar komen er minder burgers naar de rechtbank, maar die er komen zijn mondiger en veeleisender. Ook voor hun advocaten. Die zijn zich dan ook meer gaan specialiseren. Dat leidt dan weer tot meer kennis en tot hogere eisen aan de rechter. En dus tot langere zittingen, meer ingediende stukken, langere verweren en dito ingewikkelder uitspraken.

Het aantal belanghebbende partijen bij een zaak neemt volgens het onderzoek door nieuwe wetten incidenteel ook toe. Ook dat veroorzaakt langere zittingen, die ingewikkelder te plannen zijn. Verder worden ingediende stukken omvangrijker. Internet maakt informatie immers makkelijker toegankelijk en reproduceerbaar. In een kleine strafzaak maakte ik een advocaat mee die op de zitting 400 pagina’s uitgeprinte WhatsApp communicatie overhandigde. Of de rechter er even kennis van kon nemen? De lichte zaken zijn veelal verdwenen: afgevangen met hogere griffierechten, verschoven naar andere instanties, zoals het Openbaar Ministerie.

Dat de rechter steeds meer standaardteksten en modeluitspraken gebruikt, zelf ook databanken kan raadplegen en met digitaal voorbewerkte dossiers kan werken, weegt daar onvoldoende tegenop. De conclusie van BCG is dat de behandeltijd het afgelopen decennium met circa 30 procent is toegenomen. Vandaar de overbelasting van de rechters. De conclusie lijkt onvermijdelijk: dit houdt voorlopig ook niet op. Aan rechtspraak valt vaak ook niet zo veel te managen, althans op de werkvloer. Organisatie en werkproces zijn ingesnoerd in wetten en regels. Er is 2,2 miljoen te besparen als het aangetekend opsturen van processtukken wordt gestaakt. Alleen, het is verplicht. Zaakstromen tussen gerechten verdelen op basis van capaciteit. Eventueel lokaal specialisatie toestaan of specifiek personeelsbeleid voeren. De omvang van processtukken indammen – een rechtbankpresident is gekneveld en de wetgever realiseert zich niet wat-ie heeft aangericht.

Het werk is bovendien enorm kwetsbaar. Een dure strafzaak waar rechters dagen dossiers voor lazen, kan in één keer afgeschreven worden als blijkt dat reclassering of psychiater het rapport te laat indienden. Zaak uitgesteld. Standaardiseren van werkstromen zijn geen sterke punten, zacht gezegd. Rechtbankmanagers hebben zelden real time inzicht in aantallen en type zaken, in behandeltijden, in personeelskosten per rechtsgebied. Daardoor blijven ‘best practices’ onbekend en kan men niet leren – niet van zichzelf en niet van elkaar. Wat effectief is en wat efficiënt binnen de rechtspraak, is meestal een raadsel. Die BCG-jongens zullen af en toe ook best wel gelachen hebben.

Maar de rechters zitten er maar mee. En wij ook.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.