De Amerikaanse trek naar Tijuana

Mexico-VS Steeds meer Amerikanen vestigen zich in de Mexicaanse grensstad Tijuana en forensen naar Californië. Wat de nieuwe ronde in het gevecht over Trumps ‘muur’ voor hen betekent, is afwachten.

Luchtfoto van de grens tussen de VS en Mexico bij Tijuana
Luchtfoto van de grens tussen de VS en Mexico bij Tijuana Foto AFP

Een van de vele nieuwe inzichten die Bob Morris opdeed sinds hij in Tijuana neerstreek, is dat je er juist bij de ontelbare straatkraampjes het lekkerste eet. „Ik ben nu dol op de street tacos. Wij Amerikanen worden opgevoed met het idee dat je eten in Mexico niet eens moet aanraken. Maar ik ben er nog nooit ziek van geworden”, vertelt de 66-jarige pr-consultant, die sinds een paar maanden permanent in de Mexicaanse grensstad woont. „Je moet gewoon eten waar het druk is. Altijd goed.”

Morris heeft klanten aan beide kanten van de grens en kwam al vaak in Mexico. Eerst zat hij er in hotels, nu probeert hij uit hoe het is om er echt te wonen. „Ik wil een tijd binationaal en crossborder gaan leven. Het is een mindset”, vertelt hij tijdens een ontbijt van huevos rancheros.

Morris voegt zich bij een snelgroeiende Amerikaanse gemeenschap in Tijuana. In de officiële cijfers gaat het om enkele duizenden, maar in de grensstad van 3 miljoen inwoners is goed te merken dat het ware aantal hoger moet liggen. De Amerikanen ontbreken in de statistieken, omdat velen neerstrijken zonder zich in Mexico te registreren. Velen wonen namelijk in Tijuana, maar werken in Californië.

Door te forensen hebben ze het beste van twee werelden. Een baan met een Amerikaans salaris, maar woonlasten die enkele malen lager liggen dan op de zeer oververhitte Californische huizenmarkt. Velen zijn eigenlijk economische, ongedocumenteerde migranten.

Dat zulke migratie óók van noord naar zuid plaatsvindt, toont hoe nauw de VS en Mexico verweven zijn. Dat blijven ze ook op een moment dat het politieke conflict over Trumps beloofde grensmuur escaleert, nu de president de noodtoestand heeft afgekondigd. Hij wil zo alsnog de benodigde miljarden loskrijgen, die de nieuwe Democratische meerderheid in het Huis hem niet wil geven. Door Trumps besluit zal deze politieke strijd ook juridisch uitgevochten gaan worden, waarschijnlijk tot aan het Hooggerechtshof.

Wachttijden aan de grens

In de grensstreek wacht men de afloop van dit conflict gespannen af. Juist omdat zoveel mensen regelmatig oversteken wil men rust. De wachttijd aan de grens bepaalt of je op tijd op werk, school of een afspraak komt. „Op een goede dag kan ik het in drie kwartier doen”, vertelt Bob Morris. „Maar als ik echt een belangrijke vergadering in San Diego heb, vertrek ik voor alle zekerheid twee uur van te voren. Zo lang kan het soms ook duren.”

Ángel Aguilar draait om diezelfde reden de nachtdienst in de Californische motorenfabriek waar hij werkt. „Ik moet er iets voor middernacht zijn en ben om zes uur ’s ochtends klaar. Dan is er amper wachttijd”, vertelt hij in een sportschool in Playas, de strandwijk van Tijuana. Met zijn nek en handen vol tatoeages ziet hij er wel uit als een van de bad hombres, waar Trump latinomannen graag voor wegzet. „Maar ik heb nooit in de cel gezeten.”

Aguilar werd geboren uit Mexicaanse ouders, in een beruchte voorstad van Los Angeles. Hij kreeg zo automatisch de Amerikaanse nationaliteit, maar woont nu al jaren in Mexico. „In de VS zou ik maar net rondkomen. Dan leef je van loonstrookje naar loonstrookje. Ik ga liever elke dag op en neer en leef hier goed.”

Toch is het niet altijd makkelijk in het land van zijn ouders te wonen. Mexicaanse-Amerikanen worden in Mexico pochos genoemd: een denigrerende term. „Het komt voort uit jaloezie. Ze denken dat wij pochos allemaal rijker zijn. Vooral de politie, die houdt je om niks aan en vraagt veel hogere steekpenningen dan gebruikelijk. Gelukkig spreek ik goed Spaans en red ik me er wel uit.”

Het winkelaanbod in Mexico is ook minder. „Ik heb niet de omvang van een doorsnee Mexicaan. Hier hebben ze geen XXL, dus mijn kleren moet ik in de VS halen.” Als hij iets ernstigs onder de leden heeft, gaat hij niet naar zijn Mexicaanse huisarts. „Dan spreek ik liever het eigen risico van de zorgverzekering aan die ik via mijn werk heb.”

Ángel Aguilar werd geboren in de VS. Hij heeft Mexicaanse ouders en woont in Tijuana. Foto Juan Lorenzo

Stadion vol Amerikanen

Ondernemers spelen in op de Amerikaanse trek naar Tijuana. Er worden privéklinieken gebouwd, waar ze goede zorg kunnen krijgen, evenals luxe appartementen. Zoals het Eazy Living-complex. Hier worden nu nog de laatste plinten afgelakt en stopcontacten aangelegd, maar later deze maand zullen de 69 studio’s bewoond kunnen worden.

Een soortgelijk complex van dezelfde vastgoedgroep zat na de opening vorig jaar binnen enkele maanden vol huurders, vertelt manager Cynthia Perdomo tijdens een rondleiding. Zij is Mexicaanse, maar studeerde in de VS en houdt haar verkooppraatje in accentloos Engels. „Ik schat dat ongeveer 80 procent van onze klanten Amerikanen zijn. Sommige pendelen, anderen hebben telewerk, dat ze overal kunnen doen zolang er maar goed internet is.”

Het wooncomplex hangt vol met spreuken in afwisselend Engels en Spaans. In de fitnessruimte: ‘Be a bad ass with a good ass’. In de gemeenschappelijke zithoek: ‘Una noche de Netflix’. „Onze investeerders zijn allemaal Mexicaanse-Amerikanen en onze filosofie is dat ook. We moedigen gasten aan om te delen, van etentjes tot een potje pool. Want zo zijn Mexicanen ook: we doen alles in stamverband.”

De huurprijzen van het complex zijn minder Mexicaans: de goedkoopste studio kost omgerekend 1.049 dollar per maand. De huurmarkt in Tijuana trekt aan nu ze besmet wordt door de Californische prijzengekte. Inwoners van de stad klagen dat ze amper nog naar het voetbal kunnen. Omdat San Diego geen professioneel team heeft, zit het stadion van de Xolos vol met Amerikanen. Op dagen dat ze thuis spelen staan de langste files aan de grens.

Cynthia Perdomo is Mexicaanse, maar studeerde in de VS. Foto Juan Lorenzo

Chaos door karavanen

Wat de nieuwe ronde in het gevecht over Trumps ‘muur’ voor de grensstreek betekent, is afwachten. Sinds de Amerikanen na ‘11 september’ de grens strenger gingen beveiligen is de wachttijd al verdriedubbeld. Ook tijdens de shutdown – de gedeeltelijke overheidssluiting vorige maand door het begrotingsconflict over de muur – waren de rijen langer. Agenten van douanedienst CBP werden niet uitbetaald en meldden zich ziek.

Het grensverkeer raakte pas echt verstoord, toen in november een migrantenkaravaan in Tijuana aankwam. Toen een klein deel van deze circa 6.000 Midden-Amerikaanse asielzoekers ging protesteren bij het grenshek, gooiden de VS de grens enige uren dicht. Beide steden hadden daar last van. Mensen zaten uren vast in files voor de grens.

In Tijuana wordt veel geklaagd over de karavanen. De rechtse burgemeester probeerde die onvrede te verwoorden door trumpiaans een rood honkbalpetje met ‘Make Tijuana Great Again’ op te zetten. De gemeentelijke ombudsman waarschuwde al tegen oplaaiende xenofobie.

Aan migratie is Tijuana zeer gewend en de snelgroeiende economie kan ook wel nieuwe werkkrachten gebruiken. Maar de stad zit niet te wachten op meer karavanen. „Dit is echt nieuw, al die mensen in één keer. Het zet de goede wil van de mensen onder druk”, zegt José María García Lara, die in Tijuana een katholieke migrantenopvang runt. „Iedereen lijdt als de Amerikanen de grens dichtgooien.”

Tijuana wil geen karavanen, maar ook geen muur. De grens is hier al streng beveiligd met hekken, op veel plekken zelfs in twee lagen aangelegd. Mensen in de grensstreek zijn daarentegen wel te spreken over de ‘Cross Border Xpress’, een commerciële loopbrug van de luchthaven van Tijuana naar een aankomstterminal in de VS. Door de ‘CBX’ is vliegen naar de grensregio aantrekkelijker geworden en trekt het toerisme aan.

Lees ook deze reportage: Hopend en whatsappend in de migrantenkaravaan

Er wordt al jaren gesproken over nog een grensovergang. In Tijuana staan veel assemblagefabrieken die goedkoop producten in elkaar zetten die naar de VS moeten. Ook trucks vol Mexicaanse landbouwproducten staan soms uren te wachten voor Otay, de enige en overbelaste overgang voor vrachtverkeer. Maar uitgerekend op de plek waar de nieuwe grensovergang zou moeten komen, heeft Trump al prototypes van zijn grensmuur laten plaatsen.

Het grenshek is er afgelopen juli ook opgehoogd. Het vorige bestond uit afgedankte landingsplaten van het leger, rechtopgezet ongeveer 2 meter hoog. Nu is het hek 6 meter hoog: brede, roestige ijzeren palen met bovenop een rechte staalplaat. Er klimmen toch nog steeds migranten over, ziet Javier Reyna, die schuin tegenover de prototypes een parkeerplaats voor trailers uitbaat. „Ze gebruiken gewoon van die uitschuifbare trappen of een touwladder.”

‘Ik zeg geen Amerika meer’

Bob Morris geniet van zijn appartement met twee slaapkamers voor een prijs waar hij in San Diego nog geen bezemkast voor zou krijgen. Hij overweegt na zijn pensioen aan de Pacifische kust vlak onder Tijuana neer te strijken. „Ik voel me bevoorrecht: ik kan wonen, werken en vrienden maken in twee landen. En dat elke dag.”

Hoewel het met Spaans blijft behelpen, leert hij de Mexicanen beter begrijpen. Zo noemt hij zich al geen ‘Amerikaan’ meer en zijn land geen ‘Amerika’. Zoals meer latino’s vinden Mexicanen die termen op het hele Westelijk Halfrond slaan, van Noord- via Midden- tot Zuid-Amerika. En dat de inwoners van de VS zich deze namen onterecht toegeëigend hebben. Morris: „Ik zeg nu altijd de VS en noem mezelf een VS-Amerikaan. Of gewoon gringo.”

Bob Morris, Amerikaan, woont sinds een paar maanden in Tijuana. Foto Juan Lorenzo