'Das müssen wir den Mark fragen. Der weiß das!', zegt Merkel dan

Mark Rutte en Europa Met zijn Churchill-rede voedde Mark Rutte de speculaties over zijn Europese ambities. Diplomaten valt vooral op dat Nederland onder deze premier steeds dichter tegen Parijs aan schurkt.

Rutte komt aan bij het Europees Parlement voor een EU-top over de Brexit.
Rutte komt aan bij het Europees Parlement voor een EU-top over de Brexit. Foto Jonas Roosens

Mark Rutte was niet de enige Europese regeringsleider die deze week in verband werd gebracht met een presidentschap in Brussel de komende jaren. De beste kandidaat zou Angela Merkel zijn, schreef de Italiaanse ex-premier Matteo Renzi in een boek dat donderdag verscheen.

Renzi botste vaak met Merkel toen hij Italië leidde, over fundamentale zaken als migratie en de eurozone, maar nu denkt hij dat Europa de komende jaren iemand van haar statuur nodig heeft. Als president van de Europese Raad zou ze én de regeringsleiders de weg kunnen wijzen én het buitenlands beleid van de Europese Unie leiden. „Laten we de besten op de beste posities brengen”, tweette hij, „te beginnen met Angela Merkel”.

Nu is er vaker gespeculeerd over een Europese doorstart voor Merkel sinds zij eind vorig jaar aankondigde aan haar laatste termijn als Duits bondskanselier bezig te zijn. Weinig diplomaten in Brussel geloven dat zij dat zou willen. „Misschien als de Europese verkiezingen heel dramatisch verlopen. Uit verantwoordelijkheidsgevoel”, schat een EU-diplomaat.

Maar de kans is groter, denkt deze diplomaat, dat Merkel haar erfenis juist aan Mark Rutte zal willen overlaten. „Dan gaat zij vanuit haar appartementje in Berlijn hem vertellen hoe het moet.”

Rutte wordt in Brussel traditioneel gezien als een echte Merkelman, een van de „weinige kneedbare jongere mannen om haar heen”. En Merkel heeft veel vertrouwen in Rutte. „Als er problemen moeten worden opgelost, zegt ze altijd: Das müssen wir den Mark fragen. Der weiß das!”

Woensdag voedde Rutte de speculaties over zijn Europese ambities met zijn Winston Churchillrede in Zürich en begeleidende interviews in vijf Europese kranten. Het was alweer zijn derde visieverhaal over Europa in een jaar. Dit keer legde hij het accent op het buitenlandbeleid van de Europese Unie. Om zich staande te houden naast Amerika, Rusland en China in de nieuwe, hardere geopolitieke verhoudingen, moet Europa volgens Rutte „de realiteit onder ogen zien”: „Macht is geen vies woord”.

Dát Rutte zich zo meldt, geldt in Brussel al lang niet meer als een verrassing. Op Europese toppen speelt hij als een van de langstzittende premiers vaak een prominente rol. In de onderhandelingen over Brexit wordt hij door de Britse premier Theresa May voortdurend opgezocht als gesprekspartner. Toen zij zich op de laatste Europese top in december afzonderde voor overleg met Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker, Raadspresident Donald Tusk, Merkel en de Franse president Emmanuel Macron, mopperde een enkele collega-regeringsleider in de zaal over ‘The Big Five’ van de EU die weer eens apart overlegden met May.

Wat deze week vooral opviel, was de inhoud van Ruttes verhaal. Met zijn pleidooi voor een sterker Europa, een nieuwe industriepolitiek, en meer meerderheidsbesluitvorming in plaats van bij unanimiteit – bijvoorbeeld over sancties – denkt hij in dezelfde richting als Frankrijk en Duitsland, die de laatste tijd over bijna al deze onderwerpen voorstellen hebben gedaan.

Over lang niet alles denkt Rutte hetzelfde als Merkel en Macron. Een Europees leger keurt Rutte bijvoorbeeld af. Laat staan dat er overeenstemming met Macron bestaat over hervormingen van de eurozone. Dat is geen ramp; belangentegenstellingen en politieke meningsverschillen zijn er ook legio tussen Berlijn en Parijs. Maar strategisch is er iets veranderd.

Lees hier de Churchill-rede van Rutte terug: In onzekere wereld is macht geen vies woord

Kansrijker kandidaat

Wat diplomaten van andere landen in het bijzonder opvalt is dat Nederland onder Ruttes leiding sinds de aankondiging van Brexit dichter bij Parijs lijkt te staan dan tientallen jaren het geval was. De jaarlijkse Haagse Staat van de Unie van eind vorige maand „had bijna door een Fransman geschreven kunnen worden”, volgens een diplomaat. Nederland keert na het vertrek van de Britten niet terug naar de argwaan die het vóór de Britse toetreding tot de EU in 1973 koesterde tegen overheersing door Frankrijk en Duitsland. Nu overheerst juist het besef van een gemeenschappelijk belang.

Juist die nabijheid met de Frans-Duitse as kan Rutte een kansrijkere kandidaat maken voor een Europese leidende functie dan eerdere Nederlandse premiers. Ook persoonlijk onderhoudt hij met Macron een betere band dan gebruikelijk met Franse presidenten. Rutte en Macron sms’en, van Macrons voorganger François Hollande had hij niet eens het nummer.

Dat hoeft allemaal nog niet tot een Europese topbaan voor Rutte te leiden. Openlijk solliciteren hoeft ook nog niet. Niemand verwacht van Rutte dat hij in deze fase iets anders zegt dan dat hij zijn termijn als premier in Den Haag tot 2021 wil afmaken. Pas als er echt zaken worden gedaan, na de zomer, moet hij beschikbaar zijn, zich uitspreken, voldoende steun hebben verzameld – en de omstandigheden mee hebben. Dan pas kan hij ook beslissen of hij zich vrij kan maken: kan hij het kabinet verlaten, of is de coalitie zelfs ‘op tijd’ uiteengevallen, zodat hij demissionair is?

Een Europese diplomaat die er in 2014 bij was, herinnert zich hoe Juncker destijds opeens de ideale kandidaat was om de Europese Commissie te leiden. Hij had niet alleen de steun van het Europees Parlement, maar was ook voor de regeringsleiders, die hem aanvankelijk niet steunden, geschikt: „Een premier die jaren in de Europese Raad heeft meegedraaid, net is afgetreden, en beschikbaar is zonder verkiezingen te hebben verloren; dat gebeurt bijna nooit.”

Nu kan het anders lopen. Ervaring als regeringsleider is voor een Commissievoorzitter niet volgens alle landen noodzakelijk, al moet het wel een sterke kandidaat zijn die bewezen heeft crises aan te kunnen. Goed nieuws voor Timmermans – al zal Nederland niet twee topposten binnenhalen.

Maar de opvolger van Donald Tusk als president van de Europese Raad van regeringsleiders moet in elk geval wél zelf een ervaren regeringsleider zijn. Wie deze post krijgt, zal meerdere rollen spelen. Niet alleen zal de Europese Unie de komende jaren bijeengehouden moeten worden, nu landen als Hongarije, Italië en Polen vaker kiezen voor obstructie en onwilligheid.

Ook wordt nu in Europa gesproken dat de ‘nieuwe Tusk’ als Europees president veel nadrukkelijker een stem moet geven aan Europa op het wereldtoneel. Er wordt een boegbeeld voor Europese macht gezocht. Dat is waarom ex-premier Renzi aan Merkel denkt. Het was ook het accent dat Rutte in Zürich legde.

Lees ook: Rutte: EU moet meer voor eigen macht opkomen