Celstraffen tot 16 jaar voor aansteken fatale flatbrand Diemen

De drie verdachten staken de brand in een studentenflat aan in de hoop verzekeringsgeld op te kunnen strijken. Bij de brand kwam een 27-jarige student om het leven.

Hulpdiensten bij de flat in Diemen, een dag na de brand.
Hulpdiensten bij de flat in Diemen, een dag na de brand. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

De drie verdachten van het aansteken van een fatale flatbrand in Diemen zijn vrijdag in Amsterdam veroordeeld tot celstraffen van 14, 15 en 16 jaar. De straffen zijn iets lager dan de eis van het Openbaar Ministerie (OM), die straffen van 16, 17 en 18 jaar had geëist. Wel moeten de drie gezamenlijk ruim 100.000 euro aan schadevergoeding betalen.

De hoogste straf is voor hoofdverdachte Simona I. (24). De rechter achtte bewezen dat zij het plan had bedacht om in haar woning op de begane grond brand te stichten. Het verzekeringsgeld dat ze daarmee hoopte op te strijken zou ze delen met Rachied V. (27) en haar broer Gilermo I. (25). Zij staken de brand volgens de rechter aan.

Blijvend letsel

Bij de brand in juli 2017 kwam student David Swart (27) om het leven. Hij woonde op de twaalfde verdieping van de flat, die vijftien etages telt. Acht mensen, waaronder de vriendin van Swart raakten gewond, waarvan twee ernstig. Eén slachtoffer liep blijvend hersenletsel op, de ander verloor het grootste deel van haar zicht.

De rechter zei vrijdag dat hij er niet vanuit gaat dat de drie verdachten slachtoffers wilden maken. Ze hadden echter kunnen en moeten weten dat de kans daarop reëel was, gezien het tijdstip waarop ze de brand stichtten. Dat was midden in de nacht, wat het aannemelijk maakte dat veel bewoners van de flat thuis waren en lagen te slapen. Dat rekent de rechter ze “zeer zwaar” aan.

De brandweer heeft cruciale fouten gemaakt bij de flatbrand in juli 2017. Dat concludeerde expert Fred Vos twee maanden later.

De officier van justitie omschreef hoofdverdachte Simona I. in het requisitoir vorige maand als “calculerend, koud en gewetenloos”. Nadat duidelijk was geworden wat de gevolgen van de brand waren, deed ze bij de politie aangifte van brandstichting. I. zou nog maanden daarna bij haar verzekeraar hebben aangedrongen op het uitkeren van een schadevergoeding.