Celstraffen en boetes voor fraude met paardenvlees

Het vleesbedrijf Van Hattem had ongeveer vijfhonderd pony’s laten slachten en verkocht het vlees als rundvlees.

Een slager snijdt paardenbiefstuk.
Een slager snijdt paardenbiefstuk. Foto Les van Lieshout/ANP

De directeur van het slachthuis Van Hattem is vrijdag veroordeeld tot een celstraf van ruim tien maanden, waarvan 180 dagen voorwaardelijk. Volgens de rechtbank in Den Bosch heeft de 52-jarige man zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte omdat hij onder meer paardenvlees als rundvlees verkocht. Het bedrijf uit Dodewaard moet een boete van 47.500 euro betalen. Ook de directeur van een vleeshandel uit het Gelderse Elst en de directeur van een opslaghuis uit Olst zijn veroordeeld.

Van Hattem had ongeveer vijfhonderd pony’s laten slachten en verkocht het vlees als rundvlees. De directeur van de vleeshandel uit Elst heeft een taakstraf van 180 uur opgelegd gekregen. Hij wist dat voor dezelfde levering verschillende gegevens werden vermeld op pakbonnen en facturen, maar deed daar niets mee. Het bedrijf moet een boete van 15.000 euro betalen.

De directeur van een opslaghuis uit Olst krijgt een taakstraf opgelegd van tachtig uur en het bedrijf moet een boete van vijfduizend euro betalen. Het opslaghuis gebruikte bij het inslaan van het vlees een andere omschrijving dan Van Hattem had opgegeven. Ook nam het bedrijf producten in zonder dat daar een partijnummer aan was toegekend. Volgens de rechter ging het in alle gevallen niet om “administratieve fouten, onopzettelijke slordigheden of vergissingen”. Door het handelen van de drie was de herkomst niet meer traceerbaar.

‘Paardvrijverklaringen’

Bovendien gaf Van Hattem samen met de vleeshandel uit Elst klanten “paardvrijverklaringen” af, aldus de rechter. Hoewel de bedrijven expliciet beweerden dat het vlees geen paard bevatte, bleek dit niet het geval. De rechtbank rekent het de directeuren aan dat ze misbruik hebben gemaakt van het vertrouwen dat bedrijven in elkaar stellen. “Mede vanwege het belang van de volksgezondheid moet de samenstelling en herkomst van producten boven iedere twijfel verheven zijn.” Ook hebben ze volgens de rechter “bijgedragen aan het negatieve imago van de Nederlandse vleesindustrie”.

De zaak kwam aan het licht in 2013 toen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) klachten uit Engeland en Ierland ontving. Maar vanwege de onjuiste en onvolledige administratie was het voor de NVWA moeilijk om na te gaan waar het vlees van Van Hattem precies terecht is gekomen. Het Openbaar Ministerie had drie jaar cel geëist tegen de directeur.