Advocaten: OM voert schaduwproces tegen journaliste Ans Boersma

Tijdens de pro-formazitting van terrorismeverdachte Abd A. liet het Openbaar Ministerie veelvuldig de naam van journaliste Ans Boersma vallen. Volgens de advocaten is dat ongebruikelijk.

De Syriër Abd A. werd in 2017 in De Balie in Amsterdam werd herkend als jihadstrijder.
De Syriër Abd A. werd in 2017 in De Balie in Amsterdam werd herkend als jihadstrijder. Foto Jerry Lampen/ANP.

De advocaten van journaliste Ans Boersma, die in januari Turkije werd uitgezet, waarschuwen het Openbaar Ministerie om geen “schaduwproces” te voeren tegen Boersma. Dat blijkt uit een brief van de advocaten van Boersma die in handen is van NRC.

De advocaten schrijven dat tijdens de pro-formazitting van Abd A. afgelopen maandag in Rotterdam “tot onze verbazing” de naam van Ans Boersma “veelvuldig” werd genoemd. Dat is volgens de advocaten niet gebruikelijk tijdens een pro-formazitting, waar een zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. Tijdens de zitting over de zaak van Boersma’s ex-vriend Abd A. beschuldigde het OM Boersma ervan te weten dat Abd A. betrokken was bij Jahbat al Nusra, een terroristische strijdgroep gelieerd aan Al-Qaeda.

Die beschuldiging kan Boersma’s positie als journalist “ernstig schaden”, schrijven de advocaten. Ook kan zij zich niet verdedigen in de rechtszaal tegen de beschuldigingen, omdat zij geen verdachte is in het proces. Boersma zegt niet te hebben geweten van de betrokkenheid van haar ex-vriend bij terroristische activiteiten in Syrië. De advocaten waarschuwen justitie: “Het dient te worden voorkomen dat het Openbaar Ministerie een soort schaduwproces voert.”

Lees ook: Journalist Ans Boersma spant zaak tegen Nederland aan

Zweren niet meer te ‘slachten’

Volgens justitie kende Boersma het verleden van Abd A.: ze had op zijn Twitteraccount ingelogd en ontdekte dat hij contact onderhield met strijders. Ook zou zij strijdfoto’s op zijn iPad hebben gevonden. In een afgeluisterd gesprek vertelde Abd A. dat hij zijn vriendin heeft „gezworen niet meer te slachten; geen man, geen vrouw, niemand”.

In de brief weerspreken de advocaten de beschuldigingen van het OM. Ze zou aan de politie verklaard hebben zijn Twitteraccount te hebben gezien, waarop ze “afbeeldingen van gewapende mannen in het zwart” zag. Maar ze legde niet de link dat Abd A. daarbij betrokken zou zijn geweest, omdat zij het bekijken van die afbeeldingen plaatste in het kader van zijn Syrische achtergrond. Ook ontkende hij enige betrokkenheid bij “de gewapende strijd”. Daarbovenop was Boersma de Arabische taal niet machtig, waardoor ze “niet gedetailleerd” kon volgen welke informatie haar ex-vriend ontving.

Ook ontkent Boersma dat zij strijdfoto’s heeft gezien op de iPad van Abd A. Volgens de advocaten heeft zij dat nooit aan de politie verklaard en is het evenmin te herleiden uit andere feiten. Ten slotte, zou Abd A. tegen Boersma hebben gezworen dat hij niet meer zou “slachten”. Dat klopt volgens de advocaten niet. Het afgeluisterde gesprek, waarin dat wordt gezegd, ging tussen Abd A. en zijn broer, stellen de advocaten. Boersma ontkent dat Abd A. haar ooit zoiets heeft verteld.