Opinie

    • Auke Kok

Zijn Amsterdammers niet gewoon opportunistisch?

Leuk natuurlijk, nuttig zelfs, dat je in het Amsterdam Museum kunt zien hoe ons gezamenlijk DNA eruit ziet. Juist nu er zoveel verandert in de stad kan het geen kwaad ons ‘erfelijk materiaal’ eens onder de loep te nemen. Want wie zijn wij eigenlijk, nu de stad zo boomt en uitdijt, door rolkoffertjes en Nutellavolk wordt overspoeld? Ik ben gaan kijken in het Amsterdam Museum en kan u zeggen... Nee, ik kan het eigenlijk niet zeggen, of althans slechts gedeeltelijk. De tentoonstelling Amsterdam DNA is voor een totaalbeeld misschien wel gewoon, inderdaad, te Amsterdams.

Maar helemaal kritiekloos is de expositie niet. Zo wordt de bezoeker van het voormalige klooster en weeshuis al snel getrakteerd op handel. Feitelijk draait alles door de eeuwen heen om handel. Graan, goud, porselein, thee, koffie, suiker, opium, alles werd in de zeventiende eeuw geschikt bevonden om geld mee te verdienen. „Ook slaven”, voegt de stem van de audiotour er schuldbewust aan toe – zonder de inkomsten uit slavenhandel modieus te gaan overdrijven. Oké.

Iemand die tot alles bereid is als het maar leidt tot rijkdom kun je hebzucht verwijten, en opportunisme. Ja, is Amsterdam dat, opportunistisch? Elders in de tentoonstelling komt de Alteratie aan bod. Ook niet mals natuurlijk. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog als laatste stad het katholicisme afwijzen, voornamelijk omdat omarming van het protestantisme in 1578 economische voordelen opleverde: hoe noem je zoiets? Haarlem en Leiden hadden al lang zwaar geleden tijdens hun verzet tegen de Spaanse bezetter. Die steden zouden zichzelf moedig mogen noemen. Amsterdam niet, eerder berekenend.

Misschien geen gek idee om een volgende tentoonstelling eens door niet-Amsterdammers te laten samenstellen

Als je heel, héél scherp luistert tijdens de audiotour kun je concluderen dat men alhier pas de weg van democratie en gelijke rechten is ingeslagen tijdens de Franse overheersing van rond 1800. Desondanks valt herhaaldelijk het woord ‘vrijheid’ en niet één keer ‘opportunisme’.

Altijd weer grappig om te zien, die beschilderde kop van Robert Jasper Grootveld bij het Lieverdje, toonbeeld van de ludieke jaren zestig. Dat de ‘happenings’ van Grootveld en de provo’s na verloop van tijd tot veldslagen leidden met de politie meldt de audiotour niet. Zou natuurlijk een beetje schuren met ‘vrijheid’.

Wat helemáál schuurt met vrijheid is de verbanning van belangrijke schrijvers. Toch is dat wat W.F. Hermans in 1986 overkwam. Omdat Hermans lezingen had gegeven in Zuid-Afrika – inderdaad, lézingen – verklaarden burgemeester en wethouders van deze creatieve, multiculturele, vrijzinnige stad hem persona non grata. Het illustere feit kwam ik in de tour niet tegen.

In het Amsterdam Museum leer je een hoop over het DNA van de stad, in een heldere en boeiende vormgeving. Wat knap, denk je als je het oude Burgerweeshuis tussen Kalverstraat en Nieuwezijds Voorburgwal uitloopt. Die wereldhandel, die charitas, die tolerantie: mooi hoor. Alleen jammer dat de slechte eigenschappen in ons erfelijk materiaal zo weinig aan bod komen. Misschien geen gek idee om een volgende tentoonstelling eens door niet-Amsterdammers te laten samenstellen. Wellicht dat de neiging tot zelfvoldaanheid dan ook een plekje krijgt.

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok