Opinie

Pas op vaders, voor de ‘moedermaffia’

Japke-d. Bouma valt het op dat er veel minder luizenvaders zijn, dan luizenmoeders. Een gemiste kans, vindt ze.

Japke-d. Bouma

Een lezer vroeg me laatst waarom ze amper mannen ziet die snotneuzen vegen op het schoolplein, geld inzamelen voor een jarige collega of langskomen met een kaart voor de zieke juf. Het zijn altijd de vrouwen die dat doen, zei ze. „Wat is dat voor hufterig gedrag van die mannen? Voelen ze zich daar soms te goed voor?”

„Weet je wat daar ook een mooi voorbeeld van is?”, zei mijn goede vriendin M. laatst: luizenmoeders. Ze kwam erop door de tv-serie De Luizenmoeder die afgelopen week weer begon. Alleen het woord al: ‘luizenmoeder’, een beetje zoals naast ‘vroedvrouw’ het woord ‘vroedman’ niet eens bestaat – waarom zijn de vaders in de minderheid bij het luizenkammen?

Misschien komt het door Jip, Janneke en Nijntje waarin de moeders ook altijd staan te zorgen en te sloven. Pure indoctrinatie vanaf een zeer jonge leeftijd. Fuck Nijntje sowieso.

Vaders hebben geen tijd voor luizenkammen, is een andere verklaring, zo schreven een aantal vaders op Twitter. „Ze hebben tijd nodig om geld te verdienen zodat het gezin gelukkig blijft”, zei er één, „ik ben al fruitvader”, zei een ander.

Luizenkammen heeft ook geen status, poneerde een andere vader die zelf penningmeester is op school, een baantje van „een hogere orde”, schreef hij erbij. Veel mannen in mijn omgeving wisten niet eens dat het überhaupt iets voor mannen was. Ja, ‘schaamluizenvader’, dat kenden ze wel. Daarvoor had cabaretier Theo Maassen zich ooit opgegeven.

Maar de interessantste reacties vond ik die van de vaders die wel luizen zouden wíllen kammen, maar dat niet mochten van de moeders op school. Een vader die het desondanks toch tot luizenvader had geschopt, vertelde me dat er ook na zijn komst gewoon ‘beste moeders’ boven de luizenmails bleef staan. De term ‘moedermaffia’ viel. Een soort old-girls-network dat mannen belet door te stoten naar baantjes die met zorgen, belangenloosheid en opoffering te maken hebben. Ik zou zeggen: tijd voor een luizenvaderquotum.

Veel vaders wíllen wel luizenkammen, maar mogen het niet van de ‘moedermaffia’

Want even los van alles: het luizenprobleem snákt naar vaders en niet in de laatste plaats omdat ik zelf al sinds de Kerst met luizen rondloop. Ik bedoel eigenlijk: juist de strijd tegen de hoofdluis zou wel een stukje professionalisering kunnen gebruiken. Ik vind het sowieso veel meer iets voor een jager, dan voor een verzamelaar.

Sterker nog, ik denk dat daar wel eens de belangrijkste reden zou kunnen liggen dat vaders zich er amper aan wagen: de aanpak is momenteel veel te vrijblijvend. Net als kaarten sturen naar zieke collega’s, cadeautjes voor de juf en snotneuzenvegen is ook het luizenkammen vooral symptoombestrijding. Mannen willen een probleem oplossen, heb ik ooit wel eens een man horen zeggen, geen uitstel van executie.

Lees ook: De luizen zijn onverslaanbaar

Ik denk dus dat als we zero tolerance voor luizen lanceren en de luizenplaag presenteren als wat het is, namelijk een levensgroot probleem dat de samenleving ontwricht, zich meteen duizenden vaders melden om het de wereld uit te helpen.

Met topscorelijsten van beste luizenvaders, sirenes als iemand een luis vindt, napraatprogramma’s met Johan Derksen (Luizen inside), luizencolumns van Bas Heijne, lean six sigma black belts voor luizenvinden of iets anders met managementjargon, longreads in De Correspondent en cheerleaders. En verdomd het zou nog niet eens overdreven zijn ook.

Want een man die de wereld voorgoed van de luizen verlost, zal voortleven in eeuwige roem, rijkdom en voorspoed.

Tips via @Japked op Twitter.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.