Rechtszaak ’Benzine, Boem’: terreurdreiging of gewoon boos?

De rechtbank Rotterdam besloot deze week vier ambtenaren van de gemeente Hellevoetsluis op te roepen om te getuigen over een bedreigend optreden door de 25-jarige Syrische statushouder Mohammad A. De jonge Syriër zou in juli van 2017 voor de balie van de gemeente ontstoken zijn in woede omdat hij geen reisdocument meekreeg. Hij wilde naar vrienden in Duitsland en wellicht doorreizen om terug te gaan naar Syrië, omdat hij ongelukkig en alleen is in Hellevoetsluis. Zijn advocaat, Jamal el Hannouche, zegt dat de ambtenaren dachten dat hij hen om een Syrisch paspoort vroeg. Dat konden ze hem niet geven. „Het was een misverstand. Hij spreekt bijna geen Nederlands”, zegt hij.

Omdat A. al een paar keer onverrichter zake eerder weggestuurd was door de balieambtenaren, werd hij boos. Toen zou hij volgens de balieambtenaren en een bode zijn gaan zwaaien met een aangestoken aansteker waarna hij de woorden „benzine, boem!” geroepen zou hebben. Volgens de advocaat is dit niet waar. Hij zegt dat de ambtenaren A. hebben laten oppakken vanwege terreurdreiging nadat ze een dossier hadden opgebouwd tegen A. vanwege zijn boze gedrag.

Een medewerkster van Vluchtelingenwerk die A. sinds 2017 begeleidt, zegt dat A. een lastige jongen is met een grote mond en een klein hartje, die verder niemand kwaad doet. Hij begrijpt niet dat de gemeente geen werk voor hem kan regelen terwijl hij daar volgens haar wel vaak om gevraagd heeft. Om zijn frustratie uit te drukken zegt hij volgens haar dingen als: „moet ik mezelf in de brand steken om dat voor elkaar te krijgen?”

De advocaat wil nu dat de ambtenaren voor de rechter verklaren wat A. volgens hen gedaan heeft dat zou wijzen op terreurdreiging. De verdenking is volgens hem onterecht. Volgens hem zit A. voor niks sinds augustus 2018 vast. De rechter wil pas oordelen als de diagnose van het Pieter Baan Centrum klaar is. „Onzin”, zei A. tegen de rechter. „Dat onderzoek was een belediging.”