Drinken tijdens de marathon: er kan van alles misgaan

42,195 km Schrijver Abdelkader Benali maakt zich op voor de marathon van Rotterdam. Hoe bereidt hij zich voor?

Illustratie Merel Corduwener

Op weg naar de halve marathon van Schoorl vraagt mijn hardloopmaatje Mohammed of ik een gel bij me heb. Ik moet er niet aan denken. „Voor een halve marathon heb ik geen extra energie nodig, een bekertje water is genoeg”, zeg ik. Gefrutsel met de gel leidt er bij mij steevast toe dat ik de helft over mijn gezicht spuit.

Sinds ik in een hardloopwedstrijd een bekertje sportdrank aannam dat me bijna vloerde, ben ik voorzichtig met wat ik inneem. De substantie sloeg op m’n darmen, ik kreeg steken en liep de wedstrijd kermend uit. Sindsdien wantrouw ik alles wat tijdens een wedstrijd aangereikt wordt.

Wat ik wel doe: de dag voor de wedstrijd drink ik voldoende water. En op de ochtend van de wedstrijd neem ik een paar flinke koppen zwarte koffie. De smaak van zwarte koffie alleen al maakt me startklaar: ik wil presteren.

„En tijdens de marathon dan? Neem je dan geen extra koolhydraten?”, vraagt Mohammed.

Ja, dan wel. Sportdrank tijdens de marathon is geen drank, het is voeding – koolhydratenconcentraat verdund met water. Een bord pasta in een flesje.

Tijdens de voorbereiding op de marathon liep ik met zo’n band met flacons rond mijn middel, om het drinken te oefenen. De marathon is een te lange afstand om te lopen op de suikers in het lichaam: onderweg moet er bijgetankt worden. Tot ongeveer tweederde neemt het lichaam de eigen suikers op, daarna gaat het over op vetverbranding. Dat kost het lichaam meer energie, wat zich vertaalt in zware benen, de man met de hamer.

Experimenteren

Door flink koolhydraten bij te drinken, probeert de marathonloper dat moment zo lang mogelijk uit te stellen. Aan de ene kant moet je veel experimenteren met deze vorm van voedselinname voordat je weet wat voor jou werkt. Maar het is pas wanneer je de marathon echt loopt, dat je erachter komt of het ook werkt.

Drinken tijdens de marathon vraagt om een nauwgezette voorbereiding. Sommige fanatieke lopers laten zich onderweg flesjes aanreiken, net als bij de elite-lopers. Maar dan nog kan het misgaan.

Waarom zijn sportkookboeken culinair vaak zo’n teleurstelling? Lees ook: Sporters willen ook lekker eten

Bij mij ging het gruwelijk mis, al had het uiteindelijk geen invloed op de einduitslag: blijkbaar was ik die dag in topvorm. De dag voor de wedstrijd maakte ik zes flesjes met koolhydratendrank klaar. Met mijn vrouw nam ik de punten in het parcours door waar ze me de drank zou aanreiken. Het zou beginnen bij het 10 kilometer-punt, daarna om de vijf kilometer tot aan het 35 kilometer-punt.

Ik ging lopen, mijn vrouw ging op de fiets. Bij kilometerpunt tien reikte ze me het eerste flesje aan. Bij kilometer vijftien stond ze niet. „Die is bij twintig”, dacht ik – en rende snel verder. Daar was ze ook niet. Ook bij kilometerpunt vijfentwintig zag ik haar niet. Pas bij de vijfendertig kilometer reikte ze me schuldbewust een flesje aan. Ik dronk ervan en snelde richting finish.

In Schoorl pak ik toch de sportdrank aan. Het geeft me net dat beetje energie dat ik nodig heb. Ik finish vrolijk.