Opinie

    • Ellen Deckwitz

Onhaalbaar

Ellen Deckwitz

De laatste jaren bekruipt me het vermoeden dat Valentijnsdag aan het veranderden is in Vriendschapsdag: steeds meer luitjes zie ik op de veertiende kameraadschap vieren in plaats van romantiek. Geen wonder, als je bedenkt dat vriendschappen tegenwoordig een hogere levensverwachting hebben dan relaties. Voor velen blijken de vrienden de grootste liefdes te zijn. In mijn eigen bubbel zie ik dat de meesten hun matties zelfs doorgaans beter en respectvoller behandelen dan hun partner.

Ook ik heb een tijd gedacht dat de ware liefde in vriendschap lag. Ik ben opgegroeid in een cultuur (oké, de jaren negentig) waarin een geslaagde liefdesverbintenis werd voorgesteld als een van de hoogtepunten van het bestaan. Ik had toen nog niet door dat een relatie altijd maar een poging tot een relatie is, en eenmaal volwassen bleken de verwachtingen zo hoog dat het wel tot teleurstellingen moest leiden.

Het zoeken van liefde in vriendschap lijkt een elegante remedie tegen de genegenheidshonger waar iedereen wel eens onder gebukt gaat. Ik heb het de laatste jaren velen zien doen, en het ook regelmatig helemaal mis zien gaan. Er ontstond hetzelfde gedoe en gezeur als bij liefdesrelaties: jaloezie, bezitsdrang, kift. Degenen die de romantische liefde opgaven, verwachtten van hun vrienden dezelfde loyaliteit en verbondenheid als bij verkering. Dat de vriend altijd komt opdraven. Dat je voor hem/haar op de eerste plek komt. Daar kunnen de meesten niet altijd gehoor aan geven (want hé, je hebt een leven) waardoor een nieuw soort liefdesverdriet ontstaat, gebaseerd op teleurstelling, niet zozeer in de liefde als wel in de medemens.

De Franse filosoof Maurice Blanchot (1907-2003) stelde dat we altijd naar iemand anders op zoek zijn om maar niet te hoeven stilstaan bij het eigen isolement. We zitten immers opgesloten in dit ene hoofd, in dit ene lichaam, en hoe dicht we ook tegen een ander aan kruipen, van onszelf komen we nooit af. Blanchot ging ervan uit dat de liefde altijd tegenvalt omdat geliefden, en in het verlengde daarvan vrienden, zich blind laten leiden door de behoefte zich te verliezen, in plaats van door de zorg elkaar te vinden. Als je maar iemand hebt, of dat nou een liefdesgezel of een kameraad is, dan zit je goed. Dan heb je een veiligheidspal tegen die overdonderende eenzaamheid.

Misschien zouden we tevreden moeten zijn met eenieder met wie het klikt, die een tijdje met je oploopt. Om zo heel eventjes elkaars isolement te verlichten, voor je beiden weer een andere kant op gaat. Misschien moet liefde daar om draaien: het tijdelijk waken over andermans eenzaamheid.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.