‘Oliebaas niet belonen voor productiegroei’

Onderzoek Olie- en gasbedrijven laten bonussen afhangen van groei. „Zo brengen ze de opbrengsten van aandeelhouders in gevaar.”

Foto David Gray/Reuters

De meeste olie- en gasbedrijven vinden productiegroei nog zo belangrijk, dat ze de bonus van de bestuurders ervan laten afhangen. Dat concludeert de Britse klimaat-ngo Carbon Tracker Initiative in een rapport dat donderdag verscheen.

Dat geldt onder meer voor Shell, Total en ExxonMobil. Zulke bedrijven „brengen de opbrengsten voor aandeelhouders in gevaar”, vindt Carbon Tracker, dat de financiële risico’s van klimaatverandering onderzoekt.

De organisatie nam jaarverslagen van veertig bedrijven in de olie- en gassector onder de loep. Productiegroei wordt bij 33 bedrijven direct meegewogen in de beloning van topbestuurders. Voor slechts vijf bedrijven, waaronder het Britse BP, is groei geen expliciete maatstaf meer.

Volgens Carbon Tracker is het belonen van groei een „risicovolle” strategie die „de inkomsten voor de aandeelhouders in gevaar brengt”. Een groeiende productie van fossiele brandstoffen is onverenigbaar met het klimaatakkoord van Parijs.

„Voor olie- en gasbedrijven zou niet groei, maar de waarde voor de aandeelhouders leidend moeten zijn”, aldus Andrew Grant van de Britse ngo. Volgens hem bewegen de fossiele bedrijven wel in die richting, door druk van aandeelhouders. Voor BP zijn stabiele olie- en gasreserves niet meer van belang voor de bonus van de top.

Risico's

In de financiële sector wordt gewaarschuwd voor de risico’s van fossiele investeringen. De Europese Centrale Bank, noemde in haar risicoanalyse voor 2019 fossiele energiebedrijven als een sector die geraakt zal worden door klimaatmaatregelen. „Banken moeten maatregelen nemen om hun kwetsbaarheid in die sectoren te verkleinen”, aldus de ECB.

Bij Shell wordt 50 procent van de bonussen bepaald door „uitstekende bedrijfsvoering”. Productie is daarvan een onderdeel. Bestuurders van ExxonMobil krijgen een aandelenpakket mede op basis van nieuwe productiecapaciteit.

Uit de inventarisatie blijkt dat bij negen bedrijven óók klimaatmaatregelen een maatstaf zijn voor de bonus. Dat zijn vooral Europese bedrijven, zoals Shell, Total (Frankrijk), BP en Eni (Italië). Chevron kondigde vorige week aan dat het na „discussies” met aandeelhouders managers gaat belonen als het bedrijf minder methaan uitstoot en gas affakkelt.

Klimaatdoelen

Shell maakte in december, ook na tussenkomst van aandeelhouders, bekend dat het klimaatdoelen zwaarder wil meewegen bij de topbeloning. Het wil, tot nu toe als enige bedrijf in de fossiele sector, ook de ‘klimaatvoetafdruk’ van producten als benzine meetellen voor de bonussen– dus niet alleen de klimaatimpact van zijn eigen bedrijfsvoering.

Grant van Carbon Tracker: „Je kunt de voetafdruk van je producten verkleinen, maar als je tegelijk je olieproductie verdubbelt, is dat nog steeds niet goed voor het klimaat.” Shell reageert desgevraagd dat „voortleven tijdens de energietransitie een integraal onderdeel is van de bedrijfsvoering”.

    • Hester van Santen