Nieuwe pakhuizen om in te wonen

Nieuwbouw Veel nieuwbouwhuizen in Amsterdam zijn ‘modern-retro’ en lijken op de pakhuizen van weleer. Het is een internationale trend.

Woonpakhuizen van onder anderen FARO architecten op de Bilderdijkkade.
Woonpakhuizen van onder anderen FARO architecten op de Bilderdijkkade. Foto Herman Bunzing

Toen FARO architecten vijftien jaar geleden de Smaaktest Nederlandse Woningbouw deden, kwam ‘moderne retro’ uit de bus als de enige bouwstijl die door architecten én leken hogelijk werd gewaardeerd. „Min of meer traditionele huizen met puntdaken en zo, maar dan wel op een moderne manier uitgevoerd”, zo omschreef Jurgen van der Ploeg van FARO architecten moderne retro in 2006.

Niet verrassend werden De Kwintijn 1 en 2, de omvangrijke woningcomplexen van FARO die een paar jaar geleden bij de Hallen in Amsterdam-West werden gebouwd, op en top modern-retro. Het rijtje donkere panden van Kwintijn 1 op de Bilderdijkkade werd onlangs aangevuld met vijf woongebouwen die elk in ‘collectief particulier opdrachtgeverschap’ zijn gebouwd. Ook vier van de vijf door verschillende architecten ontworpen grachtenpanden zijn modern-retro, al zijn ze wel minder streng en strak dan Kwintijn 1. Twee ervan hebben zelfs feestmutsen gekregen in de vorm van neobarokke, ronde topgevels.

Modern-retro was het antwoord van Nederlandse architecten op het neotraditionalisme dat omstreeks 1995 – met onder veel meer de als oud vestingstadje vermomde Helmondse vinexwijk Brandevoort – doorbrak in de Nederlandse architectuur. Jarenlang bleef het neotraditionalisme in Nederland vooral een importproduct en waren bouwers voor min of meer historiserende architectuur aangewezen op buitenlandse architecten als de Luxemburger Rob Krier en de onlangs overleden Belg Charles Vandenhove. De meeste Nederlandse ontwerpers durfden zich er wegens ‘oneigentijdsheid’ niet aan te wagen.

Woonpakhuis van architect Sjoerd Soeters op de Brouwersgracht, uit 2009. Foto Herman Bunzing

Toch zijn de sober-saaie moderne retrohuizen niet echt nieuw, maar hebben ze voorouders in de pakhuizen die in vrijwel heel Europa werden gebouwd in een soortgelijke recht-toe-recht-aan stijl.

De afgelopen jaren is de pakhuizenstijl in de Amsterdamse woningbouw bijna net zo populair geworden als de jarendertigstijl. Vooral in de Houthaven, de nieuwbouwwijk aan het IJ die nu naar een stedenbouwkundig ontwerp van Sjoerd Soeters wordt gebouwd, komen veel nieuwe woonpakhuizen op de eilanden. Nu al staat er, vlakbij een bijna voltooide straat met jarendertigwoningen, een blokje woonpakhuizen van Stefanova architecten, met imitaties van verschillende types historische Amsterdamse pakhuizen. Iets verderop is onlangs begonnen met de bouw van Wiborg, een lange reeks woonpakhuizen die doet denken aan de Brouwersgracht.

Een blok woonpakhuizen van Stefanova architecten in de Houthaven. Foto Herman Bunzing

Het succes van de pakhuizenstijl is gemakkelijk te verklaren: alle betrokkenen in de woningbouw zijn er blij mee. Wegens de soberheid zijn woonpakhuizen voor architecten niet moeilijk om te ontwerpen en voor bouwers niet duur om te bouwen. En de kopers van een appartement in een pakhuis hebben minder last van het gevoel dat ze in een nieuwbouwwijk wonen, zeker als dit, zoals in Houthaven, aan het water komt te staan.

De pakhuizenstijl is dan ook niet alleen in Amsterdam populair, maar is inmiddels uitgegroeid tot een internationale stijl. Zo wemelt het van de moderne retro woningblokken in Hafen City, de grote nieuwbouwwijk in een voormalige havengebied in Hamburg, vlakbij de historische pakhuizenwijk Speicherstadt. En in Londen, ook een stad met veel oude pakhuizen, zijn het afgelopen decennium zo veel moderne retro appartementencomplexen gebouwd dat Londenaren nu denken dat dit een geheel eigen, plaatselijke stijl is. New London Vernacular (NLV) heet de pakhuizenstijl daar.