Recensie

Seksadvies en slapen in een sloppenwijk: het opmerkelijke leven van Gandhi

Mahatma Gandhi De Indiase historicus Guha voltooide het tweede en laatste deel van zijn biografie van de Indiase leider. En wat blijkt? Gandhi was een nog veelzijdiger activist dan we al dachten.

Mahatma Gandhi in het toenmalige Bombay, 1944.
Mahatma Gandhi in het toenmalige Bombay, 1944. Foto: AP

Zou het geen verademing zijn wanneer Donald Trump het Witte Huis een tijdje verwisselde voor een lemen hut in een arm dorpje en gekleed ging in slechts een zelf gesponnen witte doek? Of wanneer iemand als de Turkse president Erdogan, bewoner van een paleis met duizend kamers, zich blootsvoets naar een nabijgelegen stationnetje spoedde om daar een derde klas-kaartje te kopen? Of wanneer president Poetin zich bekeerde tot algehele geweldloosheid?

Het onorthodoxe leiderschap van Mahatma Gandhi (1869-1948), een sleutelfiguur in de lange, grotendeels vreedzame strijd om India’s onafhankelijkheid, blijft een bron van fascinatie, juist in deze tijd van leiders met sterk autocratische trekken. Aan Gandhi’s leven na 1914 heeft Ramachandra Guha (1958), India’s meest vooraanstaande historicus, nu het tweede en laatste deel van zijn indrukwekkende biografie gewijd.

Het eerste deel Gandhi. De jonge jaren, dat vooral ging over Gandhi’s 22 jaar lange verblijf in Zuid-Afrika, verscheen vijf jaar geleden. Over de jaren na 1914, toen Gandhi een bepalende figuur in zijn land was, is al veel gepubliceerd. Daardoor is Gandhi. De legendarische jaren minder verrassend dan het eerste deel. Niettemin biedt Guha veel nieuws uit niet eerder geopende archieven. Zo richt hij met dit boek een monument op voor een van de opmerkelijkste leiders van de 20ste eeuw.

Gandhi komt eruit naar voren als een complexe figuur. Een politicus in de gewone zin van het woord is hij nooit geweest. Eerder een onvermoeibare, effectieve activist voor de Indiase onafhankelijkheid. Daarnaast verzette hij zich ook tegen het concept van onaanraakbaarheid, dat miljoenen hindoes gevangen hield in een mensonwaardig bestaan, en was hij een apostel van geweldloosheid. Zodra er geweld werd gebruikt, door mede- of tegenstanders, ging hij uit protest vaak in hongerstaking, met verrassend veel succes.

Half naakte fakir

De Britse koloniale heersers wisten zich nooit goed raad met hem. ‘Een halfnaakte fakir’, noemde Churchill hem minachtend. Wat moesten ze aanvangen met een man die aan de vooravond van een belangrijk onderhoud met de Britse onderkoning in New Delhi niet zijn intrek nam in een chic hotel, maar in een sloppenwijk vol kasteloze schoonmakers? Soms sloten ze hem op in de gevangenis, maar daardoor groeide zijn populariteit alleen maar.

Staak het lezen van romans, bid tot Ram, neem koudwaterbaden en slaap in de open lucht was Ghandi’s advies aan jongens met seksuele problemen.

Zijn leven lang bleef Gandhi met zijn grote belangstelling voor filosofie, religie en ethische principes op zoek naar ‘de waarheid’, al was hij de eerste om toe te geven dat daarop verschillende zienswijzen mogelijk waren. Niet voor niets gaf hij zijn autobiografie de titel The Story of My Experiments with Truth.

Toch verhult Guha niet dat Gandhi er soms merkwaardige ideeën op na hield. Zo was hij ervan overtuigd dat de wereld beter zou worden als iedereen elke dag geruime tijd achter het spinnewiel doorbracht. Ook zijn opvatting dat India zich beter niet kon industrialiseren en moest vertrouwen op de traditionele, kleinschalige landbouw en ambachtswerk doet anachronistisch aan.

Seksuele problemen

Een ander aspect van Gandhi’s leiderschap was zijn grote toegankelijkheid. Iedereen die wilde kon bij hem terecht en elke dag arriveerden er karrevrachten post bij het kloosterachtig complex waar hij verbleef. Een groot deel daarvan beantwoordde hij zelf. Zo konden zelfs jongens die hem over seksuele problemen schreven op een reactie van hem rekenen. Staak het lezen van romans, bid tot Ram (de hindoegoed), neem koudwaterbaden en slaap in de open lucht, luidde Gandhi’s advies. ‘Er is misschien geen politieke leider in de moderne tijd die zijn land en zijn mensen zo intiem kende als Gandhi’, schrijft Guha niet ten onrechte.

In mei gaat India naar de stembus. Lees ook: De goden moeten de politiek een handje helpen

Zelf onthield Gandhi zich al sinds 1906 van seks. Die was slechts nodig voor de voortplanting, meende hij. Als rechtgeaarde asceet dacht hij zijn seksuele lusten sindsdien in bedwang te hebben. Wie schetst dan ook zijn verbijstering toen hij op 14 april 1938, op zijn 68ste, bij volle bewustzijn een erectie kreeg, gevolgd door een zaadlozing. Bezorgd vroeg hij aan vertrouwelingen: ‘Hoe kan een persoon onderhevig aan hartstocht geweldloosheid en waarheid vertegenwoordigen?’ Kenmerkend voor hem was dat hij deze ervaring met de buitenwereld wilde delen in een artikel – zoals hij dat over tal van morele kwesties placht te doen –, maar zijn omgeving praatte hem dat uit het hoofd.

Tot het uiterste spande Gandhi zich in om hindoes en moslims, veruit de belangrijkste bevolkingsgroepen, tot elkaar te brengen. Hij stond op een gelijkwaardige behandeling van beiden binnen de Congrespartij en later in een onafhankelijk India. Tot midden jaren dertig leek dat te lukken, maar onder leiding van Gandhi’s grote tegenstrever Mohammed Ali Jinnah richtten de moslims zich steeds meer op een eigen staat.

Toenemend geweld

De tegenstellingen tussen moslims en hindoes ontaardden in toenemend geweld over en weer, tot verdriet van Gandhi. Om de gemoederen te sussen, reisde hij, inmiddels al dik in de zeventig, naar afgelegen gebieden waar hindoes en moslims elkaar doodden. Terwijl er met stenen werd gegooid wist hij boze moslims aan tot bedaren te brengen. Hindoes spoorde hij aan de verwoeste huizen van moslims te herbouwen.

Helder schetst Guha ook de politieke rol van Gandhi. Hoewel hij nooit een politiek ambt heeft vervuld, was het grotendeels aan hem te danken dat de Congrespartij uitgroeide van een partij van notabelen in de steden tot een partij met een massale aanhang tot diep op het platteland.

Afgelopen zomer werden in India vijf prominente activisten gearresteerd. Lees ook: ‘Heksenjacht’ op Indiase critici

Niet eerder was er in India met zijn streng hiërarchische kastenstelsel een leider opgestaan die zich zo veel gelegen liet liggen aan de arme boeren in de honderdduizenden dorpen, waar het leeuwendeel van de bevolking woonde, en die een zelfde sober leven leidde als zij. Zeker geen leider die, zoals Gandhi, zelf uit de hogere kasten kwam en in Londen was opgeleid als advocaat. Het leverde de partij veel krediet op en hielp de democratie in India dieper te verankeren dan in Pakistan, omdat de rivaal van de Congrespartij, de Moslim Liga, zich in gebieden waar zij dominant was veel minder bekommerde om arme boeren. Nog decennia na de moord op Gandhi door een radicale hindoe plukte de Congrespartij hiervan de electorale vruchten en regeerde India.

De huidige Indiase premier Narendra Modi, voorman van de hindoe-nationalistische BJP, heeft echter weinig op met Gandhi’s denkbeelden, al komen ze beiden uit de deelstaat Gujarat. Tekenend is dat daar op BJP-initiatief onlangs een 182 meter hoog standbeeld werd onthuld, het grootste ter wereld. Niet van Gandhi maar van Vallabhbhai Patel, een verdienstelijk man binnen de Congrespartij, maar iemand die altijd in de schaduw van Gandhi opereerde. Gandhi, die niets gaf om roem en rijkdom, zou er slechts om hebben geglimlacht.

    • Floris van Straaten