NRC checkt: ‘Mondiaal neemt 40 procent van de insectensoorten af’

Dat schreven Australische onderzoekers deze week in het tijdschrift Biological Conservation.

Foto iStock

De aanleiding

Berichten over kelderende insectenaantallen halen vaak het nieuws: zo verdween in Duitsland de afgelopen dertig jaar ruim driekwart van de vliegende insecten. Ook deze week was er insectennieuws. Onder andere The Guardian en de Volkskrant schreven naar aanleiding van Australisch onderzoek dat meer dan 40 procent van de insectensoorten afneemt in aantal.

Waar is het op gebaseerd?

Naar aanleiding van de kelderende insectenaantallen besloten twee Australische biologen, Francisco Sánches-Bayo en Kris Wyckhuys, om de mondiale achteruitgang in kaart te brengen. Daarvoor analyseerden ze 73 artikelen over insectenbiodiversiteit uit de afgelopen 40 jaar. In het tijdschrift Biological Conservation schrijven ze over een „wereldwijde afname”. Ze noteren in de samenvatting „dramatische afnamesnelheden” die in een paar decennia zouden kunnen leiden tot „het uitsterven van 40 procent van de insectensoorten wereldwijd”. Belangrijkste oorzaak, volgens de onderzoekers: grootschalige landbouw.

En, klopt het?

Het artikel somt meerdere waarheden op: veel soorten gaan inderdaad in aantal en biomassa achteruit, en onder andere vliesvleugeligen, libellen en eendagsvliegen zijn daarvan de dupe, blijkt uit de 73 eerdere onderzoeken. „Uit dit onderzoek komt grofweg wat we al vermoedden: de afname is wijdverbreid, misschien wel sterker voor insecten dan voor vogels en zoogdieren, en dat is zeer verontrustend”, zegt hoogleraar plant ecology Hans de Kroon van de Radboud Universiteit, die zelf betrokken was bij de Duitse studie naar vliegende insecten. Hij noemt het artikel „een eerste poging om de achteruitgang op mondiale schaal te duiden”.

Lees ook: Hoe we de insecten kunnen redden met meer bloemen en minder kunstmest

Maar die poging rammelt statistisch, zegt hoogleraar statistiek Casper Albers van de Rijksuniversiteit Groningen. „De onderzoekers hebben gekeken naar 73 artikelen, waarvan 60 uit Europa en de VS. Voor de rest van de wereld – en die is nogal groot – zijn dus maar 13 studies bekeken – te weinig om conclusies te trekken voor bijvoorbeeld Afrika en Azië.”

Daarnaast hebben de auteurs specifiek gezocht naar artikelen die de woorden decline/declining (afname/afnemend) bevatten; in die zin zijn ze dus niet onbevooroordeeld.

Bovendien klopt de toetsingsprocedure niet die gebruikt is om de afnamepercentages te bepalen, zegt Albers. Daarin geeft een zogeheten p-waarde aan of verschillen tussen groepen zodanig groot zijn dat ze betekenisvol zijn. Albers: „Heel kort door de bocht: als p kleiner is dan 0,05 dan is het significant, anders niet.” Met niet-significante verschillen zouden de auteurs kunnen aantonen dat de achteruitgang overal op aarde op dezelfde manier verloopt. In het artikel wordt onder meer beweerd dat er geen significant verschil is tussen de afnamepercentages in het Verenigd Koninkrijk, Noord-Amerika en Europa: de p-waarde is daar 0,21. Maar bij narekening kwam Albers op 0,035 uit. Wél significant dus. Ook op enkele andere plekken blijken de p-waardes niet te kloppen.

„De conclusies kunnen dus niet zo getrokken worden, want de gerapporteerde statistieken zijn aantoonbaar fout.” Daardoor is evenmin te zeggen wat de belangrijkste oorzaak van de afname is, aldus Albers. „Als de statistiek goed zou zijn zou het wellicht mogelijk zijn om gecultiveerde landbouw als schuldige aan te wijzen in Europa en de VS, maar het is sowieso niet mogelijk om dit verder te generaliseren naar de rest van de wereld.”

Conclusie

Insectenaantallen in Europa en de VS nemen inderdaad af, maar er is te weinig informatie om te spreken van een wereldwijde trend. Ook is het afnamepercentage onduidelijk. We beoordelen deze uitspraak daarom als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Gemma Venhuizen