Opinie

Mensen horen ook op de balans van een bedrijf

Bedrijfscultuur Pensioenfondsen moeten alleen investeren in ondernemingen die menselijk kapitaal waarderen, betoogt .

Boardroom
Boardroom Foto Mikkel William

‘Een onderneming heeft maar één sociale verantwoordelijkheid en dat is: zoveel mogelijk winst maken, betoogde Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Milton Friedman. Sinds die beroemde uitspraak uit 1962 is de verhouding tussen werknemers en managers steeds slechter geworden, schrijft Jaap Winter, hoogleraar internationaal ondernemingsrecht en oud-VU-bestuurder, in een beklemmend artikel in Ondernemingsrecht (‘Ontmenselijking van de grote onderneming’).

Via perverse prikkels (beloningen) dienen managers vooral de aandeelhouders. De drang naar efficiëntie zorgt voor controlesystemen die stress veroorzaken. En werknemers worden vooral gezien als kostenpost.

Door steeds nieuwe regelgeving gaat de verantwoordelijkheid van het naleven van regels zwaarder wegen dan het gevoel voor solidariteit. En ten slotte spelen institutionele beleggers een dubieuze rol met hun visie op waardebepaling, schrijft Winter. „Beursgenoteerde ondernemingen hebben niet een balans met activa en passiva, maar zijn een balans met activa en passiva die in afzonderlijke transacties te gelde gemaakt kunnen worden.”

Toen ik dat las besefte ik dat de belangrijkste waarde van een bedrijf niet op de balans staat! Elke businessschool, elke CEO, elk managementboek spreekt over „het menselijk kapitaal” als een van de belangrijkste voorwaarden voor groei en succes van de organisatie.

Maar waar zien we onszelf dan terug op de balans? Gebouwen, voorraden en liquide middelen gelden als activa, de in patenten verzamelde kennis misschien ook. Schulden en het eigen vermogen horen bij de passiva. Maar waar staat de mens en kunnen we die geen waarde toekennen?

Ja, we zien de mens als kostenpost in de winst- en verlies rekening, of bij latente pensioenvoorzieningen die nog betaald moeten worden, maar verder is hij op de balans onzichtbaar. De mens is gelukkig (nog) geen bezit van de bedrijven, en de waarde is wellicht moeilijk hard te maken, maar toch blijft het vreemd dat er geen waarde voor het menselijk kapitaal is opgenomen.

O ironie

Wie zijn de grootste institutionele beleggers? De pensioenfondsen. En hoe komen ze aan hun fondsen? Van ons als werkende mensen. O ironie: zo hebben we een systeem gebouwd waarin wij, als werkende pensioenbetaler, gezien worden als kostenpost, maar tegelijkertijd accepteren we dat onze pensioenfondsen vooral uit zijn op financieel rendement – zodat wij van een oude dag kunnen genieten.

Het is overigens de vraag of deze omstandigheden en ontmenselijking er niet toe leiden dat vele werknemers al ver vóór hun pensioengerechtigde leeftijd arbeidsongeschikt raken, een burn-out krijgen of zelfstandig worden. De cijfers over onze mentale (on)gezondheid zijn stuitend en grote ondernemingen zien dat veel jonge talenten vroegtijdig afhaken en voor zichzelf beginnen, of in een kleinere omgeving verder gaan. In ons werkgebied spreken we dagelijks talloze professionals die lijden onder de verzengende druk om te blijven presteren met steeds hogere targets die opgelegd zijn door de gesel van de kapitaalmarkten. Waarom houden we elkaar zo gevangen?

Interview: Tips voor minder stress, en snel een beetje

Wat zou het een mooie eerste stap zijn als pensioenfondsen naast een financiële balans ook een menselijke balans zouden meenemen bij de beoordeling van hun investeringen. En dan bedoel ik niet het uitgebreide sociaal jaarverslag dat (wettelijk) aan de ondernemingsraad gepresenteerd moet worden en waar maar weinig ondernemers op letten. Het gaat mij om een openbare menselijke balans, met simpele cijfers, die verplicht in de jaarrekening wordt opgenomen. Hier een eerste poging.

Bevlogenheid als maatstaf

Aan de activa-kant zou je kunnen opnemen hoeveel werknemers (vast en flexibel) in dienst zijn, wat hun gemiddelde leeftijd is, hoelang ze gemiddeld in dienst zijn, wat hun gemiddelde salaris is, en wat de ratio tussen de meestverdienende en minstverdienende persoon in het bedrijf is. Daarnaast zou je zaken kunnen opnemen als diversiteit: hoeveel mannen en vrouwen werken er bij je bedrijf, hoeveel nationaliteiten, en wat zijn de generatiecohorten? Maar ook het aantal nieuwe medewerkers dat start, het aantal sollicitanten, hoe hoog de bevlogenheid of medewerkerbetrokkenheid is en wat de opleidingsbudgetten zijn – allemaal veelzeggende cijfers voor de ware gezondheid van een bedrijf.

Lees ook: Je hoeft je ziel en zaligheid niet mee te slepen naar kantoor

Aan de passiva-zijde komen ziekteverzuim, het aantal burn-outs, beroepsongevallen of -ziekten, het percentage medewerkers dat spanningsklachten, werkdruk en pesten ervaart en hoeveel mensen er jaarlijks weggaan. Er is vast nog meer te bedenken. Maar alleen al het opstellen ervan zal de transparantie verhogen en het besef dat menselijkheid een kernwaarde is in elk bedrijf.

En laten wij als premiebetaler van onze pensioenfondsen eisen dat ze voortaan alleen nog investeren in bedrijven met zo’n menselijke balans. En dan inderdaad wellicht genoegen nemen met een iets minder hoog rendement. Dat maakt onze oude dag op termijn gezonder.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.